Parlementaire vraag nr. 85 van de heer Christian Leysen van 17.11.2020

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/037 d.d. 03.02.2021, blz. 53

Taxshelter.

VRAAG (van de heer Leysen)

Via de taxshelter kan een vennootschap de culturele sector financieel steunen waarbij ze in ruil een ruime vrijstelling geniet van 356 %. De vrijstelling mag echter per boekjaar niet groter zijn dan 50 % van de belastbare reserves. Het uitkeren van de historisch aangelegde liquidatiereserves kunnen ervoor zorgen dat veel vennootschappen vanaf heden geen taxshelter meer kunnen doen omdat ze boven dit percentage dreigen te vallen.

Kan u verduidelijken of de uitkering van de liquidatiereserve invloed heeft op de capaciteit van de taxshelter? Immers, het gaat in dit kader om historisch opgebouwde reserves die worden uitgekeerd als liquidatiereserves, waarbij de aangroei van de reserves van het boekjaar zelf niet wordt aangetast. In het verleden werd geoordeeld dat dit geen principieel probleem was maar het kader ontbreekt.

Daarnaast kunnen momenteel heel wat podiumwerken niet worden geproduceerd en opgevoerd door de coronacrisis. De Algemene Administratie van de Fiscaliteit publiceerde op 25 mei 2020 de circulaire 2020/C/72. Artikel 16 staat toe dat een raamovereenkomst kan worden gewijzigd door een avenant, waarbij een ander in aanmerking komend werk dat erkend is in de zin van artikel 194ter, § 1, eerste lid, 4° of 194ter/1, § 2, 1°, WIB 92, wordt aangeduid.

Verschillende podiumkunstenaars hebben door de beslissing om activiteiten stop te zetten geopteerd om initiële te werken te vervangen door erkend werk van een andere producent. De FOD Financiën bepaalt dat enkel het in aanmerking komend werk zoals aangeduid in de raamovereenkomst eenmalig mag gewijzigd worden. Bijgevolg is er geen sprake van dat een contracterende partij mag gewijzigd worden. Echter, vanaf de datum van afsluiten van de raamovereenkomst wordt de productievennootschap juridisch eigenaar van de fondsen zodat het aan de tussenpersoon na die datum niet meer toekomt om de fondsen aan een andere partij toe te wijzen.

Het gevolg hiervan is dat de investeerder geen fiscaal en financieel voordeel krijgt en een belastingvermeerdering riskeert.

De circulaire biedt de mogelijkheid om het in aanmerking komende werk te wijzigen. Het lijkt dan ook logisch dat bij dergelijke wijzigingen de mogelijkheid bestaat dat het over een andere producent gaat dan bij het initiële in aanmerking komende werk. Indien dit echter niet de bedoeling was, dan had dit uitgesloten moeten worden.

Wat is uw standpunt? Kan u dit verduidelijken?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Het eerste deel van uw vraag heeft betrekking op de gevolgen van de uitkering van een dividend dat voortkomt van (een deel van) de liquidatiereserve voor de toepassing van het tax shelter stelsel.

Het tax shelter stelsel voorziet dat ten name van de in aanmerking komende investeerder de belastbare winst in het belastbare tijdperk waarin de raamovereenkomst is getekend binnen bepaalde grenzen en onder bepaalde voorwaarden kan worden vrijgesteld.

Per belastbaar tijdperk wordt die vrijstelling verleend ten belope van een bedrag beperkt tot 50 %, met een maximum van 750.000 euro, van de belastbare gereserveerde winst van het belastbare tijdperk vastgesteld vóór de samenstelling van de vrijgestelde tax shelter reserve. In de praktijk gaat het om de code 1080 van het vak 'Belastbare gereserveerde winst' van de aangifte in de vennootschapsbelasting.

Wanneer een vennootschap overgaat tot de uitkering van een dividend dat voortkomt van (een deel van) de liquidatiereserve, dan zal die uitkering in hetzelfde belastbare tijdperk een vermindering van de reserves tot gevolg hebben waardoor de belastbare gereserveerde winst van dat belastbare tijdperk zal verminderen of zelfs negatief kan worden. Het feit dat die dividenduitkering betrekking heeft op reserves van een vorig belastbaar tijdperk verandert daaraan niets, vermits de uitkering in het huidige belastbare tijdperk gebeurt waardoor de totale aangroei van de reserves tijdens dat belastbare tijdperk wordt beïnvloed (verminderd).

Wanneer de belastbare gereserveerde winst van de vennootschap in een bepaald belastbaar tijdperk positief is, maar de vennootschap er eveneens voor kiest om in hetzelfde belastbare tijdperk (een deel van) de liquidatiereserves uit te keren, zal dat bijgevolg logischerwijs een invloed hebben op het bedrag dat in het kader van het tax shelter stelsel maximaal kan worden vrijgesteld.

Met het tweede deel van uw vraag wenst u te vernemen of een wijziging van de in aanmerking komende productievennootschap eveneens mogelijk is en dat naar analogie met de mogelijkheid tot wijziging van het in aanmerking komend podiumwerk zoals dat voorzien is in de circulaire 2020/C/72 van 25 mei 2020 die een aantal tijdelijke fiscale maatregelen omvat in verband met de tax shelter vrijstelling.

De mogelijkheid tot wijziging van de raamovereenkomst waarnaar u verwijst is intussen opgenomen in artikel 9 van de wet van 20 december 2020 houdende tijdelijke ondersteuningsmaatregelen ten gevolge van de COVID-19-pandemie. Aangezien die tijdelijke fiscale maatregelen een uitzondering vormen op de regels inzake het tax shelter stelsel, moeten ze restrictief worden toegepast.

De raamovereenkomst wordt afgesloten tussen een in aanmerking komende productievennootschap en een in aanmerking komende investeerder zodat de vervanging van één van de partijen bij die overeenkomst geen avenant is aan de bestaande overeenkomst. Het gaat dan om een nieuwe afzonderlijke raamovereenkomst met eigen kenmerken en juridische gevolgen, zoals onder meer een nieuwe datum van afsluiting van de overeenkomst, waarmee rekening zal moeten worden gehouden voor de taks shelter vrijstelling.