Parlementaire vraag nr. 74 van de heer Katja Gabriëls van 24.10.2019

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/006, d.d. 29.11.2019, blz. 104

DBI-aftrek

VRAAG

In het voorjaar berichtte de geschreven pers dat Zwitserland een grote belastinghervorming heeft goedgekeurd.

In navolging van deze hervorming zullen bepaalde Zwitserse kantons vanaf 1 januari 2020 gemeenrechtelijke nominale vennootschapsbelastingtarieven kennen van in totaal tussen 13,5 % en 14,5 %.

Op basis van hangende wetsontwerpen wordt vooropgesteld dat minstens nog een vijftal bijkomende kantons gemeenrechtelijke nominale vennootschapsbelastingtarieven zullen kennen van onder de 15 %.

Artikel 203, §1, eerste lid, 1° van het WIB 1992 bepaalt dat dividenden niet in aanmerking komen voor de DBI aftrek indien ze worden verleend of toegekend door een vennootschap die niet aan de vennootschapsbelasting of aan een buitenlandse belasting van gelijke aard als die belasting is onderworpen of die gevestigd is in een land waar de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen aanzienlijk gunstiger zijn dan in België.

Artikel 203, §1, tweede lid WIB bepaalt dat de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen als vermeld in het artikel 203, §1, eerste lid, 1° WIB worden geacht aanzienlijk gunstiger te zijn dan in België, wanneer hetzij, het gemeenrechtelijk nominaal tarief op de winsten van de vennootschap, lager is dan 15 %, hetzij, gemeenrechtelijk, het tarief dat met de werkelijke belastingdruk overeenstemt, lager is dan 15 %.

Een uitzondering op deze bepaling is voorzien voor EU-lidstaten waarbij artikel 203, §1, derde lid WIB bepaalt dat voor de toepassing van het eerste lid, 1°, worden de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen die van toepassing zijn op vennootschappen gevestigd in een Lidstaat van de Europese Unie geacht niet aanzienlijk gunstiger te zijn dan in België.

Ingevolge de (vooropgestelde) verlaging van kantonnale vennootschapsbelastingtarieven, zal het gemeenrechtelijk nominaal tarief op de winsten van bepaalde Zwitserse vennootschappen naar verwachting dalen tot onder de 15 %-drempel. Bijgevolg zouden dividenden uitgekeerd door dergelijke Zwitserse dochtervennootschappen niet meer in aanmerking komen voor de DBI-aftrek in hoofde van Belgische moedervennootschappen, met mogelijks (economische) dubbele belasting tot gevolg.

Gelet op de primauteit van dubbelbelastingverdragen op nationale wetgeving, dient evenwel in de eerste plaats te worden gekeken naar het Belgisch-Zwitsers dubbelbelastingverdrag van 28 augustus 1978.

Artikel 23, §1, 4° van dit dubbelbelastingverdrag bepaalt ter zake dat indien een vennootschap die inwoner is van België aandelen of delen in eigendom bezit van een vennootschap die inwoner is van Zwitserland en aldaar aan de belasting op inkomsten van vennootschappen is onderworpen, worden de dividenden die haar door de laatstbedoelde vennootschap worden betaald en die in Zwitserland volgens artikel 10, paragraaf 2 belastbaar zijn, in België vrijgesteld van de vennootschapsbelasting in zoverre als vrijstelling zou worden verleend indien beide vennootschappen inwoner zouden zijn van België.

Deze verdragsbepaling wijkt af van de bewoordingen van het Belgisch standaardmodel, waarin louter is opgenomen dat dividenden verkregen van een vennootschap die inwoner is van de verdragsstaat in België slechts worden vrijgesteld van vennootschapsbelasting op de voorwaarden en binnen de grenzen die in de Belgische wetgeving zijn bepaald.

Bijgevolg dient voormelde bepaling van het Belgisch-Zwitsers dubbelbelastingverdrag anders te worden geïnterpreteerd dan de overeenkomstige bepaling opgenomen in het Belgisch standaardmodel.

Voor de interpretatie van artikel 23, §1, 4° van het Belgisch-Zwitsers dubbelbelastingverdrag kan nuttig worden verwezen naar de interpretatie van artikel 22, §1, c) opgenomen in het Belgisch-Amerikaans dubbelbelastingverdrag van 27 november 2006.

Dit artikel bevat namelijk een zeer gelijkaardige bepaling die stelt dat dividenden die een vennootschap die inwoner is van België verkrijgt van een vennootschap die inwoner is van de Verenigde Staten, in België [worden] vrijgesteld van de vennootschapsbelasting voor zover vrijstelling zou worden verleend indien de twee vennootschappen inwoner van België waren geweest.

Volgens §314 van circulaire nr. AFZ 3/2013 van 5 februari 2013 inzake het Belgisch-Amerikaans dubbelbelastingverdrag genieten door die clausule de dividenden die door een in de Verenigde Staten gevestigde vennootschap worden betaald uitdrukkelijk hetzelfde regime als de dividenden die betaald worden door een vennootschap die gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie.

Volgens §315 van voornoemde circulaire is elke bijzondere bepaling die van toepassing is, of in de toekomst van toepassing zal zijn, op dividenden die betaald zijn door een vennootschap die gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie, mutatis mutandis van toepassing op dividenden die betaald zijn door een vennootschap die inwoner is van de Verenigde Staten.

Gelet op het feit dat ingevolge artikel 203, §1, derde lid WIB-lidstaten van de Europese Unie voor doeleinden van artikel 203, § 1, eerste lid, 1° WIB niet geacht kunnen worden gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen te hebben die aanzienlijk gunstiger zijn dan in België, heeft artikel 22, §1, c) van het Belgisch-Amerikaans dubbelbelastingverdrag tot gevolg dat dezelfde uitzondering geldt voor wat betreft de Verenigde Staten.

Bijgevolg kunnen dividenden uitgekeerd door een in de Verenigde Staten gevestigde vennootschap niet geacht worden afkomstig te zijn van een vennootschap die gevestigd is in een land waar de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen aanzienlijk gunstiger zijn dan in België in de zin van artikel 203, §1, eerste lid, 1° WIB.

Kan u, gelet op bovenstaande, bevestigen dat, net zoals voor wat betreft artikel 22, §1, c) van het Belgisch-Amerikaans dubbelbelastingverdrag, artikel 23, §1, 4° van het Belgisch-Zwitsers dubbelbelastingverdrag tot gevolg heeft dat:

- dividenden die door een in Zwitserland gevestigde vennootschap worden betaald en aldaar aan de belasting op inkomsten van vennootschappen is onderworpen, in België uitdrukkelijk hetzelfde regime genieten als de dividenden die betaald worden door een vennootschap die gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie;

- elke bijzondere bepaling die van toepassing is, of in de toekomst van toepassing zal zijn, op dividenden die betaald zijn door een vennootschap die gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie, mutatis mutandis van toepassing is op dividenden die betaald zijn door een vennootschap die inwoner is van Zwitserland en aldaar aan de belasting op inkomsten van vennootschappen is onderworpen; en, bijgevolg, dividenden die worden uitgekeerd door een in Zwitserland gevestigde vennootschap en aldaar aan de belasting op inkomsten van vennootschappen is onderworpen, net zoals dividenden die worden uitgekeerd door een vennootschap die gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie, niet geacht kunnen worden afkomstig te zijn van een vennootschap die gevestigd is in een land waar de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen aanzienlijk gunstiger zijn dan in België in de zin van artikel 203, §1, eerste lid, 1° WIB?

ANTWOORD

Artikel 23, §1, 4° van het Belgisch-Zwitsers dubbelbelastingverdrag betreft een zogenaamd gelijk behandelingsclausule die in essentie identiek is aan de gelijk behandelingsclausule als opgenomen in artikel 22, §1, c) van het Belgisch-Amerikaans dubbelbelastingverdrag.

Inderdaad, indien aan de respectievelijke verdragsrechtelijke toepassingsvoorwaarden is voldaan, hebben beide clausules dezelfde gevolgen, te weten dat België dividenden uitgekeerd door een dochtervennootschap die inwoner is van de Verenigde Staten respectievelijk Zwitserland dient vrij te stellen van vennootschapsbelasting in hoofde van een moedervennootschap die inwoner is van België voor zover dergelijke vrijstelling zou worden verleend indien de twee vennootschappen inwoner van België waren geweest.

In paragrafen 314 en 315 van Circulaire nr. AFZ 3/2013 van 5 februari 2013 heeft mijn administratie de gevolgen van dergelijke gelijk behandelingsclausule geanalyseerd in het kader van het Belgisch-Amerikaans dubbelbelastingverdrag, in het bijzonder voor wat betreft de DBI-taxatievoorwaarden als bepaald in artikel 203, §1 WIB.

Eenzelfde analyse kan worden gevolgd voor wat betreft de gelijk behandelingsclausule als opgenomen in artikel 23, §1, 4° van het Belgisch-Zwitsers dubbelbelastingverdrag.

Het antwoord op uw drie vragen luidt aldus bevestigend.