Parlementaire vraag nr. 12965 van de heer Delizée van 22.11.2006

Mondelinge parlementaire vraag nr. 12965 van de heer Delizée dd. 22.11.2006


Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 1106, blz. 4-5

Onroerende voorheffing - Vrijstelling - Pedagogische activiteiten - Onderwjs

VRAAG

Op het kadastraal inkomen van in België gelegen onroerende goederen wordt een onroerende voorheffing geheven. Er bestaat een aantal vrijstellingen, onder meer voor gebouwen waarin onderwijsgebonden activiteiten plaatsvinden.

In dat verband rijst, wat het onderwijs betreft, de vraag of het al dan niet om een exclusieve bestemming gaat, bijvoorbeeld in verband met de kleine particuliere musea. Terwijl de openbare musea een vrijstelling genieten, is dat niet het geval voor de particuliere musea. De ten dele openluchtmusea worden belast op grond van hun oppervlakte en daar zijn aanzienlijke bedragen mee gemoeid, voor musea die slechts over beperkte middelen beschikken.

Wat is de wettelijke en jurisprudentiële basis van die beslissingen? Hoe kan het door uw administratie gehanteerde criterium betreffende een "verhouding van meester tot leerling" nader worden omschreven? Is een rechtstreekse band met de kennisoverdracht noodzakelijk? Volstaat dat criterium om het begrip "onderwijs" te omschrijven?

ANTWOORD (van de heer Reynders, vice-eersteminister en minister van Financiën)

Krachtens artikel 253, 1° van het WIB 1992 is het kadastraal inkomen van de in artikel 12, § 1 van het WIB 1992 vermelde onroerende goederen of delen van onroerende goederen vrijgesteld van onroerende voorheffing.

Dat artikel voorziet in een uitzondering op de bepaling van artikel 7 van het WIB 1992 en moet op een restrictieve manier worden geïnterpreteerd. Wat de onroerende goederen of delen van onroerende goederen betreft die voor het onderwijs zijn bestemd, moet aan drie voorwaarden zijn voldaan: het ontbreken van een winstoogmerk, het systematische karakter van het onderwijs en de noodzakelijke bestemming voor didactische doeleinden.

Die voorwaarden moeten voor elk geval afzonderlijk worden beoordeeld. Ik ben bereid om na te gaan hoe de voorwaarden voor de vrijstelling opnieuw kunnen worden verduidelijkt, bijvoorbeeld op basis van een wetsvoorstel.