Parlementaire vraag nr. 448 van mevrouw Charlotte Verkeyn van 16.09.2025

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2025-2026, QRVA 56/028 d.d. 22.10.2025, blz. 183

Verzenden van nihil-aanslagbiljetten. - Aanvang bezwaartermijn. - Ontheffing correlatieve overbelasting

VRAAG (van mevrouw Verkeyn)

Artikel 304, § 1, derde lid WIB92 bepaalt dat de aanslagen in de personenbelasting, in de vennootschapsbelasting, in de rechtspersonenbelasting en in de belasting van niet-inwoners altijd ten kohiere worden gebracht, onafgezien het bedrag ervan tenzij de eindbelasting gelijk is aan de voorheffing zoals bepaald bij de artikelen 225, eerste lid, en 248, § 1° WIB92. Indien de effectieve belastingschuld na een fiscale controle 0,00 euro (nihil) bedraagt, verstuurt uw administratie blijkbaar niet steeds een aanslagbiljet naar de belastingplichtige. Dit heeft tot gevolg dat het voor de belastingplichtige niet duidelijk is of de fiscale administratie haar wijzigingen heeft behouden en wanneer de bezwaartermijn van één jaar begint te lopen. Evenmin is het duidelijk vanaf wanneer de bezwaartermijn in voorkomend geval wegens correlatieve overbelasting aanvangt.

1. Kunt u verduidelijken waarom in bepaalde gevallen wel een zogenaamde "nihil-aanslag" wordt verzonden en in andere gevallen dan weer niet?

2. Bestaat hieromtrent een instructie binnen de fiscale administratie?

3. Vanaf welk tijdstip kan een belastingplichtige bezwaar indienen tegen een gewijzigde aangifte indien de fiscale administratie geen nihil-aanslagbiljet verstuurt?

4. Kunt u verduidelijken wanneer de bezwaartermijn wegens correlatieve overbelasting voor het aanslagjaar X+1 begint te lopen indien er, na een fiscale controle waarbij de aangifte wordt gewijzigd, geen nihil-aanslagbiljet voor het gecontroleerde aanslagjaar X wordt verzonden?

5. Kan een belastingplichtige, in het geval er wel een aanslagbiljet wordt verzonden voor het gecontroleerde aanslagjaar X, maar geen nihil-aanslagbiljet voor aanslag X+1 wordt verzonden, een ontvankelijk bezwaarschrift wegens correlatieve overbelasting indienen voor het aanslagjaar X+1 naar aanleiding van de ontvangst van het aanslagbiljet voor het aanslagjaar X?

ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen)

1. Wat betreft de natuurlijke personen (personenbelasting en de belastingen niet inwoners) geldt als algemeen principe dat er steeds een aanslagbiljet wordt verstuurd, zelfs wanneer het te betalen saldo nul is. Voor rechtspersonen (vennootschapsbelasting, rechtspersonenbelasting en belasting niet inwoners) wordt indien na een fiscale controle er geen effectief belastbare bedragen zijn, enkel een aanvullende aanslag gevestigd en een aanslagbiljet verzonden als er een belastingverhoging wordt toegepast. Op deze wijze weet de belastingplichtige duidelijk dat een overtreding werd gesanctioneerd en deze belastingverhoging rang kan innemen. Als er nog geen aanvankelijke aanslag was gevestigd, zal er na de controle voor rechtspersonen normaal ook geen aanslag worden gevestigd indien er voor de betrokken aanslag geen belastbare of terugbetaalbare bedragen zijn.? Hierbij is het saldo niet relevant. Ook dan is er wel steeds een aanslag bij toepassing van een belastingverhoging.

2. Voor zowel natuurlijke als rechtspersonen coderen onze medewerkers eventuele wijzigingen aan de gegevens van de aangifte of bij gebrek aan aangifte het resultaat van de controle, in een applicatie. Bij de verwerking van deze gegevens past de applicatie de in punt 1 aangehaalde regels toe. Er zijn dus geen specifieke instructies voor onze medewerkers gezien dit applicatief wordt bepaald.

3. Voor de belastingen die krachtens 304, § 1, derde lid WIB92 in een kohier moeten worden opgenomen, is het noodzakelijk dat voorafgaandelijk een aanslagbiljet aan de belastingplichtige wordt verzonden om een bezwaarschrift in te dienen. Indien geen aanslag wordt gevestigd en bijgevolg ook geen aanslagbiljet wordt verzonden, is het overeenkomstig artikel 366 WIB92 niet mogelijk om een bezwaarschrift in te dienen. Wanneer een belastingplichtige een aanslagbiljet ontvangt, kan de belastingplichtige een bezwaarschrift indienen tegen deze aanslag, zelfs wanneer de ingekohierde belasting gelijk is aan 0 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2002-2003, nr. 156, blz. 20080)

4. Artikel 373 WIB92 verleent een uitzonderlijke bezwaartermijn om de belastingschuldige, waarvoor een aanvullende aanslag voor een bepaald aanslagjaar wordt gevestigd, in de mogelijkheid te stellen een bezwaarschrift in te dienen tegen de overbelasting die een nieuwe aanslag zou doen ontstaan voor één of meer aanslagen, die op naam van dezelfde belastingschuldige werden gevestigd en waarvoor de bij wet bepaalde bezwaartermijnen zijn verstreken. Voor een correlatieve overbelasting is bijgevolg het bestaan vereist van een nieuwe aanslag en van een overbelasting in een andere definitief geworden aanslag. Indien geen aanslag werd gevestigd voor het aanslagjaar X kan er geen sprake zijn van een correlatieve overbelasting.

5. Indien er geen aanslag werd gevestigd voor het aanslagjaar X+1, kan er voor dat jaar geen bezwaarschrift worden ingediend en is er ook geen sprake van een correlatieve overbelasting.