Parlementaire vraag nr. 2082 van de heer Peter Dedecker en vraag nr. 2234 van mevrouw Griet Smaers d.d. van 25.02.2015
Mondelinge parlementaire vragen nr. 2082 van de heer Peter Dedecker en nr. 2234 van mevrouw Griet Smaers dd. 25.02.2015
Kamer, Integraal Verslag – Commissie voor de Financiën, 2014-2015 CRIV 54 COM 098 dd. 25.02.2015, blz. 15
Fiscaal regime voor journalisten inzake auteursvergoedingen - Fiscale behandeling van auteursrechten
VRAAG (van de heer Dedecker)
Dit is een oud zeer. Het is immers niet de eerste keer dat hierover een vraag wordt gesteld. Zoals u weet, heeft de wet van 16 juli 2008 inzake auteursrechten een fiscaal voordeelregime gecreëerd. Toch bleef er grote rechtsonzekerheid over de draagwijdte van dit fiscale regime - getuige de vele vragen die hierover werden gesteld - voor onder meer journalisten. Veel uitgevers van nieuwsmedia gingen in dat onduidelijke kader over tot de betaling van auteursrechtenvergoedingen aan hun journalisten. De betrokken journalisten gaven die inkomsten ook aan als een auteursrechtenvergoeding. Ondertussen is gebleken dat de fiscale ambtenaren, en dan vooral de BBI, die aangiften veelal verwerpen. Dit lijkt mij niet zo leuk voor betrokkenen. Een recente rondzendbrief, die op 22 oktober 2014 werd gepubliceerd, moest meer duidelijkheid brengen. Ik heb u daarover toen ook ondervraagd. Die rondzendbrief bepaalt immers dat journalisten volledig in fiscaal gunstige auteursrechtenvergoedingen worden betaald, voor zover de overeenkomst een cessie van auteursrechten bevat en de vergoeding daarvoor bepaalt. Ik heb deze problematiek aangekaart in een vergadering van 19 november 2014. Hoewel uw antwoord duidelijk was, blijven sommige fiscale ambtenaren, met name de BBI, die praktijk afwijzen. Op basis van de passage in uw antwoord “… voor zover die overeenkomst met de werkelijkheid overeenstemt”, laten sommige fiscale controleurs geen volledige vergoeding in auteursrechten toe. Veel journalisten worden op die manier geconfronteerd met zware rechtszettingen en zelfs boetes. Ik heb dan ook een paar vragen. Ten eerste, kunt u bevestigen dat journalisten met hun oorspronkelijk werk wel degelijk de bescherming genieten die de wet op de auteursrechten biedt ? Ten tweede, kunt u bevestigen dat de rondzendbrief 36/2014 effectief toelaat dat journalisten volledig in auteursrechtenvergoedingen worden betaald, voor zover aan de voorwaarden in de circulaire is voldaan, in het bijzonder wanneer het contract enkel de cessie van auteursrechten bepaalt en daarvoor de vergoeding regelt ? Ten slotte, kunt u bevestigen dat de circulaire ook van toepassing is op alle soortgelijke situaties sinds de invoering van de wet in 2008? Ik bedoel meer bepaald de situaties van vóór de publicatie van die rondzendbrief.
VRAAG (van mevrouw Smaers)
Mijnheer de minister, eind 2014 zei u in antwoord op een mondelinge vraag over dit thema dat een rondzendbrief duidelijkheid op het terrein zou moeten brengen. Net zoals ik vreesde, heeft dit echter helemaal geen duidelijkheid op het terrein gebracht en blijft er een verschillende interpretatie door de diensten van de BBI en de diensten van de FOD die mee verantwoordelijk waren voor het uitbrengen van de rondzendbrief. Het kan niet dat journalisten, in het kader van een onderzoek naar hun dossier, het slachtoffer worden van verschillende interpretaties door de diensten van de federale overheid en de dienst Financiën. Mijnheer de minister, ik heb u hierover zes vragen gesteld die u kunt vinden in mijn schriftelijke weergave. Ik hoop dat het antwoord nu wel meer duidelijkheid geeft over wie nu gelijk heeft in de behandeling van de dossiers en of er vooruitgang kan worden geboekt bij de afhandeling van dossiers die al lang strop zitten bij de BBI in het kader van deze problematiek.
ANTWOORD (van de Minister)
Ik ben van oordeel dat de wet van 16 juli 2008 geen of in elk geval onvoldoende rechtszekerheid heeft gecreëerd. Integendeel, voor de wet van 2008 konden de inkomsten uit auteursrechten fiscaal op verschillende manieren worden gekwalificeerd. Afhankelijk van de concrete omstandigheden in de interpretatie van de fiscale ambtenaren en rechters kon een dergelijk inkomen worden beschouwd als roerend inkomen, divers inkomen of beroepsinkomen. Sinds de inwerkingtreding van de wet vanaf 1 januari 2008 kunnen in bijna 95 % van de gevallen de inkomsten uit dergelijke rechten alleen als roerende inkomsten worden gekwalificeerd. De bepalingen van de wet van 16 juli 2008 kunnen alleen worden toegepast wanneer het gaat om inkomsten verkregen uit de cessie of de consessie van auteursrechten en naburige rechten, alsook van de wettelijke en verplichte licenties die betrekking hebben op een werk van letterkunde of kunst dat door de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten of door een overeenkomstige bepaling in het buitenlands recht wordt beschermd. De wet van 30 juni 1994, die tot de bevoegdheid van de FOD Economie behoort, geeft geen definitie van wat onder een werk van letterkunde en kunst moet worden verstaan, zodat het uiteindelijk aan de hoven en rechtbanken toekomt te beslissen wat wel of niet wordt beschermd. Inzake de toepassing van de door de geachte leden aangehaalde rondzendbrief kan ik op algemeen vlak bevestigen dat, indien het contract enkel verwijst naar een cessie of een concessie van auteursrechten en niet naar de prestatie van de kunstenaar, de volledige vergoeding wordt geacht betrekking te hebben op de cessie of de concessie van auteursrechten. De partijen zijn vrij te bepalen welk deel van de vergoeding betrekking heeft op auteursrechten en welk deel op prestaties. Zodra er geen twijfel is over het feit dat auteursrechten worden overgedragen, wat bij journalisten ongetwijfeld het geval is, kunnen de partijen vrij hun vergoeding omdelen of omslaan. De in de rondzendbrief opgenomen bepalingen zijn van toepassing sinds de invoering van de bedoelde wet van 2008. Zij gelden dus ook voor situaties die dateren van vóór de publicatie van de desbetreffende rondzendbrief. Het voorgaande geldt eveneens voor loontrekkende journalisten. Voor loontrekkers moet echter ook met de bepalingen uit het sociaal recht rekening worden gehouden. Ik wens eraan te herinneren dat de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken een autonome dienst binnen de FOD Financiën is. Ter zake is de dienst inzonderheid bevoegd voor het nemen van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken, waardoor elke belastingplichtige de mogelijkheid krijgt om van de FOD Financiën op voorhand een standpunt te krijgen omtrent de fiscale gevolgen van een welbepaalde verrichting of situatie, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad. De belastingplichtige is uiteraard vrij om al dan niet van de procedure gebruik te maken. Tot slot kan ik nog vermelden dat bij de Algemene Administratie van de BBI met betrekking tot de problematiek van de auteursrechten journalisten, 61 dossiers op het werkplan zijn geplaatst. Bij de controle van die dossiers dient de BBI uiteraard rekening te houden met de bepalingen zoals opgenomen in de rondzendbrief waarvan sprake.
CONCLUSIE (van de heer Dedecker)
Ik dank u voor uw uitgebreide en gedetailleerde antwoord. Op het einde licht u toe dat de BBI rekening moet houden met de bepalingen die in de rondzendbrief zijn vermeld. Dat is een heel belangrijke toelichting en ik hoop dat zij daar ook is ontvangen. U verwees ook naar de rulingdienst of de DVB. Deze dienst is inderdaad bedoeld om op voorhand rechtszekerheid te krijgen, maar dit zou niet nodig mogen zijn. Dat spreekt voor zich. Ter zake hebt u al voldoende duidelijkheid gegeven.
