Parlementaire vraag nr. 12262 van mevrouw Sofie Staelraeve van 01.04.2009
Mondelinge parlementaire vraag nr. 12262 van mevrouw Sofie Staelraeve dd. 01.04.2009
Personenbelasting
Programmawet
Dienstencheque
Prestatie betaald met dienstencheques
Belastingvermindering
Toekenningsvoorwaarden van de belastingvermindering
VRAAG(van mevrouw Staelraeve)
In de programmawet van juni 2008 werd bepaald dat mensen met een laag inkomen ook een belastingvoordeel zouden kunnen krijgen bij de aankoop van dienstencheques. Het is echter nog altijd niet duidelijk hoe dat belastingkrediet zal worden toegepast.
Volgens de lokale belastingdiensten moeten de mensen die recht hebben op belastingkrediet, automatisch een belastingbrief toegestuurd krijgen. Sodexho zou alleen de fiscale fiche van de aangekochte dienstencheques aan het belastingkantoor moeten bezorgen. Volgens Sodexho en de RVA moeten mensen echter zelf een belastingbrief aanvragen bij de belastingdiensten. Minister Milquet denkt dan weer aan zoiets als een sociale cheque voor de mensen met een laag inkomen die wel een belastingbrief krijgen.
Hoe zal een en ander in zijn werk gaan?
Hoe is het mogelijk dat er, negen maanden na de goedkeuring van de programmawet, bij de twee overheidsdiensten nog altijd onduidelijkheid is?
Klopt het dat de mensen die geen belastingbrief krijgen, de belastingbrief op eigen initiatief moeten aanvragen?
ANTWOORD(van de heer Reynders, vice-eerste minister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)
Tot aanslagjaar 2008 kwam het fiscaal voordeel voor de uitgavenprestaties betaald met dienstencheques in de vorm van een belastingvermindering. Voor sommige mensen ging dat voordeel verloren omdat zij niet voldoende belasting verschuldigd waren om de belastingvermindering voor dienstencheques daadwerkelijk te kunnen aanrekenen. De reële kostprijs voor de dienstencheques viel voor hen aanzienlijk hoger uit dan voor degenen bij wie de belastingvermindering wel volledig kon worden verrekend.
Daarom werd in het Wetboek van Inkomstenbelastingen een paragraaf ingevoegd die ervoor zorgt dat voor belastingplichtigen wier belastbare inkomsten niet meer bedragen dan 15.220 euro voor indexering, de belastingvermindering voor dienstencheques onder bepaalde voorwaarden kan worden omgezet in een terugbetaalbaar belastingkrediet.
Deze maatregel treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2009. Bij de uitwerking van het berekeningsprogramma is echter gebleken dat de tekst van artikel 156bis een onvolkomenheid bevat. Het werd daarom verbeterd door de intussen goedgekeurde economische herstelwet. Zolang er geen zekerheid was, kon de administratie geen uitleg geven.
De belastingplichtigen moeten de gedane uitgaven in hun belastingaangifte vermelden. Nieuw is dat ze ook moeten antwoorden op de vraag of zij beroepsinkomsten hebben verkregen die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belastingen op hun andere inkomsten. In dat geval is immers de omzetting van de belastingvermindering in een belastingkrediet niet van toepassing.
De belastingvermindering of het belastingkrediet wordt op basis van die gegevens automatisch toegekend. Belastingplichtigen die in aanmerking komen voor het belastingkrediet of de belastingvermindering, maar die overeenkomstig artikel 306 WIB 92 van de aangifteplicht zijn vrijgesteld, moeten uiterlijk op 1 juni 2009 een aangifteformulier aanvragen.
