Parlementaire vraag nr. 1027 van de heer Tavernier van 08.09.1997
VRAAG 97/1027
Vraag nr. 1027 van de heer Tavernier dd. 08.09.1997
Bull. nr. 781, pag. 783
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 109, blz. 14767-14770
Vermindering OV. - Formulier.
SAMENVATTING
De verminderingen (OV) worden, eenmaal ze voor een welbepaald aanslagjaar - op aanvraag van de belastingschuldige van de OV of desgevallend de huurder van de woning - werden verleend, in principe automatisch voor de volgende aanslagjaren berekend.
Er moet worden opgemerkt dat het gebruik van het speciaal formulier 179.1 daarbij niet verplicht is. In principe volstaat een brief waarin het jaar en het onroerend goed waarvoor en de redenen waarom men recht op vermindering van OV meent te hebben, worden gespecificeerd.
VRAAG
Wat de onroerende voorheffing betreft, kunnen verminderingen worden toegestaan om verschillende redenen, zo onder meer als het gaat om een bescheiden woning, bij invaliditeit of oorlogsinvaliditeit. Op de keerzijde van het aanslagbiljet onroerende voorheffing is vermeld: "Indien verminderingen waarop u aanspraak kunt maken niet of niet volledig in de rubriek 12 op de voorzijde werden toegekend, kunt u ze aanvragen door middel van een gemotiveerd bezwaarschrift (...). Dit bezwaarschrift moet worden ingediend bij de gewestelijke directeur (zie adres op voorzijde) (...)".
Het lijkt er dus op dat verminderingen waarop de belastingplichtige recht heeft, de ene keer al worden toegekend, een andere keer speciaal moeten worden aangevraagd. Verder blijkt dat de Administratie der directe belastingen een speciaal formulier heeft ("Aanvraag om vermindering van de onroerende voorheffing") dat moet worden gebruikt om een vermindering aan te vragen. Dit formulier dient bij de Administratie der belastingen aangevraagd. Er wordt dus niet op de keerzijde van het aanslagbiljet vermeld dat er een speciaal formulier is en dat men dit moet aanvragen. Dit lijkt toch een lacune.
Fundamenteler is de werkwijze zelf: de belastingplichtige moet al nauwkeurig de kleine lettertjes van de keerzijde van het aanslagformulier lezen, dan een speciaal formulier vragen aan de administratie, heel wat rubrieken invullen om het formulier dan door te sturen aan de betrokken dienst, dit terwijl het gaat om een vermindering waarop betrokkene wettelijk recht heeft. De bevolkingsgroep die op deze vermindering kan beroep doen bevat, gezien de voorwaarden (bescheiden woning, ...), zeker een proportioneel hoger aantal laaggeschoolden dan de doorsnee bevolking. Voor hen is dergelijke paparassenmolen uiteraard een extra drempel om van de vermindering te genieten. De vraag rijst dan ook waarom deze vermindering niet systematisch kan worden toegekend of waarom er geen administratief eenvoudiger werkwijze kan worden gevolgd.
1.
2. Deelt u mijn mening dat het feit dat men de vermindering zelf moet aanvragen via een speciaal formulier, dat niet eens bij het aanslagbiljet gevoegd is, een complexe handelwijze is die gebruiksonvriendelijk is?
3. Waarom wordt deze aanpak niet vereenvoudigd (door bijvoorbeeld, zeker de eerste keer, een formulier voor de aanvraag voor een vermindering onmiddellijk mee te sturen naar de belastingplichtige)?
4.
ANTWOORD
Het geacht lid gelieve hierna het antwoord te vinden op zijn vragen.
1. De verminderingen van onroerende voorheffing (OV) bepaald bij artikel 257, 1° tot 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) worden, eenmaal ze voor een welbepaald aanslagjaar - op aanvraag van de belastingschuldige van de OV of desgevallend de huurder van de woning - werden verleend, in principe automatisch voor de volgende aanslagjaren berekend, onder voorbehoud van de wijzigingen in de toestand die aan de administratie worden medegedeeld of die de administratie tijdens haar onderzoek zou vaststellen.
2. In het punt 2 van mijn antwoord op de parlementaire vraag nr. 265 van de heer Loones van 13 juni 1997(Vragen en Antwoorden, Senaat, 1996-1997, nr. 1-53, blz. 2698) wordt uitvoerig uiteengezet waarom de vermindering bedoeld in artikel 257, 3°, WIB 92 niet van meetaf aan automatisch kan worden verleend en waarom het indienen van een aanvraag bij de betrokken dienst der Directe belastingen de meest aangewezen manier is om gemakkelijk de vermindering van OV te verkrijgen. Deze uiteenzetting geldt, mutatis mutandis, eveneens voor de in artikel 257, 1° en 2°, WIB 92 bedoelde verminderingen.
Er moet echter worden opgemerkt dat het gebruik van het speciaal formulier 179.1 "Aanvraag om vermindering van de onroerende voorheffing" daarbij niet verplicht is, doch voorkomt dat aan de rechthebbende van de vermindering bijkomende inlichtingen moeten worden gevraagd. Het formulier 179.1 bevat immers een omstandige vragenlijst. In principe volstaat echter een brief waarin het jaar en het onroerend goed waarvoor en de redenen waarom men recht op vermindering van OV meent te hebben, worden gespecificeerd.
3. De verminderingen bedoeld in artikel 257, 2° en 3°, WIB 92 worden verleend ten gunste van de bewoner van de woning, in veel gevallen de huurder ervan. Het aanvraagformulier 179.1 kan dan ook zowel door de wettelijke belastingschuldige van de OV als door de bewoner-huurder van de woning worden gebruikt.
Het aanslagbiljet inzake OV wordt echter aan de belastingschuldige van deze belasting, namelijk aan de eigenaar, de bezitter, de erfpachter, de opstalhouder of de vruchtgebruiker van het betreffend onroerend goed gezonden. Indien men een aanvraagformulier 179.1 zou meesturen met het aanslagbiljet inzake OV, zou dus slechts een gedeelte van de potentiële rechthebbenden worden bereikt.
4.
------------------------------------------------------------------------- Aard van de vermindering Aanslagjaar -------------------------------------------------- Bescheiden Kinderen en Groot-oorlogs- woning gehandicapte verminkte personen ten laste ------------------------------------------------------------------------- 1995 905.366 916.023 392 1996 921.302 926.909 344 -------------------------------------------------------------------------
De per kohier verleende verminderingen omvatten hoofdzakelijk de onder 1. aangehaalde automatisch verleende verminderingen. Daarnaast worden nog verminderingen van OV verleend op vraag van de belanghebbende en bij beslissing van de bevoegde gewestelijke directeur der directe belastingen. Over het aantal personen aan wie de diverse verminderingen van OV per beslissing werden verleend zijn echter geen statistische gegevens voorhanden.
Vraag nr. 1027 van de heer Tavernier dd. 08.09.1997
Bull. nr. 781, pag. 783
Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 109, blz. 14767-14770
Vermindering OV. - Formulier.
SAMENVATTING
De verminderingen (OV) worden, eenmaal ze voor een welbepaald aanslagjaar - op aanvraag van de belastingschuldige van de OV of desgevallend de huurder van de woning - werden verleend, in principe automatisch voor de volgende aanslagjaren berekend.
Er moet worden opgemerkt dat het gebruik van het speciaal formulier 179.1 daarbij niet verplicht is. In principe volstaat een brief waarin het jaar en het onroerend goed waarvoor en de redenen waarom men recht op vermindering van OV meent te hebben, worden gespecificeerd.
VRAAG
Wat de onroerende voorheffing betreft, kunnen verminderingen worden toegestaan om verschillende redenen, zo onder meer als het gaat om een bescheiden woning, bij invaliditeit of oorlogsinvaliditeit. Op de keerzijde van het aanslagbiljet onroerende voorheffing is vermeld: "Indien verminderingen waarop u aanspraak kunt maken niet of niet volledig in de rubriek 12 op de voorzijde werden toegekend, kunt u ze aanvragen door middel van een gemotiveerd bezwaarschrift (...). Dit bezwaarschrift moet worden ingediend bij de gewestelijke directeur (zie adres op voorzijde) (...)".
Het lijkt er dus op dat verminderingen waarop de belastingplichtige recht heeft, de ene keer al worden toegekend, een andere keer speciaal moeten worden aangevraagd. Verder blijkt dat de Administratie der directe belastingen een speciaal formulier heeft ("Aanvraag om vermindering van de onroerende voorheffing") dat moet worden gebruikt om een vermindering aan te vragen. Dit formulier dient bij de Administratie der belastingen aangevraagd. Er wordt dus niet op de keerzijde van het aanslagbiljet vermeld dat er een speciaal formulier is en dat men dit moet aanvragen. Dit lijkt toch een lacune.
Fundamenteler is de werkwijze zelf: de belastingplichtige moet al nauwkeurig de kleine lettertjes van de keerzijde van het aanslagformulier lezen, dan een speciaal formulier vragen aan de administratie, heel wat rubrieken invullen om het formulier dan door te sturen aan de betrokken dienst, dit terwijl het gaat om een vermindering waarop betrokkene wettelijk recht heeft. De bevolkingsgroep die op deze vermindering kan beroep doen bevat, gezien de voorwaarden (bescheiden woning, ...), zeker een proportioneel hoger aantal laaggeschoolden dan de doorsnee bevolking. Voor hen is dergelijke paparassenmolen uiteraard een extra drempel om van de vermindering te genieten. De vraag rijst dan ook waarom deze vermindering niet systematisch kan worden toegekend of waarom er geen administratief eenvoudiger werkwijze kan worden gevolgd.
1.
| a) | In welke mate worden de mogelijke verminderingen op de onroerende voorheffing wel of niet op voorhand al toegekend? |
| b) | Bestaan daar criteria voor ? |
3. Waarom wordt deze aanpak niet vereenvoudigd (door bijvoorbeeld, zeker de eerste keer, een formulier voor de aanvraag voor een vermindering onmiddellijk mee te sturen naar de belastingplichtige)?
4.
| a) | Heeft u cijfers over het aantal mensen dat jaarlijks een aanvraag tot vermindering indient? |
| b) | Kan u de gegevens voor de jongste twee jaar meedelen, dit per rubriek: bescheiden woning, kwijtschelding of proportionele vermindering, gezinslast en 66 % gehandicapt, oorlogsinvaliditeit? |
| c) | Kan u telkens ook het procent positieve beslissingen aangeven? |
Het geacht lid gelieve hierna het antwoord te vinden op zijn vragen.
1. De verminderingen van onroerende voorheffing (OV) bepaald bij artikel 257, 1° tot 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) worden, eenmaal ze voor een welbepaald aanslagjaar - op aanvraag van de belastingschuldige van de OV of desgevallend de huurder van de woning - werden verleend, in principe automatisch voor de volgende aanslagjaren berekend, onder voorbehoud van de wijzigingen in de toestand die aan de administratie worden medegedeeld of die de administratie tijdens haar onderzoek zou vaststellen.
2. In het punt 2 van mijn antwoord op de parlementaire vraag nr. 265 van de heer Loones van 13 juni 1997(Vragen en Antwoorden, Senaat, 1996-1997, nr. 1-53, blz. 2698) wordt uitvoerig uiteengezet waarom de vermindering bedoeld in artikel 257, 3°, WIB 92 niet van meetaf aan automatisch kan worden verleend en waarom het indienen van een aanvraag bij de betrokken dienst der Directe belastingen de meest aangewezen manier is om gemakkelijk de vermindering van OV te verkrijgen. Deze uiteenzetting geldt, mutatis mutandis, eveneens voor de in artikel 257, 1° en 2°, WIB 92 bedoelde verminderingen.
Er moet echter worden opgemerkt dat het gebruik van het speciaal formulier 179.1 "Aanvraag om vermindering van de onroerende voorheffing" daarbij niet verplicht is, doch voorkomt dat aan de rechthebbende van de vermindering bijkomende inlichtingen moeten worden gevraagd. Het formulier 179.1 bevat immers een omstandige vragenlijst. In principe volstaat echter een brief waarin het jaar en het onroerend goed waarvoor en de redenen waarom men recht op vermindering van OV meent te hebben, worden gespecificeerd.
3. De verminderingen bedoeld in artikel 257, 2° en 3°, WIB 92 worden verleend ten gunste van de bewoner van de woning, in veel gevallen de huurder ervan. Het aanvraagformulier 179.1 kan dan ook zowel door de wettelijke belastingschuldige van de OV als door de bewoner-huurder van de woning worden gebruikt.
Het aanslagbiljet inzake OV wordt echter aan de belastingschuldige van deze belasting, namelijk aan de eigenaar, de bezitter, de erfpachter, de opstalhouder of de vruchtgebruiker van het betreffend onroerend goed gezonden. Indien men een aanvraagformulier 179.1 zou meesturen met het aanslagbiljet inzake OV, zou dus slechts een gedeelte van de potentiële rechthebbenden worden bereikt.
4.
| a) | De centrale administratie beschikt niet over statistische cijfergegevens betreffende het aantal personen dat jaarlijks een aanvraag tot vermindering van onroerende voorheffing indient. |
| b) | Zij kan evenwel voor de jongste twee jaar en telkens op het tijdstip van de statistische afsluiting van het betreffend aanslagjaar, mededelen aan hoeveel personen via het kohier verminderingen van OV werden verleend. Per kohier verleende verminderingen van OV. - Aantal personen die de vermindering genoten: |
| c) | Gelet op het antwoord onder 4 a), is deze vraag zonder voorwerp. |
Bron: FisconetPlus
