Parlementaire vraag nr. 833 van de heer Daems van 27.03.1997
VRAAG 97/833
Bull. nr. 744, pag. 1883
Vr. en Antw., Kamer, nr. 84, 1996-1997, blz. 11481-11483
Betaling in volgend kalenderjaar
Mijn vraag heeft betrekking op de discrepanties tussen de boekhoudkundige en de fiscale bepalingen met betrekking tot de belastbare bezoldigingen betaald in een ander kalenderjaar dan het jaar waarin de diensten of prestaties effectief werden verricht.
Indien de lonen van de maand december 1996 slechts in de daaropvolgende maand worden uitbetaald, geldt deze laatste maand (januari 1997) als maand van toekenning of betaalbaarstelling. Krachtens artikel 204, 3°, b), KB/WIB 1992 behoren de bezoldigingen tot het belastbare tijdperk waarin ze worden betaald of toegekend, ongeacht de periode waarop ze betrekking hebben.
De bezoldigingen die betrekking hebben op 1996, maar die pas in 1997 worden uitbetaald, moeten in principe op de individuele fiches nr. 281 en de ermee overeenstemmende samenvattende opgave nr. 325 betreffende het jaar 1997 worden vermeld (zie de artikelen 92 en 93 van het koninklijk besluit).
Overeenkomstig artikel 273 WIB 1992 leidt de betaling of de toekenning van de inkomsten anderzijds tot het verschuldigd zijn van de bedrijfsvoorheffing.
Krachtens artikel 19, vierde lid, van het koninklijk besluit van 8 oktober 1976 met betrekking tot de jaarrekening van de ondernemingen houdende bepaalde boekhoudkundige waarderingsregels moeten de bezoldigingen, uitkeringen en andere sociale voordelen die in de loop van een volgend boekjaar zullen worden betaald voor diensten die tijdens het boekjaar of tijdens vorige boekjaren zijn verricht, evenwel ten laste van het boekjaar "geboekt".
Luidens de bepalingen van artikel 49, tweede lid, en artikel 52, 3°, WIB 1992 betreft het loonkosten die onbetwistbaar betrekking hebben op het boekjaar waarin zij werden geboekt en die door de vennootschap- werkgeefster boekhoudkundig als dusdanig worden beschouwd.
Wie deze reglementeringen naast elkaar legt, stelt vast dat de doelstellingen van de fiscale wetgeving en de boekhoudwetgeving wezenlijk verschillend zijn. Dit leidt tot een aantal praktische problemen.
In de sociale praktijk en in de "jaarrekening", die overigens een integrerend deel uitmaakt van het aangifteformulier inzake vennootschapsbelasting, worden zowel door de werkgevers als door de erkende sociale secretariaten de geboekte bezoldigingen van de maand december 1996 (uitbetaald in januari 1997) steeds verwerkt in de Belcotaxlijsten van het jaar 1996 zelf.
De invorderingsdiensten eisen evenwel dat de vennootschap- werkgeefster die de fiscale bepalingen in verband met het opstellen van fiches en samenvattende opgaven niet correct heeft toegepast, verbeterde fiches nr. 281 en samenvattende opgaven nr. 325 moet opstellen.
Een dergelijke handelwijze van eenvoudige boekhoudkundige verschuivingen vergemakkelijkt het fiscaal nazicht niet.
1. Kunnen de nodige instructies aan de invorderingsdiensten gegeven worden opdat dit tijdrovende werk met betrekking tot de indiening van negatieve loonopgaven en fiches overbodig zou worden, maar dat anderzijds de gunstige berekeningswijze van de nalatigheidsinteresten kan worden behouden ?
2. Overweegt u wetgevende initiatieven om de fiscale wetgeving en de boekhoudwetgeving met betrekking tot deze loonaangelegenheid volledig op elkaar af te stemmen ?
ANTWOORD
1. Ik wens de aandacht van het geacht lid erop te vestigen dat het opstellen van verbeterende fiches nr. 281 en samenvattende opgaven nr. 325 en de toepassing van nalatigheidsinteresten in het door hem voorgelegde geval het gevolg zijn van het niet correct en consequent naleven van de regels voor het opstellen van de individuele loonfiches nr. 281 en de ermede overeenstemmende opgaven nr. 325 - eventueel op magnetische informatiedragers in het kader van Belcotax - en voor de betaling en de aangiften van bedrijfsvoorheffing.
Zoals het geacht lid aanhaalt, is het tijdstip van de betaling of toekenning van de bezoldigingen immers bepalend :
- voor zowel het verschuldigd zijn van de bedrijfsvoorheffing (zie artikel 273 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 - WIB 1992);
- als voor het belastbare tijdperk waartoe de bezoldigingen - ongeacht de periode waarop ze betrekking hebben - behoren (zie artikel 204, 3°, b), van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 92 - KB/WIB 1992).
Derhalve moeten de bezoldigingen van de maand december 1996 die in de maand januari 1997 worden betaald op individuele fiches nr. 281 en de ermede overeenstemmende opgave nr. 325 van het jaar 1997 worden vermeld en moest de bedrijfsvoorheffing die daarop betrekking heeft volgens de algemene regels van artikel 412, tweede lid, WIB 92 en artikel 90, § 1, KB/WIB 92, uiterlijk op 14 februari 1997 zijn betaald en aangegeven. Op die aangifte in de bedrijfsvoorheffing moest het jaar "1997" als jaar van de opgave 325 worden vermeld en dit ongeacht het jaar waarin de bezoldigingen als een zekere en vaststaande schuld zijn geboekt.
2. Een wijziging van de voormelde bepalingen in de zin van een afstemming op de boekhoudwetgeving, wordt niet in het vooruitzicht gesteld.
De verschuldigdheid van de bedrijfsvoorheffing en het bepalen van het belastbare tijdperk laten afhangen van het tijdstip waarop de bezoldigingen het karakter van een zekere en vaststaande schuld hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt, zou immers aanleiding geven tot onder meer de volgende nadelen :
- De bedrijfsvoorheffing zou dan verschuldigd zijn op de bezoldigingen die als zekere en vaststaande schulden zijn geboekt, zodat de schuldenaar - bij gebrek aan daadwerkelijke betaling van de bezoldiging op dat tijdstip - geen gebruik zou kunnen maken van zijn recht om overeenkomstig artikel 272, eerste lid, 1°, WIB 92, de bedrijfsvoorheffing op de belastbare inkomsten in te houden en die bedrijfsvoorheffing dus zou moeten voorfinancieren.
- De verkrijger van de bezoldigingen zou dan worden belast op een inkomen dat hij nog niet heeft ontvangen of waarover hij nog niet werkelijk kan beschikken. Dit zou inzonderheid onrechtmatig zijn voor bezoldigingen die de werkgever in een bepaald jaar als zekere en vaststaande schulden heeft geboekt en die dus op individuele loonfiches nr. 281 en een ermede overeenstemmende samenvattende opgave nr. 325 zouden moeten worden vermeld en bij de verkrijger als belastbare bezoldiging voor dat jaar zouden moeten worden aangemerkt, terwijl die bezoldigingen wegens bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld nalatigheid of liquiditeitsproblemen van de werkgever) niet of slechts later (in een volgend jaar) worden uitbetaald.
Bron: FisconetPlus
