Parlementaire vraag nr. 491 van de heer Vandenhove van 31.10.2000
VRAAG 00/491
Vraag nr. 491 van de heer Vandenhove dd. 31.10.2000
Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 62, blz. 6997-6999
Bull. nr. 814, pag. 979
Vergoedingen arbeidsongevallen
VRAAG
Tengevolge van een arrest (nr. 132/978) van het Arbitragehof van 9 december 1998, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 19 maart 1999, heeft de fiscale administratie op 1 januari 2000 officieel - via een mededeling in het Belgisch Staatsblad - een circulaire opgesteld waarin bepaald wordt dat bestendige vergoedingen voor een arbeidsongeval of beroepsziekte niet meer belast worden als ze geen daadwerkelijk verlies van inkomsten compenseren. Dit arrest heeft uiteraard gevolgen voor het verleden als het heden. Bijgevolg kunnen nu al de personen die voor 1 januari 2000 wegens blijvende ongeschiktheid een pensioen, rente of uitkering voor een arbeidsongeval of een beroepsziekte genieten bij de fiscale administratie een bezwaarschrift indienen daar zij onterecht deze inkomsten op de code 211 op de belastingaangifte hebben aangegeven en dit voor de inkomsten 1997 en 1998.
Aangezien de Administratie de afgelopen twee jaar het bovenvermeld arrest naast zich heeft neergelegd en bijgevolg toch deze vrijgestelde inkomsten in aanmerking heeft genomen bij de berekening, zijn betrokken personen gehouden een bezwaarschrift in te dienen voor de inkomsten van het jaar 1997 en 1998.
1. Zijn betrokkenen, gezien de door de Administratie opgestelde circulaire van 1 januari 2000, nu definitief vrijgesteld om desbetreffende vergoedingen aan te geven op hun belastingaangifte?
2. Kan u een termijn bepalen waarbinnen deze bezwaardossiers zullen worden afgehandeld?
ANTWOORD
1. Naar aanleiding van het arrest nr. 132/98 van 9 december 1998 van het Arbitragehof heeft het Parlement op mijn initiatief een wet gestemd waarbij het belastingstelsel wordt gewijzigd van de vergoedingen wegens blijvende ongeschiktheid die worden toegekend in het kader van de wetgeving op de arbeidsongevallen en beroepsziekten. Terzake verwijs ik naar de wet van 19 juli 2000 tot wijziging van de artikelen 34, ץ 1, en 39, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (Belgisch Staatsblad van 4 augustus 2000).
Die wetswijziging komt erop neer dat die vergoedingen worden vrijgesteld wanneer de verkrijger ervan een rust- of overlevingspensioen ontvangt of wanneer het percentage arbeidsongeschiktheid niet hoger is dan 20%.
Wanneer niet aan één van die voorwaarden is voldaan, is een gedeeltelijke vrijstelling van toepassing, namelijk ten belope van een bedrag dat als volgt wordt berekend:
vergoeding x 20% ----------------------- % arbeidsongeschiktheidHet belastbaar gedeelte is dan gelijk aan het bedrag van de vergoeding verminderd met de hierboven vermelde vrijstelling; met dien verstande dat de betrokkene eventueel mag bewijzen dat zijn inkomensverlies lager is dan dit belastbaar gedeelte.
2. De bovenvermelde wet treedt in werking met terugwerkende kracht vanaf aanslagjaar 1999, dat wil zeggen voor vergoedingen die in 1998 zijn betaald. De nieuwe vrijstellingsregeling gaat dus reeds in voor de vergoedingen die zijn betaald in het jaar waarin het Arbitragehof de uitspraak heeft gedaan.
Overeenkomstig artikel 4 van de voormelde wet van 19 juli 2000 zal de fiscale toestand van de betrokkene voor het aanslagjaar 1999 (inkomstenjaar 1998) ambtshalve worden rechtgezet en dit onder meer om de volgende redenen:
- om een massa bezwaarschriften te voorkomen;
- op de datum van publicatie van de wet (4 augustus 2000) was de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift voor aanslagjaar 1999, volgens de gebruikelijke procedure, reeds in een aantal gevallen verstreken;
- omdat de verkrijger op die manier geen of zeer weinig bijkomende formaliteiten moet vervullen.
Wat dit laatste betreft heeft de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (AOIF) daartoe de nodige gegevens rechtstreeks bij de uitbetalingsinstellingen opgevraagd. Het merendeel van de uitbetalingsinstellingen heeft die gegevens inmiddels verstrekt.
Die gegevens zullen dan ook binnenkort aan de lokale belastingdiensten worden toegezonden, zodat de ambtshalve rechtzettingen effectief kunnen worden aangevat.
Wegens het groot aantal te behandelen dossiers en de technische vereisten op het gebied van de opmaak van de berekeningsnota's, zullen deze rechtzettingen waarschijnlijk over het hele jaar 2001 worden gespreid. Gelet op de aanslagtermijnen die de AOIF in acht moet nemen, dienen de gewone aanslagen die op het aanslagjaar 2000 betrekking hebben noodzakelijkerwijze bij voorrang te worden gevestigd, zodat het merendeel van de desbetreffende rechtzettingen pas vanaf 30 juni 2001 effectief zal kunnen worden ingekohierd.
Om de betrokkene niet te benadelen bepaalt artikel 4, ץ 4, van voormelde wet van 19 juli 2000 echter dat de terugbetaling van de teveel betaalde belastingen moratoriuminteresten oplevert, voorzover het bedrag van de interesten minstens 200 frank per maand bedraagt.
Die ambtshalve rechtzetting zal ook worden doorgevoerd wanneer de betrokkene voor het aanslagjaar 1999 een bezwaarschrift heeft ingediend, zelfs indien over dat bezwaarschrift reeds een beslissing zou zijn genomen zonder dat met de nieuwe vrijstellingsregeling rekening is gehouden.
Voor de aanslagjaren die voorafgaan aan het aanslagjaar 1999 is een rechtzetting alleen mogelijk wanneer de betrokkene daartoe binnen de terzake gestelde termijnen een bezwaarschrift of verzoekschrift tot ambtshalve ontheffing heeft ingediend.
Tenslotte deel ik het geachte lid mee dat ik in de loop van de maand augustus 2000 tesamen met de directeur-generaal van de AOIF op basis van de gegevens van de uitbetalingsinstellingen die dergelijke vergoedingen betalen een informatiebrochure (300.000 exemplaren) aan de betrokkenen heb toegestuurd, waarin voormelde vrijstellingsregeling, evenals de procedures tot rechtzetting zijn uiteengezet.
