Parlementaire vraag nr. 17196 van de heer Georges Gilkinet van 15.05.2013

Mondelinge parlementaire vraag nr. 17196 van de heer Georges Gilkinet dd. 15.05.2013

Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën, 2012-2013 CRIV 53 COM 746 dd. 15.05.2013, blz. 11

Een ruling met betrekking tot de terbeschikkingstelling van cinematografische apparatuur

VRAAG (van de heer Georges Gilkinet)

Een firma die onder andere cinematografische apparatuur ter beschikking stelt en de bijbehorende technische bijstand verleent, maakt melding van een ruling op datum van 15 februari 2011 van de dienst Voorafgaande Beslissingen. Volgens die ruling vallen prestaties zoals het uitlenen van dergelijke apparatuur en het verlenen van de bijbehorende technische bijstand, al dan niet door die firma - een en ander geldt dus ook voor buitenlandse operatoren - onder uitgaven die in aanmerking komen voor een taxshelter. De dienst Voorafgaande Beslissingen is ervan uitgegaan dat dergelijke diensten niet in het toepassingsgebied van artikel 194ter, § 1, tweede lid van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) inzake onderaanneming vallen, dat bepaalt dat deze uitgaven slechts als in België gedane uitgaven aangemerkt kunnen worden - en dus in aanmerking kunnen komen voor een taxshelter - indien de vergoeding van de onderaannemers 10 procent van deze kosten niet overschrijdt. Deze beslissing is naar onze mening strijdig met de geest en de letter van de wet, die ertoe strekt de cinema in België te ondersteunen. Heeft de dienst Voorafgaande Beslissingen, door ervan uit te gaan dat de in het buitenland aangeboden diensten niet vallen onder de beperking zoals bedoeld in artikel 194ter, § 1, tweede lid van het WIB 92, geen beslissing genomen die strijdig is met de wet met betrekking tot de taxshelter? Hoe motiveert de dienst deze voorafgaande beslissing? Bent u van plan deze beslissing te corrigeren?

ANTWOORD (van de heer Koen Geens, Minister van Financiën)

De dienst Voorafgaande Beslissingen nam inderdaad de beslissing waarnaar u verwijst, met nummer 2010.572, in verband met de verhuur van materiaal door een Belgisch bijkantoor van een Franse vennootschap. De beslissing slaat echter niet op diensten die verricht worden door buitenlandse bedrijven. In de beslissing wordt gepreciseerd dat het in dit geval niet gaat om onderaanneming: het is het Belgische bijkantoor dat de diensten verricht met zijn eigen personeel en vanuit de vestiging in ons land.

CONCLUSIE (van de heer Georges Gilkinet)

De beslissing van de dienst Voorafgaande Beslissingen lijkt dus in tegenspraak met de reclame die dat bedrijf zelf maakt. De vraag rijst dan ook of de fiscale controle wel volstaat om misbruiken te voorkomen. Wordt de beslissing wel degelijk toegepast zoals de dienst Voorafgaande Beslissingen ze heeft bedoeld, of wordt ze gebruikt om buitenlandse vennootschappen te laten werken in het kader van Belgische producties, waardoor de geest van de wet geschonden wordt?