Parlementaire vraag nr. 1415 van de heer de Clippele van 07.02.1995

VRAAG 95/1415
Bull. nr. 752, pag. 2445
Vereffening van een vennootschap - Vereffeningsbonus - Fiscale regeling
De belastingregeling voor vennootschappen in vereffening werd vanaf 1 januari 1990 gewijzigd bij de wet van 22 december 1989. De vereffeningsbonus die door de vereffenaar aan de vennoten/natuurlijke personen wordt uitgekeerd, lokte tot de wet van 23 oktober 1991 controverses uit. Artikel 3(i) van die wet van 23 oktober 1991 bepaalt dat die bonus niet belastbaar is ten name van de verkrijger, als die laatste een natuurlijk persoon is. U stond achter die interpretatie van de wet van 1991. Vennootschappen die tussen januari 1990 en oktober 1991 bonussen hebben uitgekeerd, hebben op hun verzoek de a posteriori bij vergissing ingehouden roerende voorheffing teruggestort gekregen.
Artikel 209, eerste lid, van het WIB 1992 stelt die bonus echter uitdrukkelijk gelijk met een uitgekeerd dividend voor zover het bedrag hoger ligt dan het werkelijk gestorte maatschappelijk kapitaal. Artikel 264, eerste lid, 2° stelt dat dividend weliswaar vrij van de roerende voorheffing, maar de voorheffing is, in principe, een gedwongen voorschot op een belasting. Anders gezegd, artikel 264 zegt niets over de al dan niet belastbare aard van de bonus en regelt enkel een bijzonderheid van de wijze waarop een belasting wordt geïnd (voorheffing). Al die bepalingen lijken me dan ook nog steeds dubbelzinnig.
Wat denkt u hierover ?
ANTWOORD
Om het stelsel dat van toepassing is op de liquidatieboni goed te begrijpen, moet de toestand van de ontbonden vennootschap en van die van haar aandeelhouder afzonderlijk worden beschouwd.
Ten name van de ontbonden vennootschap stelt artikel 209, eerste lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (WIB) de boni gelijk met dividenden. Die fictie is noodzakelijk omdat de bonus, volgens het burgerlijk recht, geen periodiek inkomen is van een aangewend kapitaal. Artikel 209, eerste lid van het voormelde wetboek wil bijgevolg de liquidatieboni onderwerpen aan een taxatie die analoog is met deze die zou worden toegepast op de sommen die tijdens de exploitatie als dividenden verdeeld zijn tussen de aandeelhouders, dit is vooraleer de vennootschap met het oog op haar vereffening ontbonden wordt. Met andere woorden, het positieve verschil tussen de sommen die ter gelegenheid van de vereffening verdeeld worden en het aangewende kapitaal, wordt fiscaal gelijkgesteld met een winstuitkering.
Door de aandeelhouders of de vennoten van de ontbonden vennootschap wordt een meerwaarde verwezenlijkt ten belope van het positieve verschil tussen de sommen die worden verdeeld en het aangewende kapitaal of, indien de aandelen door de oorspronkelijke inschrijver overgedragen werden, en de door de koper betaalde verkrijgingsprijs. Artikel 21, 2°, van hetzelfde wetboek bevestigt dat de inkomsten van kapitalen en roerende goederen de liquidatieboni niet omvatten omdat het, zoals gemeld, niet gaat om periodieke inkomsten. De artikelen 264, eerste lid en 313, 1°, van het WIB, omvatten de daaruit voortvloeiende uiteindelijke gevolgen, met name dat de schuldenaar niet verplicht is de voorheffing in te houden en dat de aandeelhouder of de vennoot van de ontbonden vennootschap niet verplicht is een aangifte in te dienen.