Parlementaire vraag nr. 286 van de heer Gilles Vanden Burre van 21.01.2016
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/063, d.d. 23.02.2016, blz. 385-387
Startersfondsen en crowdfundingplatforms in het kader van de taxshelter voor kmo's. (MV 7229)
VRAAG
In L'Écho van 30 oktober 2015 staat te lezen dat u tijdens een event omtrent risicokapitaal in het Beursgebouw een verdere uitbouw van de taxshelter voor kmo's in het vooruitzicht hebt gesteld. U verwees naar een mogelijke verhoging van het maximumbedrag van 250.000 euro per vennootschap, en liet ook weten dat de regelgeving met betrekking tot de startersfondsen binnenkort klaar zal zijn en dat er werk wordt gemaakt van de erkenningscriteria voor crowdfundingplatforms en startersfonds. Mijn vraag heeft betrekking op dat laatste punt.
Zoals u weet komen enkel directe investeringen in een onderneming momenteel in aanmerking voor de belastingaftrek in het kader van de taxshelter voor kmo's. Voor andere investeringsmechanismen, zoals crowdfundingplatforms, coöperatieve fondsen en startersfondsen, moet een en ander nog handen en voeten krijgen. De Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, de waakhond van de financiële markten, stelt de criteria vast en moet die crowdfundingplatforms en starterfondsen erkennen.
Mijn bekommernis is dat crowdfundingplatforms en coöperatieve fondsen die bij de burgers spaargeld ophalen om collectieve en duurzame non-profitprojecten te financieren, zeker onder de regeling moeten vallen. Bovendien is het belangrijk dat de taxshelterregeling niet zorgt voor een onevenwicht tussen of ongelijke behandeling van platformen voor de financiering van klassieke ondernemersprojecten en financieringsmechanismen voor projecten met een maatschappelijke meerwaarde.
1. a) Welke richtlijnen hebt u de FSMA gegeven voor het opstellen van de erkenningscriteria?
b) Zijn de erkenningscriteria al bekend?
2. a) Zult u er in het bijzonder op toezien dat coöperatieve fondsen en crowdfundingplatforms die burgerprojecten financieren, en waarvan de structuur soms verschilt van die van een klassiek investeringsfonds, door de FSMA worden erkend?
b) Zal er bij de erkenning zo nodig enige soepelheid worden gehanteerd, voor zover die platforms in de eerste plaats een maatschappelijk of milieugerelateerd doel nastreven?
ANTWOORD (van de heer Willy BORSUS, minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie)
Zoals vermeld in de vraag, kan enkel de rechtstreekse investering in het kapitaal van de in aanmerking komende vennootschappen aanleiding geven tot de belastingvermindering voorzien in artikel 145/26 van het WIB1992.
De doelstelling bestaat erin dat de statuten die zullen worden ingevoerd, een correct evenwicht vinden tussen de bescherming van de investeerders in het kader van de investeringen - die risicovol blijven - en een zekere flexibiliteit om de platformen in staat te stellen hun specificiteiten te behouden en te functioneren in een kader dat hen geen financiële verplichtingen oplegt die niet in verhouding staan met het type van gefinancierde projecten en de ingezamelde bedragen.
De criteria voor de betrokken vennootschappen om in aanmerking te komen, zijn vastgelegd door de programmawet. Het gaat in essentie om criteria inzake de omvang en de situatie van de vennootschap, zoals het feit dat zij niet beursgenoteerd mag zijn, dat zij geen kapitaalsvermindering heeft doorgevoerd of dividenden heeft uitgekeerd, dat zij de fondsen niet aanwendt voor de verwerving van aandelen of om leningen te verstrekken, dat zij geen voorwerp uitmaakt van een collectieve insolventieprocedure of nog dat de belastingplichtige in deze vennootschap geen functie uitoefent, en dit rechtstreeks of onrechtstreeks.
Wat de activiteit of de activiteitensector betreft van de in aanmerking komende vennootschap, voorziet de programmawet dat de vennootschap geen patrimoniumvennootschap, managementvennootschap of vastgoedvennootschap mag zijn. Dit laatste criterium beoogt de vennootschappen waarvan het doel of de hoofdactiviteit rechtstreeks of onrechtstreeks de bouw, de verwerving, het beheer, de verbouwing, de verkoop of de verhuur beoogt van vastgoed voor eigen rekening, alsook de vennootschappen waarin vastgoed of andere zakelijke rechten huizen. De programmawet wil op die manier de vennootschappen beogen die actief zijn in de reële economie.
De criteria om in aanmerking te komen, voorzien geen enkele andere vereiste of beperking betreffende het voorwerp (betrokken sector) of de aard (sociaal, met betrekking tot het leefmilieu of ander) van de activiteiten van de vennootschap.
De statuten die moeten worden voorzien, hebben niet tot doel om de bovenvermelde criteria voorzien door de programmawet te beperken, maar om het kader in te voeren dat de vennootschappen die voldoen aan de criteria van de programmawet in staat zal stellen om deze bepalingen uit te voeren. In dit kader is geen verschil voorzien door de aard van de activiteiten van de beoogde vennootschappen.
De teksten met betrekking tot de statuten van de platformen en de starterfondsen worden momenteel opgesteld en besproken tussen de betrokken kabinetten en de FSMA.
De criteria die in het kader van de statuten in aanmerking worden genomen, zullen geen betrekking hebben op de in aanmerking komende vennootschappen, maar voornamelijk op de organisatorische modaliteiten van de platformen en de starterfondsen. Deze zullen immers onderworpen worden aan de controle door de FSMA en niet de in aanmerking komende vennootschappen als dusdanig.
