Parlementaire vraag nr. 1045 van de heer Van Parys van 23.09.1997

VRAAG 97/1045
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 104, blz. 14152
Bull. nr. 780, pag. 572
Ontvangstbericht
VRAAG
Artikel 307 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 behandelt het model van de aangifte en uitreiking, de wijze van invullen, de bijlagen en de ontvangst der aangiften. Geen enkele wettelijke bepaling voorziet evenwel in de uitreiking van een ontvangstbericht aan de belastingplichtige.
De Com.IB 1992 307/22 bepaalt echter dat indien de belastingplichtige uitdrukkelijk te kennen geeft dat hij een ontvangstbericht van zijn aangifte wenst te krijgen, daaraan onmiddellijk gevolg moet worden gegeven. Dit gebeurt door middel van een kaart 440K1 of 440K2, nadat het summier onderzoek waarvan sprake is in Com.IB 1992 307/18, is uitgevoerd.
In een enkel geval deelt de controleur aan de belastingplichtige mee dat, om dergelijk bericht toe te zenden, er voortaan een gefrankeerde en geadresseerde omslag moet worden toegevoegd.
1. Werden in verband met het ontvangstbericht nieuwe instructies gegeven binnen de administratie?
2. Is het geoorloofd dat de controleur aan de belastingplichtige een gefrankeerde en geadresseerde omslag vraagt, vooraleer een ontvangstbericht te versturen ?
ANTWOORD
Het antwoord op de beide vragen luidt ontkennend.
Uit de vraag van het geacht lid meen ik te kunnen opmaken dat hij een welbepaald geval beoogt. Indien mij de nodige identificatiegegevens worden medegedeeld, ben ik bereid terzake een onderzoek te doen instellen.