Parlementaire vraag nr. 758 van de heer Viseur van 11.02.1997

VRAAG 97/758

Vraag nr. 758 van de heer Viseur dd. 11.02.1997


Bull. nr. 744, pag. 1850

Vr. en Antw., Kamer, nr. 78, 1996-1997, blz. 10662-10663

Waardeverminderingen op vorderingen.

Krachtens het koninklijk besluit van 20 december 1995 tot wijziging van het koninklijk besluit WIB 1992 op het stuk van de waardeverminderingen op vorderingen worden de kwantitatieve beperkingen voor de waardevermindering van vorderingen met ingang van het aanslagjaar 1996 afgeschaft. Alles draait nu in feite om het zich al of niet daadwerkelijk voordoen van het risico dat de boeking van de waardevermindering rechtvaardigt. Wat dat betreft, lijkt het me nogal gemakkelijk om vroegere verliezen die indertijd niet als verlies werden geboekt omdat ze de toenmalige fiscale beperkingen overschreden, plots als huidige verliezen voor te stellen.


1.


a) Welke precieze criteria gelden er in verband met het "zich voordoen" van het risico ?

b) Volstaat het bijvoorbeeld in 1996 een brief te sturen en indien nodig eventuele vroegere correspondentie te doen verdwijnen om ervan uit te gaan dat de waardevermindering fiscaal wordt aanvaard ?


2.


a) Is u niet bang voor misbruiken ?


b) Zo ja, hoe denkt u misbruiken te voorkomen ?


3. Wanneer is een verantwoorde uitgave fiscaal aftrekbaar : geldt als richtsnoer de datum op het document waarin de uitgave wordt vastgesteld (de factuurdatum bijvoorbeeld) of de datum waarop effectief wordt betaald ?

ANTWOORD

1 en 2. Het koninklijk besluit van 20 december 1995 tot wijziging van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, op het stuk van de waardeverminderingen op vorderingen, heeft de algemene vrijstellingsvoorwaarden van de geboekte waardeverminderingen op handelsvorderingen niet gewijzigd.

Zo moeten verliezen, die aanleiding geven tot het boeken van waardeverminderingen, zoals voorheen, stuk voor stuk (d.w.z. voor iedere vordering), verantwoord worden door feiten die zich tijdens het boekjaar hebben voorgedaan en die bij het einde daarvan nog steeds bestaan.

Het is in eerste instantie de taxatieambtenaar die moet nagaan of de hem voorgelegde feiten zich wel degelijk tijdens het boekjaar hebben voorgedaan.

Het spreekt vanzelf dat de waardeverminderingen op handelsvorderingen die, in strijd met de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen, niet geboekt zijn bij het afsluiten van het boekjaar waarin de gebeurtenissen die het verlies waarschijnlijk maken zich hebben voorgedaan, later niet meer kunnen worden vrijgesteld op grond van artikel 48 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

3. Om fiscaal aftrekbaar te zijn, moeten de kosten in het belastbare tijdperk zijn gedaan of gedragen.

Overeenkomstig artikel 49, tweede lid, van het voormelde wetboek worden beschouwd als zijnde in het belastbare tijdperk gedaan of gedragen, de kosten die in dat tijdperk werkelijk zijn betaald of gedragen of het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt.

De kosten die niet tijdens het belastbare tijdperk zijn betaald of gedragen, mogen dus slechts worden afgetrokken indien ze in dat tijdperk het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verkregen.