Parlementaire vraag nr. 193 van de heer Anciaux van 14.02.1997
VRAAG 97/193
Bull. nr. 773, pag. 1554
Vr. en Antw., Senaat, nr. 1-41, 1996-1997, blz. 2018-2019
Werkloosheidsuitkering - Anciënniteitstoeslag
Door een interprofessioneel akkoord in 1994 werden de werkloosheidsuitkeringen van samenwonende oudere werklozen aangepast. Vele van deze mensen konden immers geen gebruik maken van de regelingen in verband met het brugpensioen. Maar nu bleek dat voor deze groep een hogere aanslagvoet voor de inkomstenbelasting ingevoerd werd. Dus de verhoging van de uitkeringen die verkregen werd na het interprofessioneel akkoord moest voor een groot deel (tot 75 %) terugbetaald worden aan de belastingen. Ik beschik ondermeer over volgend voorbeeld. Op een gezamenlijk belastbaar gezinsinkomen van ongeveer 600 000 frank betalen twee samenwonende oudere werklozen bijna 12 000 frank belastingen (inkomstenjaar 1994). Wanneer we de aanslag van het inkomstenjaar 1995 bekijken zien we dat dezelfde personen op een gezamenlijk belastbaar inkomen van iets meer dan 800 000 frank ongeveer 160 000 frank belastingen betalen. Wat deze personen maandelijks meer ontvangen hebben ten gevolge van het interprofessioneel akkoord betalen zij voor het grootste gedeelte terug via de belastingen.
Graag had ik van de geachte minister een antwoord verkregen op volgende vragen :
1. Waarom worden deze mensen niet op dezelfde manier belast als de bruggepensioneerden ?
2. Waarom werd deze hogere aanslagvoet voor de inkomstenbelasting ingevoerd ?
3. Zal de geachte minister compenserende maatregelen treffen om deze toestand op te heffen ?
4. Zo ja, om welke maatregelen gaat het ? Zo neen, waarom niet ?
5. Hoeveel personen konden in 1996 gebruik maken van de bepalingen vervat in het interprofessioneel akkoord ?
ANTWOORD
1 en 2. Ik kan het geachte lid bevestigen dat de verhoogde werkloosheidsuitkeringen die vanaf 1 december 1994 aan samenwonende oudere werklozen worden betaald of toegekend, in bepaalde gevallen inderdaad aanleiding geven tot aanzienlijke belastingsupplementen voor aanslagjaar 1996 (inkomsten van het jaar 1995).
Die hoge belastingdruk is niet het gevolg van de invoering van een hogere aanslagvoet op die verhoogde werkloosheidsuitkeringen maar van :
- de progressiviteit van de belastingen;
- de geleidelijke afbouw van de belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen indien het gezamenlijk belastbaar inkomen tussen 600 000 frank en 750 000 frank (na indexering respectievelijk 660 000 frank en 825 000 frank) begrepen is. Die geleidelijke afbouw wordt thans geregeld door artikel 151 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en bestaat reeds vanaf aanslagjaar 1984.
Voor de twee samenwonende oudere werklozen die gehuwd zijn en een gezamenlijk belastbaar inkomen van 804 336 frank hebben (cf. elk de maximumuitkering van 33 514 frank per maand in 1995), bedraagt de belastingvermindering voor aanslagjaar 1996 dan ook slechts 8 723 frank, terwijl het maximumbedrag van die belastingvermindering 69 653 bedraagt.
3 en 4. Ik heb de eer het geachte lid mede te delen dat voormeld artikel 151 is vervangen bij koninklijk besluit van 14 november 1996 houdende wijziging van het WIB 92 inzake de belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten, met toepassing van artikel 2, §§ 1 en 3, en artikel 3, § 1, 2°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot de realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie (Belgisch Staatsblad van 6 december 1996).
Ingevolge die wijziging is de voormelde afbouw van de belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen niet meer van toepassing op de werkloosheidsuitkeringen die een anciënniteitstoeslag bevatten en die zijn toegekend aan werklozen die op 1 januari van het aanslagjaar 58 jaar of ouder zijn. Voor die laatste werkloosheidsuitkeringen geldt vanaf het aanslagjaar 1997 (inkomsten van het jaar 1996) dezelfde afbouwregeling van de belastingvermindering als voor de brugpensioenen nieuw stelsel, dat wil zeggen een geleidelijke afbouw van de vermindering tot één derde indien het gezamenlijk inkomen tussen 600 000 frank en 1 200 000 frank (na indexering respectievelijk 660 000 frank en 1 320 000 frank) begrepen is. In het voormelde geval (gezamenlijk belastbaar inkomen van 804 336 frank) zal de belastingvermindering voor aanslagjaar 1997 dan ook 59 498 frank bedragen, namelijk :
(69 653 x 1/3) + [69 653 x 2/3 x (1 320 000 - 804 336)/660 000]
Ik meen dat de wijziging van voormeld artikel 151 afdoende tegemoet komt aan de bekommernis van het geachte lid.
5. De minister van Tewerkstelling en Arbeid en Gelijke-Kansenbeleid is voor deze vraag bevoegd.
Bron: FisconetPlus
