Parlementaire vraag nr. 235 van de heer Willem-Frederik Schiltz van 07.03.2013
Parlementaire vraag nr. 235 van de heer Willem-Frederik Schiltz dd. 07.03.2013
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/158 dd. 25.04.2014, blz. 274
| Inkomstenbelastingen. - Intra-Europese vennootschappen. - Het "filialiseren" van de bestaande Belgische vaste inrichting |
VRAAG (van de heer Schiltz)
Het komt voor dat een "intra-Europese vennootschap" (zoals gedefinieerd in artikel 2, § 1, 5°, b)bis, WIB 1992) overgaat tot het "filialiseren" van haar bestaande Belgische vaste inrichting. Daarbij nemen we als hypothese de oprichting van een nieuwe Belgische dochtervennootschap door een intra-Europese vennootschap via de inbreng van de algemeenheid van goederen, aanwezig binnen haar bestaande Belgische vaste inrichting. De inbreng wordt uitsluitend vergoed doordat de intra-Europese vennootschap aandelen verwerft in de nieuwe Belgische dochtervennootschap. Het gaat dan om een verrichting zoals bedoeld in artikel 231, § 3, WIB 1992. Indien de ingebrachte Belgische vaste inrichting fiscaal overgedragen verliezen heeft, bestaat er onduidelijkheid inzake de overdracht van deze fiscaal overgedragen verliezen naar de nieuwe Belgische dochtervennootschap. Inzake de overdracht van vroeger geleden fiscale verliezen stelt artikel 240bis, § 1, WIB 1992 in haar aanhef "De beperkingen inzake overdracht van beroepsverliezen bedoeld in artikel 206, § 2, zijn van toepassing wat betreft de in de artikelen 229, § 4, 5e lid, en 231 bedoelde verrichtingen". Het lijkt echter dat hier enkel verwezen wordt naar het principe qua beperkingen inzake overdracht van beroepsverliezen, bedoeld in artikel 206, § 2, WIB, maar "niet naar de letterlijke tekst" van artikel 206, § 2, WIB 1992. Immers, artikel 240bis, § 1, WIB 1992 beschrijft daarna in haar 1° en 2° paragraaf hoe de beperkingen inzake overdracht van beroepsverliezen moeten worden toegepast. In haar 1° handelt het over de beperkingen inzake de overdracht van beroepsverliezen, geleden door de vóór de verrichting aanwezige Belgische vaste inrichting van de overnemende of verkrijgende vennootschap. Deze paragraaf is dus niet van toepassing inzake de filialisatie van een Belgische vaste inrichting vermits er voorheen geen "Belgische vaste inrichting van de overnemende of verkrijgende vennootschap" bestond. In haar 2° handelt het over de beperkingen inzake de overdracht van beroepsverliezen, geleden door (...) de overgenomen of gesplitste intra-Europese vennootschap binnen een Belgische vaste inrichting waarover deze vennootschap vóór de verrichting beschikte. Echter, deze paragraaf is evenmin van toepassing inzake de filialisatie van een Belgische vaste inrichting vermits de beperkingen qua overdracht enkel gelden in een Belgische vaste inrichting van de "overgenomen of gesplitste" intra-Europese vennootschap. Bij de filialisatie vindt er enkel een inbreng van een algemeenheid door de intra-Europese vennootschap plaats en is er van een fusie of splitsing geen sprake. Artikel 240bis, § 1, WIB 1992, dat deel uitmaakt van de belasting der niet-inwoners, spreekt zich dus niet uit over de situaties waarin een intra-Europese vennootschap een inbreng van een bedrijfsafdeling of van een algemeenheid van goederen verricht. Inzake vennootschapsbelasting behandelt artikel 206, § 2, WIB 1992 in haar zesde paragraaf echter wél de overdracht van verliezen naar aanleiding van een filialisatie, namelijk: "In geval van een verrichting als bedoeld in artikel 231, § 2 of § 3, is het 2e lid enkel van toepassing voor wat betreft de beroepsverliezen door de overgenomen, gesplitste of "inbrengende" vennootschap geleden vóór de verrichting binnen haar Belgische inrichting en wordt de in het tweede lid bedoelde verhouding vastgesteld enkel uitgaande van de fiscale nettowaarde van de Belgische inrichting vóór de verrichting in het totaal van de fiscale nettowaarden, eveneens vóór de verrichting, van de overnemende of verkrijgende binnenlandse vennootschap en die overgenomen of verkregen Belgische inrichting."
1. Kan uw administratie meedelen of de fiscale verliezen van de Belgische vaste inrichting op basis van artikel 206, § 2, 6e paragraaf, WIB 1992 overgedragen worden naar de nieuwe Belgische vennootschap?
2. Kan u meedelen of er zich geen wetswijziging opdringt waarbij artikel 240bis, § 1, 2°, WIB 1992 wordt uitgebreid tot de situaties waarin een intra-Europese vennootschap een inbreng van een bedrijfsafdeling of van een algemeenheid van goederen verricht die fiscaal neutraal is?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
Artikel 240bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) beoogt een andere situatie dan deze die wordt aangehaald. Dit artikel regelt de overdracht van vorige verliezen in de belasting van niet-inwoners vennootschappen in hoofde van de Belgische vaste inrichting waarover de buitenlandse overnemende of verkrijgende vennootschap beschikt na de verrichting. Artikel 206, § 2, 5e en 6e lid, WIB 92, heeft enkel betrekking op fusies en splitsingen waarbij een intra-Europese vennootschap is betrokken. Artikel 206, § 2, 6e lid, WIB 92 in het bijzonder bepaalt hoe de overdracht van de vorige verliezen wordt berekend in het geval van grensoverschrijdende fusies, splitsingen of gelijkgestelde verrichtingen. In de huidige stand van de interne wetgeving zijn de beroepsverliezen die werden geleden door een intra-Europese vennootschap binnen een Belgische inrichting naar aanleiding van de door het geachte lid in het tweede lid van zijn vraag bedoelde verrichting, niet overdraagbaar naar de Belgische dochtervennootschap van de intra-Europese vennootschap.
