Parlementaire vraag nr. 796 van de heer Deworme van 21.06.1994

VRAAG 94/796

Vraag nr. 796 van de heer Deworme dd. 21.06.1994


Bull. nr. 744, pag. 3428

Bedrijfsvoorheffing - Premie voor beroepsopleiding

De doelstellingen van de formule "Beroepsopleiding in de onderneming" zijn zowel voor de werkgever als voor de begunstigde interessant.

De verzamelnaam die doorgaans wordt gebruikt is "alternerend leren".

Deze opleiding wordt door verschillende instanties georganiseerd : leerovereenkomst van de middenstand, RVA-stages, industriële leerovereenkomst, Cefe-stages, ...

Die regeling zou voor de werkzoekenden nog interessanter zijn als de door de werkgever betaalde premie niet op een volgens mij overdreven wijze aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen zou zijn.

Zo wordt op de maandelijkse premie van 20 000 frank een bedrijfsvoorheffing van 27 pct. toegepast, op die van 20 000 tot 25 000 frank, 32 pct. en op bedragen boven 25 000 frank meer dan 37 pct..

Wat is de wettelijke grondslag voor die bedrijfsvoorheffing ? Behoren die bedragen niet te worden herzien naargelang van de beoogde sociale doelstellingen ?

ANTWOORD

De door het geachte lid beoogde premies zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen op grond van artikel 270, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

De bedrijfsvoorheffing met betrekking tot die premies moet worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van nr. 21 van bijlage III van het koninklijk besluit tot uitvoering van het voornoemd wetboek, zoals laatst gewijzigd door het koninklijk besluit van 30 december 1993 tot wijziging van het voormeld koninklijk besluit op het stuk van de bedrijfsvoorheffing (Belgisch Staatsblad van 31 december 1993, vierde uitgave).

Die werkwijze heeft bij mijn weten geen toepassingsmoeilijkheden veroorzaakt, zodat ik het niet opportuun acht ze te wijzigen.