Parlementaire vraag nr. 972 van de heer Daems van 08.11.2005
Parlementaire vraag nr. 972 van de heer Daems dd. 08.11.2005
Vragen en Antwoorden, Kamer, 2005-2006, nr. 114, blz. 21908-21910
Inkomsten uit valorisatie - Fiscaal regime
VRAAG
Ingevolge het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap, heeft de onderzoeker recht op «een bij een intern reglement vastgesteld of overeengekomen aandeel in de geldelijke opbrengsten die de universiteit verwerft uit de exploitatie van de vinding». Dit principe werd recentelijk uitgebreid tot onderzoekers werkzaam aan hogescholen ingevolge het onderwijsdecreet van 19 maart 2004. Elke Vlaamse universiteit heeft inmiddels een valorisatiereglement uitgewerkt waarin bepaald is welk percentage van de inkomsten uit valorisatie bestemd is als persoonlijke vergoeding.
1. De Vlaamse universiteiten betalen momenteel een roerende voorheffing van 15% op de inkomsten die ze verwerven uit valorisatie. Deze voorheffing wordt door de universiteiten ingehouden en doorgestort, onmiddellijk na ontvangst van de inkomsten. Het zou natuurlijk veel voordeliger zijn mocht de roerende voorheffing enkel berekend worden op de netto-inkomsten (ontvangsten min kosten) of op de netto-inkomsten die bij de universiteit blijven (67%, aangezien 33 % als persoonlijke vergoeding naar de uitvinders vloeit).
Kan uw administratie toelichten welk concreet berekeningsmechanisme wordt toegepast voor de heffing van de roerende voorheffing die de universiteiten verschuldigd zijn op de inkomsten die ze verwerven uit valorisatie ?
2. Op fiscaal vlak heerst er tevens grote onduidelijkheid omtrent de classificatie van de inkomsten die verkregen worden als persoonlijke vergoeding bij succesvolle commercialisatie van een academische uitvinding; gaat het terzake om beroepsinkomsten, om roerende inkomsten of om diverse inkomsten ? Blijkbaar is het zo dat de fiscale administratie Leuven van oordeel is dat deze persoonlijke vergoeding beschouwd moet worden als een beroepsinkomen, terwijl de fiscale administraties van Louvain-la-Neuve en Luik deze als een divers inkomen aanzien.
Kan u meedelen of u weet heeft van deze verschillende fiscale behandeling van de persoonlijke vergoeding voor academische onderzoekers in het kader van de valorisatie van academische uitvindingen en welke concrete instructies u terzake aan uw administratie overweegt te geven opdat in de toekomst een eenduidige fiscale behandeling kan worden gegarandeerd ?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 21.03.2006)
1. De vergoedingen uit de exploitatie van een uitvinding die worden toegekend aan Vlaamse universiteiten zijn belastbare inkomsten uit roerende goederen en kapitalen in toepassing van artikel 17, § 1, 3° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992).
Bovendien bepaalt artikel 261, 1° en 2°, WIB 1992, dat de roerende voorheffing in principe verschuldigd hetzij door de schuldenaar van de roerende goederen en kapitalen van Belgische oorsprong, hetzij door in België gevestigde tussenpersoon die op enige wijze is betrokken bij de uitbetaling van inkomsten van roerende goederen en kapitalen van buitenlandse oorsprong.
Wat betreft de vaststelling van de belastbare basis voor de berekening van de roerende voorheffing, wordt benadrukt dat deze voorheffing betrekking heeft het netto-inkomen zoals gedefinieerd in artikel 22, 3, WIB 1992. In voorkomend geval zijn de bepalingen van artikel 3, 1°, van het koninklijk besluit tot uitvoering van het voormeld Wetboek van toepassing.
2. Het geachte lid beoogt ontegensprekelijk meerdere concrete gevallen en/of geschillen inzake de kwalificatie van de inkomsten ten name van de genieters. Hij zal dan ook willen begrijpen dat het mij bijgevolg niet mogelijk is om dienaangaande een eenduidig en definitief standpunt in te nemen, zonder voorafgaand kennis te hebben van de gegevens en beoordelingselementen waarop de in zijn vraag aangehaalde verschillende standpunten gesteund zijn.
Ik ben evenwel bereid een grondig onderzoek te laten instellen indien mij de naam en het adres van de betrokken belastingplichtigen, alsmede de concrete gegevens met betrekking tot de beoogde gevallen worden meegedeeld.
