Parlementaire vraag nr. 336 van mevrouw Pieters van 30.03.2004
VRAAG 04/336
Vraag nr. 336 van mevrouw Pieters dd. 30.03.2004
Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 45, blz. 6883-6885
Bericht van wijziging - Reactie op wederantwoord
VRAAG
Overeenkomstig de wettelijke bepalingen van artikel 346, vijfde lid, en artikel 352bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 moet aan de belastingplichtige vooraleer tot inkohiering van de voorgestelde nieuwe belastingaanslag mag worden overgegaan door de verantwoordelijke taxatieambtenaar door middel van een drukwerk nr. 279T onder aangetekende omslag eerst een voldoende gemotiveerd en ondertekend wederantwoord worden verzonden.
Dit wederantwoord bevat soms motieven of redenen die niet eerder in het bericht van wijziging van aangifte of in de kennisgeving van aanslag van ambtswege waren opgenomen.
In de praktijk valt het dan ook zeer geregeld voor dat de belastingplichtige of zijn gemandateerde op dit soms andersluidend wederantwoord onmiddellijk nog een betekenisvolle tegenreactie per post toezendt, e-mailt of doorfaxt en aanvullende feitelijke en/of juridische motieven, argumenten en beschouwingen en/of passende bewijsstukken aanbrengt die de taxatieambtenaar er normaliter meteen zouden moeten toe besluiten om de voorgestelde belastbare grondslag toch geheel of gedeeltelijk niet meer door te voeren.
Naar verluidt wordt over het algemeen echter hierop geen enkele schriftelijke reactie meer gegeven en wordt er laconiek toch tot taxatie en tot het opleggen van belastingverhogingen overgegaan. Terzake rijzen mede uit procedureel oogpunt de onderstaande algemene pertinente vragen.
1.
a) Moet de taxatieambtenaar en/of zijn verantwoordelijke dienstoverste op deze tegenreactie nog een schriftelijke en gemotiveerd antwoord (laten) formuleren?
b) Wat zijn uw concrete en praktische aanbevelingen dienaangaande en welke specifieke taak en/of filterrol is er terzake voor de lokale toezichthoudende managers of gewestelijk directeurs weggelegd ter maximale voorkoming van willekeurige of nietige aanslagen?
2. Bent u ook hier bij voortdurendheid van oordeel dat de zogezegde "administratieve filter" afdoende moet blijven werken zodat het indienen van onnodige bezwaarschriften te allen prijze moet worden vermeden?
3. Binnen welke redelijke termijn verdient het administratief aanbeveling om op het laatste schrijven van de belastingplichtige nog behoorlijk, klantvriendelijk en gemotiveerd schriftelijk te reageren?
4.
a) Mag de verantwoordelijke taxatieambtenaar de in het drukwerk nr. 279T voorgestelde nieuwe belastbare grondslag naderhand nog aanpassen in het voordeel van de belastingplichtige?
b) Zo neen, om al welke gegronde wettige en/of administratieve redenen niet meer?
5. Kan u uw algemene pragmatische ziens- en handelwijze meedelen in het licht van voornoemde wettelijke bepalingen en procedures, in het kader van een klantvriendelijk en performant fiscaal bestuur en in het licht van alle beginselen van behoorlijk bestuur?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 30.08.2004)
Datgene wat de administratie in uitvoering van artikel 346, vijfde lid, en 352bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) meedeelt zijn de opmerkingen gemaakt door de belastingplichtige in antwoord op het bericht van wijziging of de kennisgeving van aanslag van ambtswege waarmee zij geen rekening houdt, met vermelding van de motieven die haar beslissing rechtvaardigen. Deze kennisgeving aan de belastingplichtige mag geen elementen bevatten die het onderwerp zouden moeten vormen van een nieuw bericht of een nieuwe kennisgeving zoals hiervoren bedoeld.
Rekening houdend met hetgeen voorafgaat, kan als volgt worden geantwoord op de door het geachte lid gestelde vragen.
1. a) Het antwoord is ontkennend.
b) De wijzigingsprocedure of de procedure van aanslag van ambtswege verzekeren dat op een maximale wijze voorkomen wordt dat arbitraire of onwettige aanslagen worden gevestigd. De door de taxatieambtenaar te volgen onderrichtingen in geval van niet-akkoord verzekeren terzake de nodige garanties.
2. Dat was juist de bedoeling van de invoering van de artikelen 346, vijfde lid en 352bis, WIB 1992.
3. Ik verwijs naar punt 1 a).
4. a) en b) Dit is in principe niet de bedoeling. Met de verzending van het bericht 279T wordt de taxatieprocedure afgesloten.
5. Ik verwijs naar de punten 1 tot 4 hiervoor.
Vraag nr. 336 van mevrouw Pieters dd. 30.03.2004
Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 45, blz. 6883-6885
Bericht van wijziging - Reactie op wederantwoord
VRAAG
Overeenkomstig de wettelijke bepalingen van artikel 346, vijfde lid, en artikel 352bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 moet aan de belastingplichtige vooraleer tot inkohiering van de voorgestelde nieuwe belastingaanslag mag worden overgegaan door de verantwoordelijke taxatieambtenaar door middel van een drukwerk nr. 279T onder aangetekende omslag eerst een voldoende gemotiveerd en ondertekend wederantwoord worden verzonden.
Dit wederantwoord bevat soms motieven of redenen die niet eerder in het bericht van wijziging van aangifte of in de kennisgeving van aanslag van ambtswege waren opgenomen.
In de praktijk valt het dan ook zeer geregeld voor dat de belastingplichtige of zijn gemandateerde op dit soms andersluidend wederantwoord onmiddellijk nog een betekenisvolle tegenreactie per post toezendt, e-mailt of doorfaxt en aanvullende feitelijke en/of juridische motieven, argumenten en beschouwingen en/of passende bewijsstukken aanbrengt die de taxatieambtenaar er normaliter meteen zouden moeten toe besluiten om de voorgestelde belastbare grondslag toch geheel of gedeeltelijk niet meer door te voeren.
Naar verluidt wordt over het algemeen echter hierop geen enkele schriftelijke reactie meer gegeven en wordt er laconiek toch tot taxatie en tot het opleggen van belastingverhogingen overgegaan. Terzake rijzen mede uit procedureel oogpunt de onderstaande algemene pertinente vragen.
1.
a) Moet de taxatieambtenaar en/of zijn verantwoordelijke dienstoverste op deze tegenreactie nog een schriftelijke en gemotiveerd antwoord (laten) formuleren?
b) Wat zijn uw concrete en praktische aanbevelingen dienaangaande en welke specifieke taak en/of filterrol is er terzake voor de lokale toezichthoudende managers of gewestelijk directeurs weggelegd ter maximale voorkoming van willekeurige of nietige aanslagen?
2. Bent u ook hier bij voortdurendheid van oordeel dat de zogezegde "administratieve filter" afdoende moet blijven werken zodat het indienen van onnodige bezwaarschriften te allen prijze moet worden vermeden?
3. Binnen welke redelijke termijn verdient het administratief aanbeveling om op het laatste schrijven van de belastingplichtige nog behoorlijk, klantvriendelijk en gemotiveerd schriftelijk te reageren?
4.
a) Mag de verantwoordelijke taxatieambtenaar de in het drukwerk nr. 279T voorgestelde nieuwe belastbare grondslag naderhand nog aanpassen in het voordeel van de belastingplichtige?
b) Zo neen, om al welke gegronde wettige en/of administratieve redenen niet meer?
5. Kan u uw algemene pragmatische ziens- en handelwijze meedelen in het licht van voornoemde wettelijke bepalingen en procedures, in het kader van een klantvriendelijk en performant fiscaal bestuur en in het licht van alle beginselen van behoorlijk bestuur?
ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 30.08.2004)
Datgene wat de administratie in uitvoering van artikel 346, vijfde lid, en 352bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) meedeelt zijn de opmerkingen gemaakt door de belastingplichtige in antwoord op het bericht van wijziging of de kennisgeving van aanslag van ambtswege waarmee zij geen rekening houdt, met vermelding van de motieven die haar beslissing rechtvaardigen. Deze kennisgeving aan de belastingplichtige mag geen elementen bevatten die het onderwerp zouden moeten vormen van een nieuw bericht of een nieuwe kennisgeving zoals hiervoren bedoeld.
Rekening houdend met hetgeen voorafgaat, kan als volgt worden geantwoord op de door het geachte lid gestelde vragen.
1. a) Het antwoord is ontkennend.
b) De wijzigingsprocedure of de procedure van aanslag van ambtswege verzekeren dat op een maximale wijze voorkomen wordt dat arbitraire of onwettige aanslagen worden gevestigd. De door de taxatieambtenaar te volgen onderrichtingen in geval van niet-akkoord verzekeren terzake de nodige garanties.
2. Dat was juist de bedoeling van de invoering van de artikelen 346, vijfde lid en 352bis, WIB 1992.
3. Ik verwijs naar punt 1 a).
4. a) en b) Dit is in principe niet de bedoeling. Met de verzending van het bericht 279T wordt de taxatieprocedure afgesloten.
5. Ik verwijs naar de punten 1 tot 4 hiervoor.
Bron: FisconetPlus
