Parlementaire vraag nr. 1169 van de heer Servais Verherstraeten van 22.09.2022
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/096 d.d. 07.11.2022, blz. 58
De minimale bedrijfsleidersbezoldiging
VRAAG (van de heer Verherstraeten)
In 2018 werd een verhoging van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging ingevoerd. De minimale bedrijfsleidersbezoldiging werd verhoogd van 36.000 naar 45.000 euro als één van de voorwaarden om gebruik te kunnen maken van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting (artikel 215, derde lid, 4° WIB 92). Dit verlaagd tarief kan enkel toegepast worden door kleine vennootschappen zoals gedefinieerd volgens artikel 1:24, §§1 tot 6, WVV. Gelijktijdig werd in 2018 een bijzondere aanslag ingevoerd voor elke vennootschap die geen of te weinig bedrijfsleidersbezoldiging uitkeert (artikel 219quinquies, WIB 92). Deze bijzondere aanslag werd in 2019 weer afgeschaft. 1. a) Hoeveel kleine vennootschappen hebben gebruik gemaakt van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting en dit voor inkomstenjaren 2018, 2019, 2020 en 2021? b) Hoeveel bedraagt de (geschatte) meeropbrengst in de personenbelasting ten gevolge van de verhoging van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging voor dezelfde inkomstenjaren? c) Hoeveel bedraagt de (geschatte) minderopbrengst in de vennootschapsbelasting ten gevolge van de verhoging van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging voor dezelfde inkomstenjaren? d) Hoeveel bedraagt de (geschatte) netto meeropbrengst voor de federale overheid (exclusief de sociale zekerheid) ten gevolge van de verhoging van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging voor dezelfde inkomstenjaren? e) Hoeveel bedraagt de (geschatte) meeropbrengst aan sociale bijdragen ten gevolge van de verhoging van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging voor dezelfde inkomstenjaren? 2. Hoeveel kleine vennootschappen hebben geen gebruik gemaakt van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting voor dezelfde inkomstenjaren?
ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)
1. a) en 2. De gevraagde statistieken kunnen in onderstaande tabel geraadpleegd worden. Wat het inkomstenjaar 2021 betreft (aanslagjaar 2022), loopt de primaire inkohiering tot en met 30 juni 2023. Hierdoor beschikt de FOD Financiën nog niet over gegevens voor dat aanslagjaar. 1. b tot e) De raming van de gevraagde gegevens kan in onderstaande tabel geraadpleegd worden. De raming van de meeropbrengst in de personenbelasting en voor de Sociale Zekerheid is gebaseerd op het verschil tussen het percentage van bedrijfsleiders met een bezoldiging tussen 36.000 euro en 45.000 euro tijdens de inkomstenjaren 2018 tot en met 2020 en het percentage voor de inwerkingtreding van de maatregel, namelijk tijdens het inkomstenjaar 2017. Deze raming wordt ook gebruikt om de daling in de ontvangsten VenB te berekenen doordat de verloning van bedrijfsleiders is toegenomen.
