Parlementaire vraag nr. 1139 van mevrouw Pieters van 10.02.2006
Vragen en Antwoorden, Kamer, 2006-2007, nr. 162, blz. 31587 - 31590
Groepsverzekeringen - Belastingtarief - Generatiepact
VRAAG
Naar verluidt zou het "Generatiepact" van de federale regering welbepaalde wijzigingen hebben aangebracht aan de fiscale en aan de sociale bepalingen met betrekking tot het belastingstelsel en het parafiscaal regime van de uitkeringen van kapitalen van groepsverzekeringen toegekend aan bedrijfsleiders van vennootschappen.
Terzake rijzen dan ook de volgende algemene en praktische vragen naar de ware en de huidige toedracht van deze groepsverzekeringsaangelegenheid.
1. Blijft het zowel voor een mannelijke als voor een vrouwelijke bedrijfsleider van een vennootschap mogelijk om een groepsverzekering te laten uitbetalen op de leeftijd van 60 jaar of zelfs vroeger?
2. Welke al dan niet afzonderlijke of speciale tarieven aan RSZ, bedrijfsvoorheffing, personenbelasting en aanvullende belasting zijn er van nu af aan wettelijk verschuldigd en/of moeten er tijdig worden ingehouden:
a) bij een uitbetaling of toekenning op de leeftijd van 65jaar;
b) bij een vroegere uitbetaling of toekenning al dan niet meer of minder dan vijf jaar vóó r de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar?
3.
a) Tegen welke uiterste tijdstippen en welke individuele fiches en/of samenvattende opgaven en fiscale en sociale aangifen moeten er dienaangaane voortaan allemaal per maand en/of per kwartaal worden ingediend?
b) Onder al welke gecodeerde rubrieken, vakken en/ of lettercodes van de kwestieuze aangifteformulieren moeten die belastbare bedragen telkens worden opgenomen?
4.
a) Op welke precieze data moet die fiscale en die sociale pensioensituatie of uitbetalingsaangelegenheid telkens worden beoordeeld?
b) Op 1 januari van het inkomstenjaar of van het aanslagjaar of op de dag van de eigenlijke toekenning of betaalbaarstelling van het kapitaal van die groepsverzekering en/of op de verjaardag van de verzekerde mannelijke of vrouwelijke bedrijfsleider?
5. Kan u, punt per punt, uw huidige ziens- en handelwijze meedelen in het licht van de thans vigerende wettelijke en reglementaire bepalingen en van sociale aard?
ANTWOORD (vice-eersteminister en minister van Financiën, 12.04.2007)
Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te vinden op de door haar gestelde vragen, wat het fiscale aspect betreft.
1. Het antwoord is bevestigend.
2. Het generatiepact brengt, wat de kapitalen van groepsverzekeringen betreft, enkel wijzigingen aan in artikel 169, § 1; 171, 2°, b, en 4°, f; 515 bis, 7de lid, en 515 quater, § 1, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992).
De wijzigingen aan de artikelen 169, § 1, en 515 bis, 7de lid, WIB 1992 hebben betrekking op de vaststelling van de belastbare grondslag van kapitalen van aanvullende pensioenen voor het berekenen van de omzettingsrente. Deze kapitalen worden, binnen de in voormelde artikelen gestelde voorwaarden, voortaan slechts in aanmerking genomen ten belope van 80% in zover ze ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd worden uitgekeerd aan de begunstigde die minstens tot aan die leeftijd effectief actief is gebleven.
De wijzigingen aan de artikelen 171, 2°, b), en 515 quater, § 1, WIB 1992 hebben betrekking op het belastingtarief van toepassing op kapitalen gevormd door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming. Deze kapitalen worden voortaan aan het tarief van 10% (in plaats van 16,5%) onderworpen wanneer ze, binnen de in voormelde artikelen gestelde voorwaarden, ten vroegste bij het bereiken van de wettelijke pensioenleeftijd worden uitgekeerd aan de begunstigde die minstens tot aan die leeftijd effectief actief is gebleven.
Wat onder het begrip "effectief actief" moet worden verstaan is uiteengezet op blz. 50 tot 52 van het bericht aan de werkgevers en aan de andere schuldenaars van aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen inkomsten met betrekking tot de opmaak van de individuele fiche 281.11 en de samenvattende opgave 325.11.
Kapitalen van groepsverzekeringscontracten, zijn op het vlak van de bedrijfsvoorheffing naargelang hun aard onderworpen aan een éénvormig tarief van respectievelijk 11,11%; 10,09%; 16,66% of 33,31% en dit overeenkomstig nr. 40 van de toepassingsregels opgenomen in de bijlage III van het koninklijk besluit/ WIB 1992, laatst vervangen door het koninklijk besluit van 18 december 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit/WIB 1992 op het stuk van de bedrijfsvoorheffing en tot invoering van de Vlaamse forfaitaire vermindering van de bedrijfsvoorheffing ( Belgisch Staatsblad van 22 december 2006).
Deze kapitalen worden in de personenbelasting belast ofwel integraal of op basis van een omzettingsrente tegen het progressief tarief ofwel afzonderlijk tegen een tarief van 10%; 16,50% of 33% naar gelang van het geval.
Gedetailleerde informatie dienaangaande is terug te vinden in voormeld bericht aan de werkgevers dat via de website: http://www.fiscus.fgov.be/interfaoifnl/Werkgevers/ Fichesopgaven/fichesopgaven.htm kan worden geraadpleegd.
Het tarief van de aanvullende belastingen wordt door de gemeenten autonoom bepaald en verschilt dus van gemeente tot gemeente.
3.
b) Er werden ter zake geen nieuwe codes ingevoerd.
Wel moet op de individuele fiche 281.11 in vak 12, c), vanaf inkomsten 2006 een uitsplitsing worden gemaakt tussen, enerzijds, "kapitalen die gevormd zijn door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming (uitkering ten vroegste op wettelijke pensioenleeftijd aan begunstigde die tot dan effectief actief is gebleven)" en, anderzijds, de "andere" kapitalen, afkoopwaarden en andere toelagen in kapitaal die afzonderlijk belastbaar zijn.
In vak 13, b), van dezelfde fiche moet voor het vermelden van de berekeningsgrondslag van de omzettingsrente eveneens een uitsplitsing worden gemaakt tussen de grondslag "voortvloeiend uit de omzetting ten belope van 80% van kapitalen (uitkering ten vroegste op wettelijke pensioenleeftijd aan begunstigde die tot dan effectief actief is gebleven)" en de "andere".
Voor meer informatie verwijs ik eveneens naar voormeld bericht aan de werkgevers.
3.
a) en 4. Overeenkomstig artikel 90 van het koninklijk besluit tot uitvoering van het WIB 1992 (KB/ WIB 1992) moeten de schuldenaars van bedrijfsvoorheffing die belastbare inkomsten hebben betaald of toegekend binnen de in artikel 412 van het WIB 1992 gestelde termijn een aangifte in de bedrijfsvoorheffing overleggen bij de bevoegde ontvanger van de directe belastingen en de verschuldigde bedrijfsvoorheffing bij dezelfde ontvanger betalen. Krachtens voormeld artikel 412 is de bedrijfsvoorheffing betaalbaar binnen de vijftien dagen na het verstrijken van de maand waarin de inkomsten werden betaald of toegekend.
Het feit dat tot de belasting aanleiding geeft en dat aan de basis ligt van de indiening van aangifte en betaling van de bedrijfsvoorheffing, enerzijds, en de opmaak van de individuele loonfiche 281.10 en samenvattende opgave 325.10 anderzijds, is dus de betaling of de toekenning, ongeacht de periode waarop die bezoldigingen betrekking hebben.
De uiterste datum voor het indienen van de individuele fiches en samenvattende opgaven is voor inkomstenjaar 2006 verlengd tot 13 april 2007, met uitzondering van de individuele fiche 281.50 en de samenvattende opgave 325.50 waarvoor de indieningsdatum werd vastgelegd op 30 juni 2007.
