Parlementaire vraag nr. 442 van de heer Steven Coenegrachts van 11.09.2025
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2025-2026, QRVA 56/028 d.d. 22.10.2025, blz. 168
Korting bedrijfsvoorheffing voor overwerk. - Personeel toepassingsgebied. - Onderworpenheid sociale zekerheid
VRAAG (van de heer Coenegrachts)
Overeenkomstig artikel 275/1 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 (WIB92) kunnen ondernemingen waarin overwerk verricht wordt onder bepaalde voorwaarden aanspraak maken op een gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting van de ingehouden bedrijfsvoorheffing waarvan ze krachtens artikel 270, eerste lid, 1° WIB92 schuldenaar zijn. In de omstandigheid dat het een (in het buitenland gevestigde) onderneming betreft die werkzaamheden verricht op Belgisch grondgebied en in die context buitenlandse werknemers detacheert naar België, rijzen vragen met betrekking tot de interpretatie van het personele toepassingsgebied van deze fiscale steunmaatregel. Artikel 275/1, lid 2 WIB92 bevat met name een verwijzing naar artikel 330 van de programmawet (I) van 24 december 2002, dewelke op haar beurt verwijst naar artikel 21, § 1 van de wet van 29 juni 1981. Een samenlezing van deze artikelen resulteert in een personeel toepassingsgebied van "werknemers van categorie 1 die onderworpen zijn aan het geheel der regelingen dat omvat: uitkeringen verschuldigd in uitvoering van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen; werkloosheidsuitkeringen; rust- en overlevingspensioenen; uitkeringen uit hoofde van arbeidsongevallen en beroepsziekten; geneeskundige verstrekkingen verschuldigd in uitvoering van verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen; gezinsbijslag; jaarlijkse vakantie-uitkeringen". De verwijzing naar artikel 330 van de programmawet (I) van 24 december 2002 juncto artikel 21, § 1 van de wet van 29 juni 1981 lijkt een verwijzing in te houden naar onderworpenheid aan het Belgische sociale zekerheidsstelsel. Gelet op de ratio legis - zijnde het willen compenseren van de werkgever voor extra kosten die met overwerk gepaard gaat - lijkt het niet logisch of juridisch verantwoord dat er een onderscheid gemaakt zou worden al naargelang het socialezekerheidsstelsel waaraan de in ploegenarbeid werkzame werknemers of de overwerk presterende werknemers onderworpen zijn. Met name worden de beoogde te compenseren kosten gemaakt voor alle betrokken werknemers die het overwerk of de ploegenarbeid presteren, onafhankelijk van hun achterliggende socialezekerheidsstelsel.
1. Is het correct dat de verwijzing naar artikel 330 van de programmawet (I) van 24 december 2002 juncto artikel 21, § 1 van de wet van 29 juni 1981 gelezen mag worden als implicerende de voorwaarde dat de betrokken werknemers onderworpen dienen te zijn aan een regulier stelsel van sociale zekerheid, zonder dat het hierbij determinerend is of dit het Belgische socialezekerheidsstelsel betreft, dan wel enig vergelijkbaar buitenlands sociale zekerheidsstelsel?
2. Kan hierbij worden aangenomen dat alle sociale zekerheidsstelsels van de lidstaten van de Europese Unie per definitie als vergelijkbaar worden aangemerkt?
3. Kan voor de sociale zekerheidsstelsels van derde landen worden aangenomen dat deze als vergelijkbaar worden aangemerkt ingeval de in artikel 21, § 1 van de wet van 29 juni 1981 opgesomde componenten, zoals hierboven vermeld, in het betrokken socialezekerheidsstelsel aanwezig zijn?
4. Kunt u bij uitbreiding bevestigen dat dezelfde interpretatie toepassing vindt ten aanzien van artikel 275/5, § 1 WIB92 (vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing bij ploegenarbeid), daar deze bepaling eenzelfde verwijzing naar artikel 330 van de programmawet (I) van 24 december 2002 juncto artikel 21, § 1 van de wet van 29 juni 1981 bevat?
ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën en Pensioenen, belast met de Nationale Loterij en de Federale Culturele Instellingen)
Mijn administratie heeft zich over de voorliggende problematiek al geïnformeerd bij de FOD Sociale Zekerheid. Naar België gedetacheerde werknemers die aan een buitenlands sociale zekerheidsstelsel onderworpen zijn, behoren niet tot de werknemers van categorie 1 zoals bedoeld in artikel 330 van de programmawet van 24 december 2002 aangezien ze niet aan het geheel der regelingen van de Belgische sociale zekerheid onderworpen zijn. Voor de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor overwerk is bij wet vereist dat de werknemers moeten vallen onder de vermelde categorie 1. Bijgevolg kan een werkgever die op de in België belastbare bezoldigingen bedrijfsvoorheffing verschuldigd is, deze steunmaatregel niet toepassen op de bezoldigingen van de werknemers onderworpen aan een buitenlands sociale zekerheidsstelsel die naar België gedetacheerd zijn en die overuren presteren. Dezelfde redenering geldt bij de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid waar de wet ook vereist dat de werknemers moeten behoren tot de vermelde categorie 1. Bijgevolg is deze steunmaatregel niet toepasbaar op de bezoldigingen van de werknemers onderworpen aan een buitenlands sociale zekerheidsstelsel die naar België gedetacheerd zijn en die ploegenarbeid verrichten. Gelet op het voorgaande, zijn punten 2 en 3 zonder voorwerp.
