Parlementaire vraag nr. 44 van de heer Lode Vereeck van 28.02.2025

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2024-2025, QRVA 56/010 d.d. 07.04.2025, blz. 187


Fiscale boetes

VRAAG (van de heer Vereeck)

Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat wanneer een belastingplichtige op zijn belastingaangifte een eerste keer een fout maakt zonder kwaad opzet, hij daarvoor nooit mag bestraft worden met een belastingverhoging. Ondanks de uitspraak van het Grondwettelijk Hof houdt de fiscus vast aan haar oude werkwijze: een vergissing op de belastingbrief blijft automatisch leiden tot een belastingverhoging. In principe kan een belastingbetaler de boete vermijden als hij aantoont dat hij "te goeder trouw" heeft gehandeld, maar de procedure is complex en de belastingplichtige strijdt vaak met ongelijke wapens. 1. Hoeveel belastingverhogingen voor vergissingen legde de fiscus op in 2023? Graag een onderscheid per tarief van 10 % respectievelijk 20 %. 2. Hoeveel bedroeg het bedrag van bovenvermelde belastingverhogingen in 2023? Graag met hetzelfde onderscheid. 3. Hoeveel belastingverhogingen voor niet-vergissingen legde de fiscus op in 2023? Graag een onderscheid per tarief van 30 %, 50 %, 100 % en 200 %. 4. Hoeveel bedroeg het bedrag van bovenvermelde belastingverhogingen in 2023? Graag met hetzelfde onderscheid. 5. Hoe gaat het arrest van het Grondwettelijk Hof in de praktijk worden omgezet?

ANTWOORD (van de Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale Loterij)

1 en 2. De tabellen hieronder tonen het aantal dossiers met een belastingverhoging van 10 % of 20 % is verhoogd en het overeenkomstige totaalbedrag. Deze gegevens worden verstrekt voor het aanslagjaar 2023 (inkomen 2022), dat momenteel nog wordt verwerkt.

Tarief van de belastingverhoging/

Taux de l’accroissement d’impôt

Aantal dossiers/

Nombre de dossiers

Totaal bedrag/

Montant total

Personenbelasting/Impôt de personnes physiques

10%

36.192

14.841.893,70 €

20%

4.488

5.313.584,69 €

Totaal/Total

40.641

20.155.478,39 €

Vennootschapsbelasting/Impôt des sociétés

10%

17.081

32.995.310,89 €

20%

6.465

22.780.645,92 €

Totaal/Total

23.546

55.775.956,81 €

3 en 4. De tabellen hieronder tonen het aantal dossiers met een belastingverhoging van 30 %, 50 %, 100 % of 200 % is verhoogd en het overeenkomstige totaalbedrag. Deze gegevens worden verstrekt voor het aanslagjaar 2023 (inkomen 2022), dat momenteel nog wordt verwerkt.

Tarief van de belastingverhoging/

Taux de l’accroissement d’impôt

Aantal dossiers/

Nombre de dossiers

Totaal bedrag/

Montant total

Personenbelasting/Impôt de personnes physiques

30%

1.520

3.800.681,35 €

50%

2.163

11.630.269,86 €

100%

389

3.769.343,57 €

200%

317

5.586.900,78 €

Totaal/Total

4.389

24.787.195,56 €

Vennootschapsbelasting/Impôt des sociétés

30%

3.064

15.544.909,28 €

50%

1.716

22.448.361,66 €

100%

873

17.152.049,15 €

200%

888

26.094.353,74 €

Totaal/Total

6.541

79.239.673,83 €

5. In het kader van de prejudiciële vragen die haar zijn voorgelegd en die aanleiding hebben gegeven tot het arrest nr. 129/2024 van 21 november 2024, is het Grondwettelijk Hof niet ondervraagd over de grondwettelijkheid van artikel 444, lid 3, van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992, in die zin dat deze bepaling de fiscale administratie de mogelijkheid biedt om al dan niet af te zien van de minimale belastingverhoging van 10 % bij afwezigheid van kwade trouw van de belastingplichtige. Aangezien het Grondwettelijk Hof zich niet heeft uitgesproken over deze specifieke problematiek, is het onnodig om op dat punt een specifiek gevolg te geven aan dit arrest. Er wordt op gewezen dat in de komende Programmawet, in uitvoering van het Federaal Regeerakkoord, er een wijziging voorzien is aan artikel 444 WIB 92 waarbij er geen belastingverhoging wordt toegepast een eerste te goeder trouw begane overtreding. Goede trouw wordt, behoudens bewijs van het tegendeel, vermoed te bestaan bij de belastingplichtige die een eerste overtreding heeft begaan, behalve in geval van toepassing van artikel 351 WIB 92.