Parlementaire vraag nr. 221 van mevrouw Veerle Wouters van 07.03.2013

Parlementaire vraag nr. 221 van mevrouw Veerle Wouters dd. 07.03.2013

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/108 dd. 04.10.2013, blz. 517

Belgische dividenden toegekend aan bepaalde inwoners in belastingparadijzen. - Vrijstelling roerende voorheffing

VRAAG

In "Vrij Gesteld - Beleggingsfiscaliteit: quo va dis?", TFR 2012, nr. 428, 807 vestigt Anton Van Zantbeek de aandacht op de complexiteit en obscuriteit van het stelsel van de bevrijdende roerende voorheffing. Zo haalt hij als voorbeeld aan dat volgens artikel 106, §2 KB/WIB 1992 geen roerende voorheffing wordt ingehouden op een Belgisch dividend indien dat dividend wordt toegekend aan (i) een buitenlander die (ii) geen winstoogmerk heeft en (iii) vrijgesteld is van inkomstenbelasting. Hij denkt dan aan Monegaskische natuurlijke personen of Liechtensteinse of Curaçaose stichtingen die deze vrijstelling genieten.

1. Hoeveel roerende voorheffing wordt er ingehouden op dividenden met betrekking tot Belgische aandelen wanneer de verkrijger een Belgische rijksinwoner is?

2. Waarom verzaakt België aan de bronheffing op dividenden met betrekking tot Belgische aandelen wanneer de verkrijger geen winstoogmerk heeft en gevestigd is in een belastingparadijs?

3. Moet hierbij een onderscheid gemaakt worden of België met het land al dan niet een dubbelbelastingverdrag of een Tax Information Exchange Agreement heeft gesloten?

4. Is deze vrijstelling in lijn met het gevoerde beleid om betalingen door vennootschappen met belastingparadijzen meer onder de aandacht van de fiscus te brengen (cf. artikel 198, §1, 10° WIB 1992) ten einde verschuiving van in België belastbare winst naar zulke landen tegen te gaan?

5. Wat is de ratio legis achter artikel 106, §2 KB/WIB 1992?

6. Wat is uw argumentatie om het verschil in behandeling tussen rijksinwoners en inwoners van belastingparadijzen te verdedigen?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

1) De aanslagvoet van de roerende voorheffing op dividenden wordt bepaald door artikel 269 WIB92. Vanaf 1 januari 2013 bedraagt hij 25 of 10 %.

2) Met betrekking tot artikel 106, § 2 van het Koninklijk besluit tot uitvoering van het voormelde Wetboek (KB/WIB 92), kan ik het geachte lid erop wijzen dat de Administratie de aandacht van mijn voorganger gevestigd had op de in haar vraag aangehaalde situatie. Mijn voorganger heeft vervolgens aan de bevoegde diensten de opdracht gegeven de bepaling in overeenstemming te brengen met de oorspronkelijke bedoeling van de regering, hetgeen einde vorig jaar heeft geleid tot een aanpassing. Voortaan wordt in het kader van het voormelde art. 106, § 2 enkel verzaakt aan de inning van de roerende voorheffing wanneer het gaat om dividenden van Belgische oorsprong, waarvan de verkrijger wordt geïdentificeerd als een spaarder niet-inwoner, zoals bedoeld in artikel 227, 3°, WIB 92, waarvan het maatschappelijk doel uitsluitend bestaat uit het beheer en het beleggen van fondsen ingezameld met het doel wettelijke of aanvullende pensioenen uit te betalen, die zich uitsluitend zonder winstoogmerk toelegt op verrichtingen bedoeld in artikel 182, 2°, WIB 92, en die in het land waarvan hij inwoner is, vrijgesteld is van inkomstenbelastingen

3) Het door het geachte lid omschreven verschil in behandeling is door de invoering van deze aanpassing weggewerkt. Reeds vóór die wijziging werd er geen onderscheid gemaakt al naargelang België met de betrokken landen al dan niet een dubbelbelastingverdrag of een Tax Information Exchange Agreement heeft gesloten.

4-5-6) Dit verzaken aan de inning past binnen het algemeen beleid om de internationale financieringsbronnen ter beschikking te stellen van de economie. Artikel 198, §1, 10°, WIB 92 heeft daarentegen een ander doel en voorziet erin dat betalingen aan belastingparadijzen niet aftrekbaar zijn ten name van vennootschappen die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting, wanneer niet voldaan is aan bepaalde voorwaarden. Hiermee sluit België aan bij de Europese beslissingen die werden genomen inzake de belastingparadijzen. Het gaat om twee verschillende bepalingen die elk een eigen doelstelling nastreven.