Parlementaire vraag nr. 309 van de heer Jaak Gabriëls van 30.11.1992
Bull. nr. 726, pag. 893
Onroerende voorheffing. - Vermindering. - Gehandicapten.
Sommige ontvangers wijzen de aanvragen van gehandicapte bejaarden voor een vermindering van onroerende voorheffing af op grond van interne richtlijnen die bepalen dat de ontoereikendheid of de ongeschiktheid moet ontstaan zijn voor het bereiken van de leeftijd van 65 jaar.
In mijn vraag nr. 32 van 1 april 1988 wees ik reeds op een gelijkaardige interpretatie van de administratie inzake de personenbelasting (zie bulletin van Vragen en Antwoorden, Kamer, 1988, nr. 9, blz. 669). De aangeklaagde anomalie werd hersteld door de 6" book="OTHER">6
Geeft u de administratie opdracht de interne richtlijnen aan te passen aan de bepalingen van de wet ?
ANTWOORD
Ik heb de eer het geacht lid te melden dat, gelet op artikel 6, § 7, van de wet van 7 december 1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen - artikel dat niet terug te vinden is in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 -, voor de personenbelasting en de onroerende voorheffing identieke criteria in aanmerking worden genomen voor het toekennen van de vermindering wegens invaliditeit.
Ik wens trouwens aan te stippen dat aan de betrokken diensten van de Administratie der directe belastingen richtlijnen in die zin werden verstrekt (cf. rondzendbrief van 3 augustus 1990, nr. Ci.D. 19/402.192, Bulletin der belastingen van de maanden augustus-september 1990, nr. 697, blz. 2268 en van 15 oktober 1990, zelfde nr., Bulletin der belastingen van de maand december 1990, nr. 700, blz. 3229).
Onroerende voorheffing. - Vermindering. - Gehandicapten.
Sommige ontvangers wijzen de aanvragen van gehandicapte bejaarden voor een vermindering van onroerende voorheffing af op grond van interne richtlijnen die bepalen dat de ontoereikendheid of de ongeschiktheid moet ontstaan zijn voor het bereiken van de leeftijd van 65 jaar.
In mijn vraag nr. 32 van 1 april 1988 wees ik reeds op een gelijkaardige interpretatie van de administratie inzake de personenbelasting (zie bulletin van Vragen en Antwoorden, Kamer, 1988, nr. 9, blz. 669). De aangeklaagde anomalie werd hersteld door de 6" book="OTHER">6
Geeft u de administratie opdracht de interne richtlijnen aan te passen aan de bepalingen van de wet ?
ANTWOORD
Ik heb de eer het geacht lid te melden dat, gelet op artikel 6, § 7, van de wet van 7 december 1988 houdende hervorming van de inkomstenbelasting en wijziging van de met het zegel gelijkgestelde taksen - artikel dat niet terug te vinden is in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 -, voor de personenbelasting en de onroerende voorheffing identieke criteria in aanmerking worden genomen voor het toekennen van de vermindering wegens invaliditeit.
Ik wens trouwens aan te stippen dat aan de betrokken diensten van de Administratie der directe belastingen richtlijnen in die zin werden verstrekt (cf. rondzendbrief van 3 augustus 1990, nr. Ci.D. 19/402.192, Bulletin der belastingen van de maanden augustus-september 1990, nr. 697, blz. 2268 en van 15 oktober 1990, zelfde nr., Bulletin der belastingen van de maand december 1990, nr. 700, blz. 3229).
Bron: FisconetPlus
