Parlementaire vraag nr. 240 van mevrouw Kattrin Jadin van 24.01.2011

Parlementaire vraag nr. 240 van mevrouw Kattrin Jadin dd. 24.01.2011

Vennootschapsbelasting

Maatschappelijk kapitaal

Roerende voorheffing

Verlaagde aanslagvoet van de RV

Opneming van reserves

Aandeel

VRAAG

Ik verwijs naar uw antwoord op parlementaire vraag nr. 793 van mevrouw Trees Pieters, waarin u bevestigt dat op het algemeen vlak, en dus niet enkel in het kader van een verrichting die ertoe strekt het bedrag van het maatschappelijk kapitaal af te ronden, het feit dat voor een vennootschap waarvan de aandelen aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 269, derde lid, b), van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 beantwoorden, en die wenst over te gaan tot een kapitaalverhoging door de incorporatie van reserves zonder uitgifte van nieuwe aandelen, dit in principe zonder gevolg is voor de toepassing van het verlaagd tarief van de roerende voorheffing op de toegekende of toegewezen dividenden aan de betreffende aandelen (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2005-2006, nr. 115, blz. 22209). Uw antwoord is eenduidig, maar toch verwijzen sommige controlekantoren van de directe belastingen nog altijd naar de verslagen van de commissie voor de Financiën van het Parlement (1993-1994, Parl. St. 1290-6, blz. 38 en de circulaire nr. Ci.RH.233/463.721 van 18 februari 1997, punt 64) en het antwoord op parlementaire vraag nr. 334 van 29 maart 2004 van de heer Carl Devlies (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2003-2004, nr. 45, blz. 6881) en passen ze op grond van die documenten het verlaagde tarief voor de roerende voorheffing van 15 procent niet toe wanneer een vennootschap besliste het bedrag van haar maatschappelijk kapitaal naar aanleiding van de omzetting in euro af te ronden door middel van een kapitaalverhoging via de incorporatie van een bescheiden bedrag aan reserves zonder uitgifte van nieuwe aandelen. 1. Werden er nieuwe instructies gegeven of zijn de instructies in het antwoord op parlementaire vraag nr. 793 van 17 mei 2005 van mevrouw Trees Pieters nog altijd van toepassing? 2. Zijn rechtszekerheid en een billijke behandeling van de belastingplichtigen verenigbaar met het feit dat ondernemingen verschillend behandeld worden afhankelijk van de plaats waar hun maatschappelijke zetel gevestigd is?

ANTWOORD

De door het geachte lid gestelde vraag beoogt een concreet geval dat bij mijn Administratie gekend is en waaraan geen algemene draagwijdte moet worden gegeven. Op principieel vlak bevestig ik mijn antwoord op de parlementaire vraag nr. 793 van 17 mei 2005 van mevrouw de volksvertegenwoordiger Trees Pieters (Vragen en Antwoorden Kamer, 2005-2006, nr. 115, blz. 22209) dat door het geachte lid wordt aangehaald. Er wordt benadrukt dat het voormelde antwoord maar een verduidelijking is van het standpunt dat werd uiteengezet door de minister van Financiën in de voorbereidende werkzaamheden van de wet van 30 maart 1994 tot uitvoering van het globaal plan op het stuk van de fiscaliteit, die de bedoelde fiscale bepaling heeft ingevoerd en op basis waarvan "een opname van reserves in het kapitaal niet als een inbreng kan worden beschouwd" (zie Parl. St. 1290/6-93-/94, blz. 38). Immers, een dergelijke opname van reserves naar aanleiding van een verhoging van het maatschappelijk kapitaal zonder de uitgifte van nieuwe aandelen wijzigt de wijze van volstorting van de reeds bestaande aandelen niet en doet bijgevolg, in principe, geen afbreuk aan het behoud van de toepassing van de verlaagde aanslagvoet van de roerende voorheffing zoals bedoeld in artikel 269, derde lid, b), WIB 92.