Parlementaire vraag nr. 269 van de heer Josy Arens van 01.03.2021
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/045 d.d. 31.03.2021, blz. 156
Dienst Voorafgaande Beslissingen
VRAAG (van de heer Arens)
In 2008 heeft meester Afschrift het feit gehekeld dat de adviezen van de Dienst Voorafgaande Beslissingen het middel waren om de voor de belastingplichtige gunstige fiscale gevolgen van deze of gene verrichting ondergeschikt te maken aan een reeks voorwaarden die geen rechtsgrondslag hebben (Le respect du principe de légalité de l'impôt par le Service des Décisions Anticipées, Revue Générale de Contentieux Fiscal, 2008, nr. 6, blz. 441 en volgende).
1. Vindt u heden dat die kritiek gerechtvaardigd was en nog steeds is?
2. Moet de belastingplichtige bij een controle bewijzen dat hij de in de voorafgaande beslissing gestelde voorwaarden nageleefd heeft of moet de belastingdienst bewijzen dat die voorwaarden niet nageleefd werden?
ANTWOORD (van de Minister van Financiën)
1. Zoals uit de definitie van een voorafgaande beslissing blijkt (opgenomen in artikel 20, 2e lid, van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsbelasting inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken), wordt een voorafgaande beslissing gegeven op basis van de van kracht zijnde bepalingen. De Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB), evenals de andere diensten van de FOD Financiën, is dan ook niet gemachtigd voorwaarden op te leggen welke niet in de wet terug te vinden zijn. De DVB dient echter regelmatig begrippen die in ons fiscaal wetboek voorkomen te interpreteren. Zo kan ik als voorbeeld verwijzen naar de begrippen "normale verrichtingen van beheer van een privévermogen" opgenomen in artikel 90 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en "zakelijke overwegingen" opgenomen in artikel 183bis, WIB 92. Door een aantal engagementen te vragen, wordt door de DVB enkel verduidelijking verschaft over de invulling van deze begrippen door de FOD Financiën.
Ik meen dat de DVB meer duidelijkheid verschaft aan de belastingplichtigen door bepaalde begrippen te concretiseren.
2. Artikel 23 van de wet van 24 december 2002 beoogt de rechtszekerheid te garanderen en stelt dat de voorafgaande beslissing de FOD Financiën bindt voor de toekomst, behalve indien de voorwaarden waaraan de voorafgaande beslissing is onderworpen niet vervuld zijn of indien blijkt dat de situatie of de verrichtingen door de aanvrager onvolledig of onjuist omschreven zijn, of indien essentiële elementen van de verrichtingen niet werden verwezenlijkt op de door de aanvrager omschreven wijze.
De rechtszekerheid geboden door een voorafgaande beslissing bindt dus alle diensten van de FOD Financiën, behalve indien deze aantonen dat de voorwaarden of essentiële elementen van de verrichtingen niet werden nageleefd. Indien dit het geval is, zal er voorafgaand een overleg plaatsvinden tussen de betrokken dienst van de FOD Financiën en de Dienst Voorafgaande Beslissingen teneinde na te gaan of de voorafgaande beslissing alle diensten van de FOD Financiën nog steeds bindt.
