Parlementaire vraag nr. 1880 van de heer Marco Van Hees van 30.01.2024

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2023-2024, QRVA 55/134 d.d. 24.05.2024, blz. 177

Nieuw belastingstelsel in Dubai in de vrijhandelszones

VRAAG (van de heer Van Hees)

Bij federaal decreet nr. 47 van 31 januari 2022 werd in Dubai (Verenigde Arabische Emiraten - VAE) op 1 juni 2023 een vennootschapsbelasting van 9 % op winsten van meer dan 95.000 euro van kracht voor bedrijven, vennootschappen of vaste inrichtingen die buiten de vrijhandelszones opereren. De dividenden die die bedrijven ontvangen en de winsten uit transacties of herstructureringen binnen de groep worden vrijgesteld.

De activiteiten die in de vrijhandelszone uitgerold worden in de vorm van een dochteronderneming of een vaste inrichting worden onder de volgende voorwaarden vrijgesteld van vennootschapsbelasting:

- het bedrijf heeft er niet vrijwillig voor gekozen om aan de vennootschapsbelasting onderworpen te worden;

- het leeft de regels inzake verrekenprijzen na en beschikt over documentatie ter zake;

- het genereert inkomsten uit activiteiten die overeenkomstig de wetgeving van Dubai in aanmerking komen, d.w.z. inkomsten uit offshoreactiviteiten, aangezien de bedrijven in een vrijhandelszone geen economische activiteiten mogen verrichten die inkomsten genereren in Dubai;

- het bedrijf heeft een economische substantie die met de bepalingen van de belastingwetgeving van Dubai strookt.

1. Wat de dochteronderneming van een Belgisch bedrijf in de VAE-vrijhandelszone betreft, wordt Dubai in artikel 73quater KB/WIB92 voor de jaren 2023 en 2024 behouden. Dat zou ook het geval moeten zijn voor de komende jaren. Kunt u dat bevestigen?

2. Met betrekking tot de toepassing van de belastingvoorwaarde zoals bedoeld in artikel 203, § 1, eerste lid, 1° WIB 92 is de vrijstelling voor definitief belaste inkomsten (DBI) niet van toepassing, aangezien de belastingtarief nul is. Is de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken ertoe gemachtigd om af te wijken van die uitsluiting voor de in een vrijhandelszone gevestigde bedrijven die, nadat ze actief zijn geweest in de vrijhandelszone en daar niet aan vennootschapsbelasting onderworpen waren, voor een regeling met een verlaagde vennootschapsbelasting (VennB) zouden opteren (naar het voorbeeld van de ruling die in 2008 werd toegekend voor dividenden uitgekeerd aan Belgische vennootschappen door Tunesische 'tax holidays'-vennootschappen - die tien jaar lang geen vennootschapsbelasting moesten betalen - waarvan de vrijstelling van de vennootschapsbelasting afliep, wat de reden was voor de uitkering van de gecumuleerde onbelaste gereserveerde winsten)?

3. Kunt u bevestigen dat de verliezen van een dochteronderneming of vaste inrichting in een vrijhandelszone niet overdraagbaar zijn op het Belgische moederbedrijf?

4. Kunt u bevestigen dat de winsten van de offshoreactiviteiten van een vestiging in Dubai in een vrijhandelszone, die in Dubai niet belast worden omdat ze vrijgesteld worden van belasting, geïntegreerd worden in de winsten van het Belgische moederbedrijf en vervolgens vrijgesteld worden van de toepassing van het dubbelbelastingverdrag tussen België en Dubai, zoals het geval was voor winsten uit dezelfde bron vóór de invoering van de nieuwe belastingregeling in Dubai, zoals gespecificeerd in de omzendbrief AAF-2009-EAU, die tot op heden niet herzien werd?

5. Is het op grond van het ontbreken van een clausule van gelijke behandeling in artikel 23 van het dubbelbelasting-verdrag tussen België en Dubai of van de clausules van het MLI OESO-Verdrag mogelijk om het Belgische moederbedrijf niet vrij te stellen van de in Dubai vrijgestelde inkomsten voor de offshoreactiviteiten van zijn vaste inrichting in Dubai? Zo niet, waarom niet?

6. Wordt er hier geen situatie in stand gehouden waarbij het bedrijf twee keer niet belast wordt, hetgeen meer bepaald door middel van de BEPS-maatregelen (Base Erosion and Profit Shifting)aangepakt zou moeten worden?

ANTWOORD (van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding)

1. Ik kan u bevestigen dat ik geen intentie heb om Dubaï te laten schrappen van de lijst bedoeld in artikel 734quater van het KB/WIB 92.

2. In het algemeen, mag geen voorafgaande beslissing gegeven worden wanneer deze betrekking heeft op verrichtingen of situaties die gelinkt worden aan de lijst van Staten zonder of met een lage belasting die zijn opgenomen in het koninklijk besluit waarnaar artikel 307, § 1/2, derde lid, WIB 92, verwijst, met uitzondering van de landen waarmee een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting werd gesloten en op voorwaarde dat deze overeenkomst of enig ander verdrag in de uitwisseling van inlichtingen voorziet die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de nationale wetten van de overeenkomst sluitende staten.

De Republiek Tunesië is niet opgenomen op de bedoelde lijst van artikel 179 van het KB/WIB 92, en met de Verenigde Arabische Emiraten bestaat de bedoelde overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting, en dus zal de Dienst Voorafgaande Beslissingen kunnen beslissen in het geval zulk een vraag gesteld zou worden.

3. Als de winsten van een in Dubai gevestigde vaste inrichting bij verdrag worden vrijgesteld, zijn de verliezen van die vaste inrichting niet aftrekbaar in de vennootschapsbelasting.

Voor de toepassing van artikel 205/5, WIB 92, wordt een buitenlandse vennootschap enkel als een in aanmerking komende buitenlandse vennootschap aangemerkt indien ze gevestigd is in de Europese Economische Ruimte.

4 en 6. Door de toepassing van artikel 7 van de overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting afgesloten tussen België en de Verenigde Arabische Emiraten, zijn de winsten van een onderneming die inwoner is van België met een vaste inrichting in Dubai, die kunnen worden toegerekend aan die vaste inrichting, belastbaar in de Verenigde Arabische Emiraten.

Deze winsten zijn, overeenkomstig artikel 23 van de overeenkomst, vrijgesteld in België op voorwaarde dat ze werden belast in Dubai. Indien die winsten in Dubai zijn vrijgesteld, bijv. omdat de vaste inrichting zich in een vrijhandelszone bevindt, zou België kunnen oordelen dat deze winsten niet werden belast en bijgevolg weigeren deze winsten vrij te stellen. De overeenkomst afgesloten tussen België en de Verenigde Arabische Emiraten werd immers gewijzigd door de multilaterale overeenkomst ter implementatie van aan belastingverdragen gerelateerde maatregelen ter voorkoming van grondslaguitholling en winstverschuiving (MLI). Het MLI is onderhandeld op het niveau van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de G20 en wijzigt de dubbelbelastingverdragen die tussen twee of meer partijen bij het MLI gesloten werden. Het MLI is geratificeerd door zowel België (inwerkingtreding in België op 1 oktober 2019) als de Verenigde Arabische Emiraten (inwerkingtreding 1 april 2020), en wijzigt aldus het dubbelbelastingverdrag afgesloten tussen België en de Verenigde Arabische Emiraten.

Sinds deze wijziging bevat de overeenkomst een nieuwe preambule die zegt dat het niet de bedoeling is van de dub-belbelastingverdragen om mogelijkheden te scheppen tot niet-heffing of verminderde heffing van belasting door middel van het ontduiken of het ontwijken van belasting en dus toelaat om bijv. een vrijstelling te weigeren indien de keuze om de vaste inrichting in de vrijhandelszone te lokaliseren, genomen wordt met het oog op het creëren van een niet-belastingheffing door middel van praktijken van belastingontwijking of belastingontduiking.

5. De overeenkomst afgesloten tussen België en de Verenigde Arabische Emiraten bevat geen gelijkbehandelingsclausule. Een dergelijke clausule is aanwezig in een aantal andere overeenkomsten afgesloten door België en heeft betrekking op dividenden uitgekeerd door dochtervennootschappen van Belgische ondernemingen. Een vennootschap die inwoner is van België en aandeelhouder is van een vennootschap die inwoner is van een andere Staat, wordt in dat geval vrijgesteld van vennootschapsbelasting op dividenden betaald door de vennootschap die inwoner is van die andere Staat, in de mate dat deze vrijstelling zou worden verleend als beide vennootschappen inwoners zouden zijn van België. Artikel 23 van de overeenkomst afgesloten tussen België en de Verenigde Arabische Emiraten stelt daarentegen dat de dividenden die een vennootschap die inwoner is van België verkrijgt van een vennootschap die inwoner is van de Verenigde Arabische Emiraten, in België worden vrijgesteld van de vennootschapsbelasting onder de voorwaarden en beperkingen voorzien in de Belgische wetgeving.