Parlementaire vraag nr. 1040 van de heer Verstraeten van 17.09.1997

VRAAG 97/1040

Vraag nr. 1040 van de heer Verstraeten dd. 17.09.1997


Bull. nr. 782, pag. 1011

Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 104, blz. 14150-14152

Bedrijfsleidersverzekering. - Voortijdig vertrek.

VRAAG

Een vennootschap heeft op het hoofd van haar bestuurder een bedrijfsleidersverzekering afgesloten. We gaan er van uit dat de gestorte bedrijfsleidersverzekeringspremies voldoen aan de aftrekbaarheidsvoorwaarden van artikel 195, § 2, WIB 1992 en dat de betrokken premies niet kunnen worden beschouwd als belastbare voordelen in hoofde van de bestuurder. Tevens werd een pensioenovereenkomst met de betrokken persoon opgemaakt.

Op een bepaald ogenblik verlaat de bestuurder de vennootschap en wordt deze tewerkgesteld in een andere vennootschap. De eerder afgesloten bedrijfsleidersverzekering wordt premievrij gemaakt, zodat het pensioenkapitaal verschuldigd door de eerste vennootschap op pensioendatum contractueel wordt gereduceerd.

Op de oorspronkelijk geplande pensioendatum stort de verzekeringsmaatschappij het verschuldigde kapitaal aan de eerste vennootschap. Deze vennootschap betaalt op haar beurt het (gereduceerde) pensioenkapitaal aan de bestuurder.

De vraagstelling beoogt geen concreet geval, maar heeft een algemeen karakter daar de betrokken probleemstelling in de praktijk frequent voorkomt.

1. Is het kapitaal dat door de eerste vennootschap aan de bedrijfsleider wordt uitgekeerd fiscaal aftrekbaar ?

2. Op grond van de artikelen 52, 5°, en 60, WIB 1992, die beiden naar artikel 59 WIB 1992 verwijzen, zijn de pensioenuitkeringen binnen de 80 %-grens aftrekbaar.

Bijgevolg worden de pensioenen slechts als beroepskost aanvaard in de mate dat het toegekende bedrag gevormd had kunnen zijn door als beroepskost aftrekbare premies en bijdragen. Dergelijke premies zijn maar aftrekbaar wanneer ze niet meer bedragen dan 80 % van de laatste normale brutojaarbezoldiging en worden berekend naar de normale duur van een beroepswerkzaamheid.

Artikel 34, 2°, KB/WIB 1992 definieert het begrip "laatste normale brutojaarbezoldiging" als volgt:

"Laatste normale brutojaarbezoldiging: de brutojaarbezoldiging die, gelet op de vorige bezoldigingen van de werknemer, als normaal kan worden beschouwd en die hem is betaald of toegekend werd gedurende het laatste jaar voor zijn op pensioenstelling waarin hij een normale beroepswerkzaamheid heeft gehad ".

Welke bezoldiging in hogervermelde feitelijke omstandigheid dient te worden weerhouden als "laatste normale brutobezoldiging" om de aftrekbaarheid van het pensioenkapitaal in hoofde van de eerste vennootschap te beoordelen:

  • de brutojaarbezoldiging toegekend door de eerste vennootschap gedurende het laatste jaar van tewerkstelling binnen de eerste vennootschap;
  • de (afwezige) brutojaarbezoldiging toegekend door de eerste vennootschap gedurende het laatste jaar voor pensionering;
  • de brutojaarbezoldiging toegekend door de tweede vennootschap gedurende het laatste jaar voor pensionering;
  • eventueel andere bezoldigingen?


ANTWOORD

Ik heb de eer het geacht lid te verwijzen naar de bepalingen van nr. 195/33 van de administratieve commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, luidens welke het voortijdig vertrek van een bestuurder uit de vennootschap, d.w.z. vóór zijn pensionering, in principe geen beletsel vormt voor de toepassing van artikel 52, 5°, van het voormelde wetboek. Bij de berekening van de in artikel 59, eerste lid, van hetzelfde wetboek bedoelde 80 %-grens, moet in een dergelijk geval rekening worden gehouden met de door die bestuurder in de betrokken vennootschap werkelijk gepresteerde jaren en geldt als referentiebezoldiging de in die vennootschap genoten "laatste normale brutojaarbezoldiging".

Voor zover als nodig wordt de aandacht erop gevestigd dat, met ingang van het aanslagjaar 1998, de in artikel 195 van het meergenoemde wetboek de woorden "bestuurders en werkende vennoten" werden vervangen door "bedrijfsleiders".