Parlementaire vraag nr. 282 van mevrouw Veerle Wouters van 07.03.2013

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/129 dd. 12.09.2013, blz. 300

Vennootschapsbelastingen - Taxatie meerwaarde aandelen - Afzonderlijke taxatie aan 25% - Invloed op overdraagbare verliezen

VRAAG

Vanaf aanslagjaar 2013 wordt de vrijstelling van de meerwaarde op aandelen in de vennootschapsbelasting niet alleen gekoppeld aan de taxatievereiste zoals die geldt voor de DBI-aftrek (defenitief belastbare inkomsten) maar moet ook voldaan worden aan een permanentievoorwaarde. Indien de vennootschap de aandelen niet één jaar in bezit heeft, wordt de gerealiseerde meerwaarde afzonderlijk belast aan een tarief van 25% (te verhogen met drie opcentiemen aanvullende crisisbijdrage als bedoeld in artikel 463bis, §1, 1°, WIB 1992 tot 25,75%). In "Accountancy en Fiscaliteit" 2013, nr. 2, 5-6 wordt de vraag gesteld wat de invloed is van de afzonderlijke taxatie op de overdraagbare verliezen.

1. Is uw administratie van mening dat als in het jaar X het fiscaal resultaat uitkomt op een verlies van 80 dat overgedragen wordt naar het volgende jaar, waarin begrepen een meerwaarde belastbaar aan 25,75% ten belope van 20 in het jaar X+1: a) het fiscaal resultaat van + 100 mag worden verminderd met een overgedragen verlies van 80 waardoor de meerwaarde van 20 aan het normale tarief van 33,99% wordt belast, of; b) het fiscaal resultaat van + 100 mag worden verminderd met een overgedragen verlies van 100 waarbij 20 aan het afzonderlijk tarief van 25,75% wordt belast?

2. Mogen we besluiten dat vanaf aanslagjaar 2014 een "grote" vennootschap: a) een gerealiseerde meerwaarde op aandelen die niet voldoet aan de permanentievoorwaarde kan verrekenen met het overgedragen verlies, maar later belast zal worden aan 25,75%; b) een gerealiseerde meerwaarde op aandelen die wel voldoet aan de permanentievoorwaarde niet kan verrekenen met het overgedragen verlies, en onmiddellijk belast wordt aan 0,412%; c) een gerealiseerde meerwaarde op aandelen die niet voldoet aan de taxatievoorwaarde zoals die geldt voor de DBI-aftrek kan verrekenen met het overgedragen verlies, maar later belast zal worden aan 33,99%?

3. Aangezien vanaf aanslagjaar 2014 de meerwaarde op aandelen in de vennootschapbelasting op vier verschillende wijzen wordt behandeld (vrijstelling of taxatie aan 0,412%, 25,75% of 33,99%), maken deze recente begrotingsmaatregelen deel uit van uw 100 voorstellen om de belasting te vereenvoudigen?

ANTWOORD (van de heer Geens, Minister van Financiën)

1. Het gegeven voorbeeld is duidelijk geïnspireerd op het in "Accountancy Fiscaliteit" verschenen artikel dat door het geachte lid wordt aangehaald. De meerwaarde van 20 is begrepen in het negatieve resultaat van 80 van het jaar X. Dat overgedragen verlies wordt van het belastbaar resultaat van 100 van het jaar X+1 afgetrokken. Het bedoelde tarief van 25 % kan slechts worden toegepast op de meerwaarden op aandelen van het belastbare tijdperk waarin zij zijn verwezenlijkt of vastgesteld, en dit voor zover die meerwaarden geheel of gedeeltelijk begrepen zijn in de belastbare resterende winst van dat belastbaar tijdperk.

2. Ik veronderstel dat de voorbeelden betrekking hebben op de fiscale behandeling van meerwaarden op aandelen in het belastbare tijdperk waarin zij werden verwezenlijkt of vastgesteld. In deze hypothese kan het volgende worden meegedeeld: a) De hier bedoelde meerwaarden zijn begrepen in het positieve (of negatieve) resultaat van het belastbaar tijdperk waarvan in voorkomend geval de verschillende toepasselijke aftrekken in mindering kunnen worden gebracht. De aanrekening van die aftrekken op de verschillende bestanddelen van het inkomen, die respectievelijk tegen de in de artikelen 215 tot 217, 1° en 2°, WIB 92 vermelde tarieven belastbaar zijn, wordt aan de beoordeling van de belastingplichtige overgelaten, die aldus kan kiezen voor de meest voordelige verdeling. b) Geen van deze aftrekken kan worden aangerekend op de meerwaarden die tegen het tarief van 0,40 % belastbaar zijn (art. 207, tweede lid, WIB 92). c) De in dit onderdeel bedoelde meerwaarden zijn, zoals voorheen, eveneens begrepen in het positieve (of negatieve) resultaat van het belastbaar tijdperk waarop in voorkomend geval de verschillende toepasselijke aftrekken in mindering kunnen worden gebracht en zijn tegen het gewone tarief van de vennootschapsbelasting belastbaar wanneer ze geheel of gedeeltelijk voorkomen in de belastbare resterende winst van dat belastbaar tijdperk (zie 1).

3. Er werd in die zin geen voorstel weerhouden.