Parlementaire vraag nr. 15416 van de heer Peter Vanvelthoven van 18.01.2017
Kamer, Integraal Verslag, Commissie voor de Financiën, 2016-2017 CRIV 54 COM 570 d.d. 18.01.2017, blz. 14
De toepassing van het diamantregime
VRAAG (van de heer Vanvelthoven)
Mijnheer de minister, ik heb een nogal technische vraag over het diamantregime, die echter niet zonder belang is. Kan artikel 26 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, betreffende de abnormale of goedgunstige voordelen, worden toegepast ten aanzien van de winst versluizing van een Belgische onderneming die niet onder het diamantregime valt naar een diamanthandelaar die wel onder het diamantregime valt? Bent u, met andere woorden, van mening dat een abnormaal of goedgunstig voordeel dat de diamanthandelaar van een Belgische onderneming heeft gekregen, niet kan worden beschouwd als in aanmerking te komen om de belastbare inkomsten te bepalen in hoofde van de diamanthandelaar?
ANTWOORD (van de minister)
Mijnheer Vanvelthoven, de toepassing van de artikelen 26 en 185, en de daarin vervatte mogelijkheid het belastbare resultaat in bepaalde omstandigheden te verhogen met de abnormale of goedgunstige voordelen die de onderneming verleent aan gelieerde partijen, wordt door de wettekst niet uitgesloten. Dat impliceert dus dat, bijvoorbeeld indien zou blijken dat de individuele verkopen aan duidelijk te lage prijzen zouden plaatsvinden, in omstandigheden die dus niet marktconform zijn, die winstderving aan het belastbare resultaat nog altijd kan worden toegevoegd. In de memorie bij de wetsaanpassing wordt terecht aangestipt dat, louter wat betreft de vaststelling van de kostprijs van de verkochte goederen, en dus van de brutomarge die daaruit voortvloeit, de toepassing van voormelde bepalingen, alsook van de artikelen 79 en 207 van het WIB 92, die de spiegelbeeldsituatie viseren, zonder voorwerp wordt. Aangezien de aanschaffingsprijs bepaald wordt op basis van een marktconform percentage is een correctie hier dan ook niet aan de orde. Het is louter in die mate dat de werking van die bepalingen in concreto niet aan de orde is. Met andere woorden, het diamantstelsel leidt ertoe dat er een einde komt aan de controlemoeilijkheden, wat betreft de eventueel gehanteerde verrekenprijzen aan de aankoopzijde van een diamanthandelaar, doordat de kostprijs van de goederen vanaf nu forfaitair wordt bepaald.
CONCLUSIE (van de heer Vanvelthoven)
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.
