Parlementaire vraag nr. 956 van mevrouw Pieters van 19.03.2002

VRAAG 02/956
Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 142, blz. 17996-18000
Bull. nr. 834, pag. 444-449
Afsluiting fiscaal onderzoek - Akkoordverklaring - Minnelijke schikking - Correctieopgave
VRAAG
Gemakshalve worden er bij de afsluiting van fiscale onderzoeken zowel inzake BTW als inzake directe belastingen door de bevoegde ambtenaren ten kantore of ter plaatse akkoordverklaringen, minnelijke schikkingen, dadingen, naheffings-, correctie- en/of regularisatieopgaven opgesteld die naderhand ter ondertekening aan de belastingplichtigen worden voorgelegd.
Terzake rijzen evenwel de volgende algemene juridische praktische vragen met betrekking tot de BTWen tot de directe belastingen (vennootschapsbelasting en personenbelasting).
1. Door welke bepalingen van het BTW-Wetboek, het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 en richtlijnen vervat in administratieve aanschrijvingen, circulaires en instructies wordt deze aangelegenheid zowel in rechte als in feite voortaan precies beheerst?
2.
a) Moeten dergelijke administratieve documenten, vermits hier de bepalingen van artikel 346, van het WIB 1992 niet worden toegepast, materieel en formeel worden gemotiveerd in de zin van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen?
b) Zo neen, waarom niet?
3.
a) Kunnen de belastingplichtigen, zowel rechtspersonen als natuurlijke personen (particulieren, gepensioneerden, loontrekkers, handelaars en vrije beroepen) daadwerkelijk worden verplicht dergelijke "overeenkomsten" meteen te ondertekenen?
b) Zo ja, op grond van welke concrete wettelijke en reglementaire bepalingen kunnen belastingplichtigen hiertoe onmiddellijk worden gedwongen?
c) Over welke eventuele behoorlijke bedenktijden en reactie- of antwoordtermijnen beschikken de belastingplichtigen?
d) Zo neen, welke wettelijke procedures inzake BTWen inzake directe belastingen moeten er met naleving van alle bestaande democratische rechtsregels door de bevoegde fiscale administraties strikt en stipt worden nageleefd?
e) Welke wettelijke en administratieve sancties kunnen er door de bevoegde fiscale ambtenaren telkens worden opgelegd wanneer de belastingplichtigen ofwel weigeren dergelijke al dan niet gemotiveerde voorstellen direct te ondertekenen ofwel wanneer naderhand blijkt dat er een wilsgebrek bestond en de belastingplichtigen inmiddels administratief beroep aantekenden?
f) Moeten zowel inzake directe als inzake indirecte belastingen bij de ondertekening van dergelijke overeenkomsten de bepalingen van artikel 1326 van het Burgerlijk Wetboek in alle gevallen inte graal worden gerespecteerd voor en door alle mogelijke fiscale (sub)categorieën van belastingplichtigen en/of toekomstige belastingschuldigen (cf. formule "gelezen en goedgekeurd" en bedragen voluit in letters en cijfers)?
g) Moeten al die akkoorden door de belastingambtenaren of hun hiërarchische oversten worden mede ondertekend? Zo neen, waarom niet? Of worden dergelijke akkoordverklaringen in het licht van het Burgerlijk Wetboek niet als "overeenkomsten" aangemerkt?
h) Moeten inzake personenbelasting alle kwestieuze overeenkomsten, al dan niet met verplichte inachtneming van de bepalingen van artikel 1326 van het Burgerlijk Wetboek, door de beide echtgenoten steeds niet veeleer worden (mede) ondertekend wanneer er bij de uiteindelijke "belastingberekening" van de andere echtgenoot (bijvoorbeeld gewijzigd meewerkinkomen, huwelijksquotiënt en aangepaste belastingverminderingen, enz.) effectief financiële gevolgen kunnen uit voortvloeien ? Ook het aangifteformulier moet immers door beide echtgenoten worden ondertekend.
i) Zijn met betrekking tot soortgelijke overeenkomsten, akten, contracten, of verbintenissen zowel voor de fiscale administraties als voor de belastingplichtigen en belastingschuldigen ook de bepalingen van de artikelen 6, 1133, 1134 en 1135 van het Burgerlijk Wetboek toepasselijk?
4. Kan u, punt per punt, uw huidige algemene praktische ziens- en handelwijze meedelen zowel in het licht van onder andere de bepalingen van het BTW-Wetboek, de bepalingen van de artikelen 333 en 340 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 als van alle bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van vennootschappen (7 mei 1999) en het Wetboek van koophandel?
ANTWOORD
Inzake BTW.
1. Krachtens artikel 84, tweede lid, van het BTW-Wetboek, kan de minister van Financiën met de belastingschuldigen dadingen treffen, voor zover deze niet leiden tot vrijstelling of vermindering van de belasting. Deze administratieve procedure inzake BTW is facultatief en wordt verder door geen enkele andere bepaling van het BTW-Wetboek of van de ter uitvoering daarvan genomen besluiten geregeld. Dientengevolge is het gemeen recht, in het bijzonder het Burgerlijk Wetboek, hierop van toepassing.
2. De ter gelegenheid van de fiscale controles vastgelegde overtredingen of inbreuken op de BTW-wetgeving worden gemotiveerd in de regularisatieopgaven (ook correctieopgaven of inregelstellingen genoemd).
3. Na het beëindigen van de controle wordt, met het oog op een minnelijke schikking, een regularisatieopgave naar de belastingplichtige verzonden of aan hem voorgelegd. Uiteraard moet deze niet onmiddellijk door de belastingplichtige worden ondertekend. Er worden evenmin sancties opgelegd bij het niet ondertekenen van de regularisatieopgave. Over het algemeen wordt aan de belastingplichtige een minimumtermijn van twintig dagen toegekend om zijn akkoord te verlenen of om zijn opmerkingen of niet-akkoord met betrekking tot de gehele of een gedeelte van de regularisatieopgave te laten kennen. In voorkomend geval zal een gewijzigde regularisatieopgave worden opgesteld.
De voor akkoord ondertekende regularisatieopgave wordt door de rechtspraak als een dading (schriftelijk bewijs) aanzien waarop de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek inzake de geldigheidsvoorwaarden van overeenkomsten (bekwaamheid, oorzaak, toestemming, wilsgebreken, ...) en de gevolgen van de verbintenissen van toepassing zijn. Zo mag het voorwerp van de dading niet strijdig zijn met de openbare orde en de goede zeden. Dergelijke overeenkomsten binden beide partijen en het onherroepbare karakter wordt algemeen erkend.
Bovendien kan de regularisatieopgave in haar slotclausule een schulderkentenis vanwege de belastingplichtige bevatten. Hoewel de bepalingen van artikel 1326 van het Burgerlijk Wetboek ("goed voor" en "goedgekeurd voor") in beginsel van toepassing zijn op dergelijke eenzijdige verbintenissen, moet worden opgemerkt dat door dit artikel voorgeschreven formaliteiten niet van toepassing zijn op beloften die worden onderschreven door kooplieden, ambachtslieden en landbouwers.
Inzake inkomstenbelastingen.
1. Indien de administratie meent de inkomsten en andere gegevens te moeten wijzigen die door de belastingplichtige werden aangegeven of schriftelijk erkend, is zij ertoe gehouden de bij artikel 346 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 opgelegde verplichtingen na te leven.
Geen enkele wettekst verbiedt evenwel de administratie dat bedrag vast te stellen met het vrijelijk betuigd akkoord van de belastingplichtige. De aanslagambtenaar die tijdens een onderhoud met de belastingplichtige een onvoldoende aangifte verbetert, is niet gebonden door de in dat artikel voorgeschreven procedure, indien de belastingplichtige zonder voorbehoud instemt met de op dat ogenblik in overleg vastgestelde grondslagen. Het zenden van een bericht van wijziging is dan doelloos bij ontstentenis van meningsverschil omtrent de aangegeven inkomsten.
2. Aangezien geen enkele bijzondere bepaling de vorm voorschrijft waarin het akkoord aan de belastingplichtige ter ondertekening moet worden voorgelegd, wordt die vorm overgelaten aan de beoordeling en de wil van de partijen. Het akkoord valt niet onder de bepalingen van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen (Belgisch Staatsblad van 12 september 1991), vermits het geen eenzijdige rechtshandeling betreft. Wel moet het akkoord duidelijk en leesbaar zijn en is het bovendien in het belang van de partijen dat het akkoord de gewijzigde cijfers en de reden van de wijziging dot uitkomen.
Een akkoordverklaring tussen de administratie en de belastingplichtige is in de regel enkel door de belastingplichtige ondertekend. Dit heeft echter geen invloed op de verplichtingen van de ene of de andere partij, noch op de uitwerking ervan.
Of een akkoord al dan niet door beide echtgenoten moet worden ondertekend, hangt af van de feitelijke omstandigheden van ieder geval (akkoord betreffende gemeenschappelijke of eigen inkomsten; al dan niet een bestaan van een mandaat tussen de echtgenoten, enz.).
De vermelding "gelezen en goedgekeurd" vormt geen substantieel vormvoorschrift van het gegeven akkoord.
3. De belastingplichtige is er in geen enkel geval toe gehouden deze procedure van wijziging te aanvaarden en het spreekt vanzelf dat de gewijzigde aanslagen als willekeurig zouden worden beschouwd zodra de belastingplichtige het bewijs zou leveren dat de gesloten akkoorden op een morele dwang, een gebrek aan toestemming of een vergissing berusten.
Indien er geen akkoord wordt bereikt met de belastingplichtige, zal de administratie de normale procedure van wijziging van de aangifte toepassen.
Gelet op het feit dat de belasting haar grondslag slechts in de wet kan vinden, kan het akkoord van de belastingplichtige nopens een aanslag dat met de wet strijdig zou zijn geen uitwerking hebben.
De administratie heeft niettegenstaande het bestaan van een akkoord steeds het recht een bijkomende aanslag te vestigen mits naleving van de procedureregels terzake. De belastingplichtige heeft anderzijds ook steeds de mogelijkheid om op een akkoordverklaring terug te komen indien hij aantoont dat zijn akkoord door een wilsgebrek is aangetast of dat hij zich in rechte of in feite heeft vergist.