Parlementaire vraag nr. 1230 van de heer Hancké van 27.09.1994

VRAAG 94/1230
Bull. nr. 746, pag. 619
Belastingvermindering - Conventioneel brugpensioen
De uitoefening van een openbare mandaat dat is ingegaan voor de ingangsdatum van het brugpensioen mag voor de bruggepensioneerden, die passen in het systeem van toegelaten activiteiten, worden voortgezet tot het verstrijkt zonder voorafgaande aangifte en zonder dat de beperkingen (inkomensgrenzen) van toepassing zijn. Een openbaar mandaat dat is begonnen of wordt vernieuwd na het ingaan van het brugpensioen, moet worden aangegeven binnen 30 dagen na het begin of de vernieuwing van het mandaat (de inkomensgrenzen zijn wel van toepassing). Het hier bedoelde mandaat is elk politiek mandaat (parlementslid, burgemeester, schepen, gemeenteraadslid, lid van de bestendige deputatie en provincieraad), een mandaat bij een openbare instelling, een instelling van openbaar nut of een vereniging van gemeenten, voorzitter of lid van een OCMW.
Voor het aanslagjaar 1988 (inkomsten 1987) bedraagt de belastingvermindering :
  • voor brugpensioen "oud stelsel" (brugpensioen, ingegaan voor 1 juni 1986 of in de periode van 1 juni 1986 tot 31 december 1986 ter uitvoering van een voor 1 juni 1986 neergelegde CAO) : 99.992 frank;
  • voor brugpensioen "nieuw stelsel" : 61.719 frank.
Die verlaging van de belastingvermindering t.o.v. het aanslagjaar 1987 is te wijten aan de progressieve vermindering van de personenbelasting ingevolge de indexering van de belastingschalen. Soms onderbreekt een bruggepensioneerde zijn brugpensioen volledig, gaat hij tijdelijk opnieuw werken en geniet tenslotte opnieuw een brugpensioen.
Welke belastingvermindering moet worden toegekend met betrekking tot dit laatste brugpensioen, indien dit na 31 mei 1986 inging en de betrokkene oorspronkelijk een brugpensioen genoot volgens het "oud stelsel" ?
ANTWOORD
Om te weten welke belastingvermindering moet worden toegekend met betrekking tot een brugpensioen dat een bruggepensioneerde na een tijdelijke werkhervatting opnieuw verkrijgt, in de veronderstelling dat dit ingaat na 31 mei 1986 en dat de belastingplichtige oorspronkelijk een brugpensioen "oud stelsel" verkreeg, moet worden gelet op de feitelijke toestand waarin de belastingplichtige zich bevindt op het ogenblik waarop hij opnieuw met brugpensioen gaat.
Indien het brugpensioen dat hem alsdan wordt uitbetaald de loutere herneming en voortzetting is van het vroegere brugpensioen, onder dezelfde voorwaarden als vóór de onderbreking, is de datum van het oorspronkelijk brugpensioen doorslaggevend voor de toekenning van de belastingvermindering.
Dit betekent dat wanneer de betrokkene aldus terugvalt op een vóór 1 juni 1986 ingegaan brugpensioen, hij opnieuw de specifieke vermindering voor brugpensioenen kan verkrijgen. Voor het aanslagjaar 1994 bedraagt de maximumbelastingvermindering in verband met zulke brugpensioenen 108.016 frank voor alleenstaanden en 118.016 frank voor echtgenoten.
Indien de betrokkene na zijn tijdelijke werkhervatting evenwel voor een brugpensioen opteert waarop de bepalingen van een andere collectieve arbeidsovereenkomst dan de oorspronkelijke van toepassing zijn, moet dit laatste als een nieuw brugpensioen worden beschouwd.
Dit betekent dat als het nieuwe brugpensioen in de periode van 1 juni 1986 tot 31 december 1986 is ingegaan ter uitvoering van een na 31 mei 1986 neergelegde collectieve arbeidsovereenkomst of na 31 december 1986 ingaat, de betrokkene niet langer op de specifieke vermindering voor brugpensioenen, doch nog slechts op de algemene vermindering voor pensioenen aanspraak heeft. Voor het aanslagjaar 1994 bedraagt de maximumbelastingvermindering voor brugpensioenen (nieuw stelsel) 59.653 frank voor alleenstaanden en 69.653 frank voor echtgenoten (cf. nr. 146/5 van de Administratieve commentaar op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992).