Parlementaire vraag nr. 280 van de heer Dirk Van der Maelen van 02.04.2015
Parlementaire vraag nr. 280 van de heer Dirk Van der Maelen dd. 02.04.2015
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2014-2015, QRVA 54/031 dd. 29.06.2015, blz. 310
Betalingen aan belastingparadijzen
VRAAG
Artikel 307, § 1 WIB 92 bepaalt onder meer de aangifteplicht van betalingen aan zogenaamde "belastingparadijzen". De betrokken staten worden gedefinieerd als "een Staat die :
a) ofwel gedurende het volledige belastbaar tijdperk waarin de betaling heeft plaatsgevonden, door het Mondiaal Forum van de OESO inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen, na een grondige beoordeling van de mate waarin de OESO-standaard op het gebied van uitwisseling van inlichtingen in deze Staat is toegepast, werd aangemerkt als een Staat die niet effectief of substantieel deze standaard toepast;
b) ofwel voorkomt op de lijst van Staten zonder of met een lage belasting." De aangifteplicht "betalingen aan belastingparadijzen" bestaat sinds 1 januari 2010. Graag had ik vernomen voor elk van de aanslagjaren sinds de aangifteplicht van kracht is :
1. het totaalbedrag van de aangegeven betalingen in het kader van de aangifteplicht "betalingen aan belastingparadijzen" per Staat die voorkomt op de lijst van Staten zonder of met een lage belasting;
2. het totaalbedrag van de aangegeven betalingen van de belastingplichtige die voor dat aanslagjaar het hoogste bedrag heeft aangegeven in kader van aangifteplicht "betalingen aan belastingparadijzen".
ANTWOORD (van de minister)
1. Het totaalbedrag dat door alle Belgische vennootschappen werd aangegeven in uitvoering van de bepalingen van het artikel 307, § 1, WIB 92 is opgenomen in de onderstaande tabel. Deze gegevens worden door middel van een bijlage gevoegd bij de aangifte in de vennootschapsbelasting aangegeven. Voor aanslagjaren 2011 en 2012 betreft het enkel de gegevens die via elektronische weg werden verkregen en niet de gegevens die op papier werden verkregen. Het betreft dus partiële gegevens. Voor aanslagjaar 2013 betreft het wel het totaal van de elektronische en papieren gegevens. Vanaf aanslagjaar 2014 ten slotte mogen deze gegevens enkel nog elektronisch verstrekt worden. Vanaf beide laatstgenoemde aanslagjaren zijn dus volledig representatieve gegevens beschikbaar. Wat de uitsplitsing per Staat betreft, dient aangestipt dat de administratie over geen volledige, gecentraliseerde uitsplitsing van de bovenvermelde gegevens beschikt per aanslagjaar.
2. Wat ten slotte uw vraag betreft inzake de belastingplichtige die het hoogste bedrag in deze problematiek heeft aangegeven kan op basis van de bepalingen van het artikel 337, WIB 92 inzake het beroepsgeheim dit gegeven niet worden medegedeeld.
