Parlementaire vraag nr. 10910 van mevrouw Veerle Wouters van 15.05.2012

Mondelinge parlementaire vraag nr. 10910 van mevrouw Veerle Wouters dd. 15.05.2012

Beknopt verslag, Commissie van Financiën en de Begroting 485 van 15.05.2012, blz. 11

Vennootschapsbelasting

Belastbare grondslag in de Ven.B

VRAAG ( van mevrouw Wouters)

Tijdens de bespreking van de meest recente programmawet heeft de minister de uitzondering voor leningen bij financiële instellingen toegelicht, maar zonder enige verantwoording waarom factoring- en leasingmaatschappijen zich voortaan onbeperkt zouden mogen financieren in belastingparadijzen.

Zal de administratie deze onbeperkte financiering voortaan toelaten overeenkomstig artikel 198, 5de lid, van het WIB 92 en dus de onderkapitalisatieregel niet op deze leningen toepassen? Primeert een duidelijke wettekst of de bedoeling van de wetgever? Laat de nieuwe antimisbruikbepaling van artikel 344, § 1, van het WIB 92 de administratie voortaan toe om de duidelijke verwijzing in de wettekst naast zich neer te leggen en te verwijzen naar de bedoeling van de wetgeving zoals verwoord door de minister in de Senaat? Welke zekerheid hebben ondernemingen nog indien een duidelijke wettekst niet meer primeert op de bedoeling van de wetgever?

ANTWOORD ( van de heer Bogaert, staatssecretaris)

Het doel van de maatregel is niet om de factoring- en leasingmaatschappijen uit te sluiten van de bepaling van de onderkapitalisatie aangaande de belastingparadijzen.

De niet-toepassing van de maatregel voor de factoring- en de leasingmaatschappijen beoogt enkel artikel 198, 1ste lid, 11°, 2de streepje, van het WIB 92.

De aanpassing van de wettekst zal in elk geval worden uitgevoerd vóór de inwerkingtreding, ten laatste op 1 juli 2012. Zo zal er een duidelijke wettekst zijn die niet moet worden geïnterpreteerd.