Parlementaire vraag nr. 682 van de heer Jenne De Potter van 07.01.2013
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/100 dd. 11.02.2013, blz. 78
Inkomstenbelastingen. - De institutionele sicav
VRAAG
In artikel 106, § 7, KB/WIB 1992 staat de volgende vrijstelling van roerende voorheffing op dividenden te lezen: "§ 7. Van de inning van de roerende voorheffing wordt volledig afgezien met betrekking tot dividenden waarvan de schuldenaar een beleggingsvennootschap is als vermeld in de artikelen 114, 118 en 119quinquies van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, met uitsluiting van de vastgoedbeleggingsvennootschappen met vast kapitaal als bedoeld in artikel 2, 1°, van het koninklijk besluit van 10 april 1995 met betrekking tot vastgoedbevaks, en waarvan de verkrijger wordt geïdentificeerd als een spaarder niet-inwoner. Die verzaking is niet van toepassing op het gedeelte van het uitgekeerde inkomen dat afkomstig is van dividenden die de beleggingsvennootschap zelf ontvangen heeft van een binnenlandse vennootschap." Dit is een bepaling die nog verwijst naar de de wet van 4 december 1990. De vrijstelling is van toepassing op de bevek (beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal), de bevak (beleggingsvennootschap met vast kapitaal) en de VBS (vennootschap voor belegging in schuldvordering). Bij wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles (intussen al vervangen door de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles) creëerde de wetgever een wettelijk kader voor de oprichting van instellingen voor collectieve belegging (ICB's) die zich uitsluitend richten tot institutionele beleggers. Voor wat de institutionele bevek betreft (beleggingsvennootschap met een veranderlijk aantal rechten van deelneming) volgden ter uitvoering twee koninklijke besluiten van 7 december 2007 (Belgisch Staatsblad 18 december 2007). De institutionele sicav wordt op fiscaal vlak gelijk gesteld met een publieke sicav en geniet ook het fiscaal regime bepaald door artikel 185bis WIB 1992. Echter, de vrijstelling zoals bepaald door artikel 106, § 7, KB/WIB 1992 kan op vandaag niet worden toegepast op dividenduitkeringen door een Belgische institutionele bevek aan een spaarder niet-inwoner, terwijl dit wel mogelijk is indien de schuldenaar van het dividend een publieke bevek is. Het blijkt dat er vanuit het buitenland veel interesse zou kunnen bestaan voor de Belgische institutionele bevek mits de vrijstelling zoals bepaald door artikel 106, § 7, KB/WIB 1992 ook zou kunnen worden toegepast op dividenden uitgekeerd door een institutionele bevek. 1. Kan u in deze uw mening te kennen geven? 2. Kan u bevestigen dat artikel 106, § 7, KB/WIB 1992 zo moet gelezen worden dat de vrijstelling op dividenduitkeringen aan spaarders niet-inwoners ook kan worden toegepast indien dividenden (uiteraard binnen de voorwaarden van artikel 106, § 7, KB/WIB 1992) worden uitbetaald door een institutionele bevek ?
ANTWOORD (van de heer Vanackere, Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)
Ik heb de eer het geachte lid mee te delen dat de verzaking van de inning van de roerende voorheffing, waarvan sprake in artikel 106, § 7, KB/WIB 92, in de huidige stand van de fiscale wetgeving, enkel van toepassing is indien de schuldenaar van de dividenden een beleggingsvennootschap is zoals vermeld in de artikelen 114, 118 en 119quinquies van de Wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten. Deze vennootschappen zijn voortaan bedoeld in respectievelijk de artikelen 15, 20 en 26 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles. Gelet op de aan de financiële wetgeving aangebrachte wijzigingen, hebben de gespecialiseerde diensten van mijn administratie mij een ontwerp van koninklijk besluit voorgelegd dat rekening houdt met de evolutie van de financiële wetgeving en in het bijzonder met de evolutie van het begrip "beleggingsvennootschap".
