Parlementaire vraag nr. 905 van de heer Hendrickx van 06.02.2002
VRAAG 02/905
Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 143, blz. 18118-18120
Bull. nr. 834, pag. 431-435
Vraag om inlichtingen - Zorgvuldigheidsplicht
VRAAG
Al te vaak merken de belastingplichtigen op dat de antwoorden van de minister op juridische vragen eenvoudige beweringen zijn die op geen enkele wijze juridisch worden gestaafd. Vaak is het antwoord ook louter op opportuniteitsoverwegingen gebaseerd.
Belastingplichtigen melden herhaaldelijk dat zij in de war gebracht worden door de administratie aangaande de hiërarchische rangorde van onze Grondwet.
1. Bent u de mening toegedaan dat de nota van inleiding, overhandigd door de minister van Financiën (Parl. St., Kamer, 1982-1983, nr. 1072/8, blz. 93), strikt dient nagevolgd te worden?
2. Zijn er administratieve richtlijnen hierover uitgevaardigd?
3. Heeft de fiscale administratie het recht om af te wijken van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen als de tekst van de wet niet duidelijk is of de bedoeling van de wetgever er niet kan worden uit afgelezen, niettegenstaande de wetgevende twijfels de belastingplichtige tot voordeel strekt?
5. Bent u van mening dat de term "correspondent" geen andere betekenis heeft dan de aanduiding van de ambtenaar die het dossier behandelt en dat het ook vanzelfsprekend is dat die ambtenaar, optredende als correspondent, alle nuttige inlichtingen over het dossier moet kunnen verschaffen, waardoor de aanduiding van correspondent niet alleen de ambtenaar die het dossier behandelt betreft, maar ook uitdrukkelijk onomkeerbaar de klemtoon legt op zijn verantwoordelijkheid?
6. Is een correspondent in fiscale aangelegenheden lid van de federale administratieve overheid?
7. Bent u de mening toegedaan dat de term "correspondent" die vermeld wordt op de vraag om inlichtingen (document 332) dezelfde betekenis en verantwoordelijkheid draagt?
8. Kan u verklaren waarom de administratie blijft volhouden dat document 332 (vraag om inlichtingen) geen document is zoals bepaald door de wetten van 29 juli 1991 en 11 april 1994, niettegenstaande het document verzonden is door een correspondent?
9. Is het juist te stellen dat, indien document 332 geen document is zoals bepaald door de wetten van 29 juli 1991 en 11 april 1994, dit document geen invloed kan hebben bij het niet-antwoorden van de belastingplichtigen?
10. Indien 332 geen document is zoals bepaald door de wetten van 29 juli 1991 en 11 april 1994, welke betekenis heeft dan de opmerking die vermeld staat op document 332 (vraag om inlichtingen): "U gelieve derhalve de hierna gestelde vragen te beantwoorden binnen een termijn van een maand na de datum van verzending"?
11. Indien 332 geen document is zoals bepaald door de wetten van 29 juli 1991 en 11 april 1994, welke betekenis heeft dan de opmerking die vermeld staat op document 332 (vraag om inlichtingen): "Ik acht het nuttig u eveneens te verwijzen naar de bepalingen van artikel 351 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 - openbare orde - op grond waarvan de administratie de aanslag ambtshalve kan vestigen, onder meer in geval de belastingplichtige nagelaten heeft de gevraagde inlichtingen binnen de gestelde termijn te verstrekken"?
12. Indien 332 geen document is zoals bepaald door de wetten van 29 juli 1991 en 11 april 1994, welke betekenis heeft dan de opmerking die vermeld staat op document 332 (vraag om inlichtingen): "Ik acht het nuttig u eveneens te verwijzen naar de bepalingen van de artikelen 352, 445, 449 en 316"?
13. Is het juist dat de eerste taak van de belastingambtenaren is te belasten ongeacht aangaande strikte naleving van de wetten van openbare orde en de zorgvuldigheidsplicht?
ANTWOORD
Het geachte lid gelieve hierna de antwoorden op de gestelde vragen te vinden.
1 en 2. Ik veronderstel dat het geachte lid verwijst naar de nota opgenomen in de parlementaire stukken van de Kamer van 1992-1993, nr. 1072/8, blz. 93, en in het bijzonder naar het daar in herinnering gebrachte grondwettelijke legaliteitsbeginsel en haar verschillende effecten. Het lijdt geen twijfel dat de wet de basis is van het belastingrecht en als dusdanig strikt dient te worden nagevolgd.
De administratieve richtlijnen lichten steeds, waar nodig, het wettelijk kader van bepaalde onderrichtingen toe.
3. Het belastingbestuur is onderworpen aan de regels ingesteld door de Grondwet en de algemene wetten.
5 tot 7. Met betrekking tot de betekenis van de term "correspondent" verwijs ik het geachte lid naar het antwoord verstrekt op de vraag nr. 674, van 30 april 2001 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2001-2002, nr. 104, blz. 12164), gesteld door de heer Yves Leterme.
8 tot 12. Het document 332, dat een vraag om inlichtingen is met het oog op het onderzoek van de fiscale toestand van een belastingplichtige, kan een bestuursdocument zijn in de zin van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur, die een bestuursdocument definieert als: "alle informatie, in welke vorm ook, waarover een administratieve overheid beschikt".
Daarentegen is hetzelfde document geen bestuurshandeling in de zin van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, die deze laatste definieert als een eenzijdige rechtshandeling met individuele strekking die uitgaat van een bestuur en die beoogt rechtsgevolgen te hebben voor de bestuurde.
De verwijzingen naar de diverse artikelen van het Wetboek op de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992) in het bericht 332 beogen de belastingplichtige zo volledig mogelijk in te lichten over de eventuele wettelijke gevolgen die het niet of het laattijdig beantwoorden van een vraag om inlichtingen kan hebben.
13. Men mag niet stellen dat bij de uitoefening van hun essentiële opdracht, de vestiging en inning van de belastingen, de belastingambtenaren wetten van openbare orde en de zorgvuldigheidsplicht niet strikt dienen na te leven.
Bron: FisconetPlus
