Parlementaire vraag nr. 949 van de heer Ghesquière van 08.03.1994

VRAAG 94/949

Vraag nr. 949 van de heer Ghesquière dd. 08.03.1994


Bull. nr. 742, pag. 2787

Collectief akkoord - Receptiekosten - Relatiegeschenken - Restaurantkosten

Artikel 53, 8°, WIB 92, beperkt de aftrekbaarheid van restaurantkosten, receptiekosten en kosten voor relatiegeschenken tot 50 %. Er wordt geen definitie gegeven van wat die kosten zijn, noch wat ze omvatten. In de tekst van de wet zelf is er geen sprake van representatiekosten. Uit het antwoord op vraag nr. 39, van 24 november 1977, gesteld door de heer Ducobu (zie bulletin van Vragen en Antwoorden, buitengewone zitting 1977-1978, nr. 9, blz. 538 - Bull. 559), blijkt dat "uitgaven, waarvoor niet noodzakelijk bewijsstukken vereist bewijsstukken vereist zijn doorgaans in de representatiekosten worden ondergebracht", waarbij wordt verwezen naar het verslag van de commissie voor Financiën, (Gedr.stuk, Kamer, zitting 1972-1973, nr. 512/7, blz. 31) en van de administratieve commentaar (nr. 44/17.3). Die representatiekosten (zoals tractaties) worden dan ook meestal bij akkoord forfaitair bepaald terwijl de in artikel 53, 8° genoemde uitgaven wel degelijk met bewijsstukken worden gestaafd (facturen, BTW, ontvangstbewijzen, enzovoort).

Uit sommige collectieve akkoorden betreffende representatiekosten (bijvoorbeeld met de advocaten) blijkt trouwens dat zelfs na de invoering van die beperking tot 50 procent het forfait van 3 %, zoals voorheen, ongewijzigd behouden bleef op de eerste schijf van 1.000.000 Belgische frank honoraria.

Is de conclusie dan dat representatiekosten te onderscheiden zijn van restaurant-, receptiekosten en kosten van relatiegeschenken en bijgevolg niet onderworpen zijn aan de 50 % beperking ?

ANTWOORD

Representatiekosten die de aard hebben van restaurant- of receptiekosten of van kosten van relatiegeschenken vallen evenzeer onder de toepassing van de in artikel 53, 8°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 gestelde beperking tot 50 %.

Ik wens het geachte Lid er bovendien op te wijzen dat de beroepsmatige restaurantkosten worden geacht, behoudens andersluidende vermelding, te zijn opgenomen onder de rubriek representatiekosten van de collectieve akkoorden inzake beroepskosten.

Om die reden werd dan ook sinds aanslagjaar 1990 in die collectieve akkoorden rekening gehouden met de voormelde beperking tot 50 % (zie dienaangaande de administratieve commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, 342/59, laatste lid en 342/65, laatste lid).