Parlementaire vraag nr. 819 van de heer Georges Gilkinet van 18.02.2016

Parlementaire vraag nr. 819 van de heer Georges Gilkinet dd. 18.02.2016

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/068 dd. 04.04.2016, blz. 69

Excess profit rulings

VRAAG (van de heer Gilkinet)

Artikel 185, § 2 van het WIB 1992 voorziet in de opwaartse correctie (artikel 185, § 2, a)) en in de neerwaartse correctie (artikel 185, § 2, b)) van de belastinggrondslag. Artikel 185, § 2 is uitsluitend toepasbaar middels een voorafgaande beslissing, die volgens de wet waarin de juridische grondslag voor dat systeem wordt gelegd en die dit regelt, een beslissing is met betrekking tot een situatie die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad. De wet bepaalt tevens dat de voorafgaande beslissingen vijf jaar geldig zijn. Overeenkomstig de wettelijke bepalingen waarbij het systeem van de voorafgaande beslissingen georganiseerd wordt, is de voorafgaande beslissing niet meer geldig wanneer de begunstigde onderneming de niet-verwezenlijkte situatie zoals die beschreven werd om de voorafgaande beslissing te verkrijgen, niet op de omschreven wijze heeft verwezenlijkt.

1. Kunt u voor de periode vanaf de oprichting van de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken (DVB) en de invoering van artikel 185, § 2 van het WIB 1992 tot nu meedelen:

a) hoeveel aanvragen inzake de opwaartse correctie van de belastinggrondslag er per kalenderjaar werden ingediend bij de DVB, hoeveel daarvan er onontvankelijk werden verklaard of afgewezen werden, hoeveel gunstige beslissingen er werden genomen en wat het bedrag was van de belastinggrondslagen waarvoor de opwaartse correctie werd toegestaan;

b) hoeveel aanvragen inzake de neerwaartse correctie van de belastinggrondslag er in de periode 2005-2015 per kalenderjaar werden ingediend bij de DVB, hoeveel daarvan er onontvankelijk werden verklaard of afgewezen werden, en hoeveel gunstige beslissingen er werden genomen;

c) hoeveel voorafgaande beslissingen inzake de neerwaartse correctie van de belastinggrondslag er na afloop van de geldigheidsperiode van vijf jaar verlengd werden in de vorm van een nieuwe voorafgaande beslissing, en wat de rechtsgrond voor die verlenging was;

d) hoeveel voorafgaande beslissingen inzake de neerwaartse correctie van de belastinggrondslag er niet verlengd werden na afloop van de geldigheidsperiode van vijf jaar, en of de vrijstelling van een deel van de belastinggrondslag voor die dossiers en die belastingplichtigen verlengd werd middels een feitelijk akkoord en zo ja, voor hoeveel situaties er zo een akkoord werd gesloten?

2. Na de bij de Balanscentrale van de Nationale Bank ingediende jaarrekeningen geraadpleegd te hebben stellen we vast dat de voorafgaande beslissingen inzake de neerwaartse correctie van de belastinggrondslag (artikel 185, § 2, b) van het WIB 1992) vermeld worden in de bijlage bij de jaarrekeningen betreffende de verschillen tussen de bedrijfseconomische winst en de fiscale winst en betreffende de belastinglatentie van de onderneming. Wat is vanaf het aanslagjaar 2006 (inkomsten 2005) per aanslagjaar het bedrag van de "vrijgestelde inkomsten" op grond van een voorafgaande beslissing krachtens artikel 185, § 2, b) inzake de neerwaartse correctie van de belastinggrondslag (los van de andere belastingvrijstellingen die van toepassing zouden zijn als die bedragen in de belastinggrondslag waren opgenomen)?

3. Kunt u preciseren welke regels er gelden voor de aanhangigmaking van een dossier betreffende een voorafgaande beslissing inzake de neerwaartse correctie van de belastinggrondslag krachtens artikel 185, § 2, b) van het WIB 1992?

a) Kunt u bevestigen dat de diensten van de administratie van de Bijzondere Belastinginspectie voorafgaandelijk het advies van de DVB moeten inwinnen als die administratie zo een dossier wil onderzoeken? Zo ja, waarom moet die procedure gevolgd worden?

b) Welke regels worden er gehanteerd voor de aanhangigmaking wanneer de centra Grote Ondernemingen zo een dossier willen onderzoeken?

c) Hoeveel dossiers met betrekking tot voorafgaande beslissingen op grond van artikel 185, § 2, b) van het WIB 1992 werden er sinds 2005 aan een fiscale controle op de situatie van de betrokken vennootschap onderworpen? Welke resultaten leverden die controles in voorkomend geval op? Wat is uw reactie op die cijfers?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

1. a) Wat betreft de aanpassingen in meer, werd geen enkel dossier voorgelegd aan de Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB). De vragen onder punt 1. a) zijn daarom zonder voorwerp.

b) Wat betreft de aanpassingen in min, herneemt de hierna volgende tabel het aantal dossiers (formele aanvragen) voorgelegd aan de dienst voorafgaande beslissingen, het aantal dat onontvankelijk is verklaard of afgewezen en het aantal gunstige beslissingen die genomen zijn. Bovendien werden een dertigtal prefilingdossiers ingediend bij de DVB die niet hebben geleid tot een formele aanvraag om een voorafgaande beslissing: 1 dossier in 2006, 2 in 2007, 1 in 2009, 2 in 2010, 5 in 2011, 5 in 2012, 8 in 2013, 5 in 2014 en 2 in 2015.

c) Wat betreft de voorafgaande beslissingen betreffende een aanpassing in min, zijn 9 voorafgaande beslissingen verlengd geweest via een nieuwe voorafgaande beslissing op het moment dat de termijn van 5 jaar kwam te verstrijken. Deze verlenging is gebaseerd op de wet van 24 december 2002 welke in artikel 23 bepaalt dat de beslissingen worden gegeven voor een termijn die 5 jaar niet mag overschrijden.

d) Onder de beslissingen die de 5-jarige termijn bereikt hebben, werden 4 beslissingen (1 van 2006, 1 van 2007 en 2 van 2008) niet verlengd omdat deze nooit werden toegepast. 3 andere beslissingen (van 2008) werden niet verlengd omdat de vennootschappen hun activiteiten hebben beëindigd (overdracht naar het buitenland of gerechtelijk akkoord) en 1 beslissing (van 2007) werd niet vernieuwd omdat de vennootschap niet langer aan de voorwaarden voldoet. De anderen (9 in totaal) hebben het voorwerp uitgemaakt van een verlenging. De vennootschappen waarvan de beslissing verstreken was op 31 december 2014 (of later) hebben geen verlenging meer gevraagd of hebben die niet verkregen omwille van de beslissing van de Europese Commissie.