Parlementaire vraag nr. 21285 van de heer Benoît Piedboeuf van 22.11.2017

Kamer, Integraal Verslag – Commissie voor de Financiën, 2017-2018 CRIV 54 COM 768 dd. 22.11.2017, blz. 54

Cel Tax Shelter

VRAAG (van de heer Piedboeuf)

De cel Tax Shelter van de FOD Financiën zou volgens de producenten, dienstverleners en tussenschakels niet naar behoren werken. De achterstand bij de afgifte van de attesten loopt op en de investeerders maken zich ernstig zorgen.

De wetgever heeft de kosten vastgesteld die de producent in België moet maken. Door middel van controles moet er worden nagegaan of die kosten daadwerkelijk werden gemaakt, of de verhouding tussen de 'direct gerelateerde kosten' (ten minste 70%) en 'indirect gerelateerde kosten' (maximaal 30%) werd in acht genomen, en of uit deze kosten beroepsinkomsten voortvloeien in België ten name van de begunstigde.

Het was op geen enkel moment de bedoeling van de wetgever om de overheid te laten oordelen of de uitgaven aangewezen waren en de bedragen gerechtvaardigd. De controles zouden dus moeten worden bijgestuurd, zoniet dreigt het hele systeem te bezwijken onder het gewicht van de huidige controles.

Bent u het hiermee eens?

ANTWOORD (van de minister)

De moeilijkheden betreffen vooral de geherfactureerde prestaties, omdat deze uitgaven in sommige gevallen opnieuw gefactureerd worden met een winstmarge. Deze winstmarge is de compensatie voor een effectieve prestatie van de onderneming die verschilt van de geherfactureerde prestatie. Het productiehuis moet een verband leggen tussen de met een marge gefactureerde prestatie en de productie of exploitatie van het werk. De activa en het personeel van de onderneming waarnaar de winstmarge vloeit, kunnen als indicatoren dienen.

Een commissie die niet met een prestatie overeenkomt, wordt niet aanvaard.

Er moet bijzondere aandacht geschonken worden aan facturaties binnen de onderneming. De winstmarge zou eventueel als indirecte uitgave omschreven kunnen worden, terwijl de hoofd-prestatie als een directe uitgave beschouwd wordt.

Het herfactureren van buitenlandse uitgaven mag er niet toe leiden dat deze als binnenlandse uitgaven worden gezien.

Als een uitgave voor de realisatie, productie of exploitatie van een film als zodanig wordt aanvaard door de administratie, kan daaruit worden afgeleid dat ze voldoet aan de bepalingen van artikel 49 van het WIB, aangezien de uitgave in principe werd gedaan in het kader van de beroepsactiviteit van de onderneming, voor het verwerven of behouden van belastbare inkomsten.

Bepaalde uitgaven kunnen worden verworpen omdat ze niet in overeenstemming zijn met de in andere artikelen bepaalde beperking van de aftrek van de beroepskosten.

Het voornemen van de wetgever moet in zijn context worden gezien. In de door de sector aanvaarde nota, als bijlage gevoegd bij de hoorzittingen over de hervorming van de taxshelter, wordt verduidelijkt dat de aandacht van de ondertekenaars vooral uitgaat naar de kwaliteit en de kwantiteit van de Belgische uitgaven. Ze vragen gecentraliseerde en intelligente uitgavencontroles en ook dat een centrale eenheid, die goed thuis is in het vak, zo goed mogelijk nagaat of de aan de controles onderworpen uitgaven wel degelijk overeenstemmen met een economische realiteit voor de industrie. Het is logisch dat de onderzoekstermijnen langer worden ten gevolge van de door de sector gevraagde verscherping van de controles.