Parlementaire vraag nr. 15115 van mevrouw Veerle Wouters van 29.01.2013

Mondelinge parlementaire vraag nr. 15115 van mevrouw Veerle Wouters dd. 29.01.2013

Beknopt verslag 53, Commissie voor de Financiën en de Begroting 656 van 29.01.2013, blz. 22

Personenbelasting

Roerend inkomen

Roerend inkomen onderworpen aan de bijzondere heffing

Roerend inkomen verplicht aan te geven

Debetrente op een zichtrekening

Roerende voorheffing

VRAAG (van mevrouw Wouters)

Ook de rente op zichtrekeningen is onderworpen aan het afzonderlijke tarief van 21 procent en is dus in principe ook onderhevig aan de bijkomende heffing van 4 procent, maar de meeste mensen zijn in de overtuiging dat die 4 procent alleen slaat op effecten- en spaarrekeningen. Weinigen zullen eraan hebben gedacht om vóór 1 januari 2013 ook op hun zichtrekeningen de bijkomende heffing van 4 procent te laten inhouden.

Moeten alle roerende inkomsten worden aangeven die onder de tarieven van 25 en 21 procent vallen, hoe miniem ook de rente is die men begin januari ontving ? Kan men alsnog aan de bank vragen om de 4 procent te laten inhouden, aangezien die nog altijd de mogelijkheid heeft om de bijkomende heffing door te storten vóór 31 maart 2013, of is de minister bereid te tolereren of bij een eerstvolgende reparatiewet te aanvaarden dat alle dividenden en intresten niet moeten worden aangegeven wanneer men toevallig de zichtrekening over het hoofd heeft gezien ?

ANTWOORD (van de heer Vanackere, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)

Zoals toegelicht bij de programmawet heeft de regering een harmonisering inzake de fiscaliteit van de roerende inkomsten beslist. Voor de roerende inkomsten verkregen vóór 1 januari 2013 heeft de regering voorzien in een soepele overgangsregeling die zo weinig mogelijk administratieve rompslomp inhoudt voor de burgers, de financiële instellingen en de administratie. Voor de bespreking ten gronde verwijs ik nog eens naar de bespreking in de commissie van 18 december 2012.

Door die overgangsmaatregel kon iedere belastingplichtige tot 31 december 2012 aan de bank vragen om de bijzondere heffing van 4 procent in te houden en door te storten. De interest op een zichtrekening valt onder die overgangsregel, zoals die ook geldt voor al de roerende inkomsten belastbaar tegen 25 procent, al de inkomsten uit spaardeposito's die de vrijgestelde schijf van 1.830 euro overtreffen en al de roerende inkomsten belastbaar tegen 21 procent waarbij de bijkomende heffing van 4 procent niet is ingehouden.

Wanneer het totaal van die inkomsten in 2012 meer dan 20.020 euro bedraagt en de belastingplichtige roerende inkomsten heeft genoten waarop die 4 procent nog van toepassing is, maar die niet ingehouden of bijgestort is, dan is hij wettelijk verplicht om al zijn roerende inkomsten die de roerende voorheffing van 21 of 25 procent hebben ondergaan, alsook het niet-vrijgestelde deel van de spaardeposito's, in zijn aangifte in de personenbelasting te vermelden.

Het doorstorten door de bank kan tot 31 maart 2013, maar de inhouding zelf diende te gebeuren voor 31 december 2012. Een inhouding achteraf, na 31 december 2012, is wettelijk niet mogelijk.

De regels zijn vastgelegd in artikel 313 van het Wetboek van Inkomstenbelasting 1992 en werden toegelicht tijdens de commissievergadering en op de website van de FOD Financiën. Daarin staat uitdrukkelijk dat de bijkomende keuze moest worden gemaakt voor alle inkomsten van het jaar die onder de 21 procent-regel vielen. Dat bericht werd opgesteld in samenwerking met Febelfin, zodat ook de banken zelf die informatie konden doorgeven aan hun klanten. De wettelijke bepalingen daarover zijn voldoende duidelijk.

WEDERVRAAG (van mevrouw Wouters)

Zowel de banken als de burgers hebben de zichtrekeningen over het hoofd gezien.

WEDERANTWOORD (van de heer Vanackere)

De voorwaarde is dat men boven 20.020 euro uitkomt.

CONCLUSIE (van mevrouw Wouters)

Als men boven 20.020 euro uitkomt en besliste om daarop 25 procent te betalen, maar ergens een zichtrekening vergat mee te tellen, is men dan nog verplicht om het hele vermogen aan te geven om in orde te zijn? De algemene regels zijn duidelijk, maar het ging mij over dit concrete geval.