Parlementaire vraag nr. 555 van de heer Cooreman van 08.12.1993
VRAAG 93/555/2
Bull. nr. 737, pag. 890
Nieuw aandeel ingevolge de opneming van reserves
In navolging van een veel voorkomende praktijk in landen zoals o.m. Nederland, worden door sommige Belgische vennootschappen aan hun aandeelhouders nieuwe aandelen uitgekeerd naar aanleiding van de opneming van reserves in het kapitaal.
Alhoewel hierdoor het netto-actief van de onderneming niet wordt gewijzigd, zijn aan deze zogenoemde bonusaandelen zowel voor de vennootschap die ze uitgeeft als voor haar aandeelhouders voordelen verbonden. In plaats van tot de uitkering van reserves over te gaan zal de vennootschap in staat worden gesteld haar kapitaalstructuur te verstevigen. Anderzijds kunnen de aandeelhouders de effecten die ze gratis hebben gekregen later vervreemden, indien zij liever over geld beschikken of hun beleggingen wensen te spreiden.
Artikel 267, derde lid, WIB 92, bepaalt evenwel dat de uitreiking, ter vertegenwoordiging van inkomsten, van effecten die renderend kunnen zijn, ten belope van de waarde van de effecten met betaalbaarstelling wordt gelijkgesteld.
De verdeling van de bonusaandelen onder de aandeelhouders gebeurt echter niet ter vertegenwoordiging van nieuwe inkomsten en zou als dusdanig niet als een toekenning van belastbare dividenden mogen worden aanzien.
Kan de geachte minister mij bevestigen dat voormeld artikel 267, derde lid, niet van toepassing is bij uitreiking van nieuwe aandelen aan de aandeelhouders naar aanleiding van de opneming van reserves in het kapitaal en dat derhalve ten name van deze aandeelhouders geen belastbaar roerend inkomen ontstaat waarop de roerende voorheffing dient te worden ingehouden ?
ANTWOORD
Ik kan het geachte lid bevestigen dat, wanneer een Belgische vennootschap aan haar aandeelhouders nieuwe aandelen uitreikt naar aanleiding van de opneming van reserves in het kapitaal, dit niet als een toekenning van belastbare dividenden - waarop roerende voorheffing verschuldigd is - wordt beschouwd. Deze verrichting heeft immers niet tot gevolg dat aan de aandeelhouders een nieuwe rijkdom wordt toegekend die uit het vermogen van de vennootschap is gegaan maar heeft enkel tot gevolg dat het ongewijzigde totale deel van elke aandeelhouder in dat vermogen door een groter aantal aandelen wordt vertegenwoordigd (zie dienaangaande het nr. 12/9 van de administratieve commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen).
Bron: FisconetPlus
