Parlementaire vraag nr. 67 van de heer Wouter Vermeersch van 31.10.2024
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2024-2025, QRVA 56/004 d.d. 19.12.2024, blz. 116
Aanrekeningsvolgorde investeringsaftrek
VRAAG (van de heer Vermeersch)
Stel, een vennootschap heeft voor aanslagjaar 2025 (boekjaar = kalenderjaar 2024):
- een overgedragen investeringsaftrek van gewone investeringen van aanslagjaar 2024 (investeringsaftrek opgebouwd in aanslagjaar 2024 van investeringen met betrekking tot het kalenderjaar 2023 maar wegens onvoldoende winst in aanslagjaar 2024 volledig overdraagbaar naar aanslagjaar 2025);
- een overgedragen investeringsaftrek van speciale investeringen van aanslagjaar 2024, bijv. energiebesparende investeringen (investeringsaftrek opgebouwd in aanslagjaar 2024 van investeringen met betrekking tot het kalenderjaar 2023 maar wegens onvoldoende winst in aanslagjaar 2024 volledig overdraagbaar naar aanslagjaar 2025);
- een overgedragen investeringsaftrek van speciale investeringen van aanslagjaar 2023, bijv. energiebesparende investeringen (investeringsaftrek opgebouwd in aanslagjaar 2023 van investeringen met betrekking tot het kalenderjaar 2022 maar wegens onvoldoende winst in aanslagjaar 2023 volledig overdraagbaar; ook geen aanwending daarvan mogelijk in aanslagjaar 2024);
- een nieuwe opgebouwde investeringsaftrek van gewone investeringen opgebouwd in aanslagjaar 2025 van investeringen met betrekking tot kalenderjaar 2024;
- een nieuwe opgebouwde investeringsaftrek van speciale investeringen opgebouwd in aanslagjaar 2025 van investeringen met betrekking tot kalenderjaar 2024 (bijv. energiebesparende investeringen). De vennootschap wil voor aanslagjaar 2025 de investeringsaftrek toepassen (in één code zowel overgedragen investeringsaftrek als nieuw opgebouwde). Welke aanrekeningsvolgorde dient ze te volgen bij de aanwending ervan?
ANTWOORD (Vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding en de Nationale loterij)
Het basisprincipe inzake de overdracht van niet verleende investeringsaftrek is vastgelegd in artikel 72 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92). Overeenkomstig dat artikel kan, indien een belastbaar tijdperk geen of onvoldoende winst of baten oplevert om de investeringsaftrek te kunnen verrichten, de niet verleende investeringsaftrek zonder enige beperking in de tijd achtereenvolgens worden overgedragen op de winst of baten van de volgende belastbare tijdperken. De regelgeving over de investeringsaftrek (artikelen 68 tot 77, WIB 92) voorziet geen specifieke aanrekeningsregels, noch in functie van het boekjaar of kalenderjaar waarin de investering werd verricht, noch wat betreft de aard van de investering. Er moet niettemin worden opgemerkt dat inzake vennootschapsbelasting, artikel 201, WIB 92, op bepaalde punten afwijkt van de regels die voor de investeringsaftrek zijn voorzien in de artikelen 68 tot 77, WIB 92. Volgens artikel 201, § 1, derde lid, WIB 92, wordt de in artikel 72, WIB 92, bedoelde overdracht van de niet verleende investeringsaftrek bij geen of onvoldoende winst beperkt tot het volgende belastbare tijdperk voor investeringen die werden verricht door kleine vennootschappen in nieuwe vaste activa die rechtstreeks verband houden met de economische werkzaamheid die door de vennootschap werkelijk wordt uitgeoefend (investeringen die in uw vraag als gewone investeringen worden beschouwd). Gelet op wat voorafgaat, kan de volgorde van aanrekening van de investeringsaftrekken van het belastbare tijdperk en de overgedragen investeringsaftrekken (in voorkomend geval, beperkt) worden beoordeeld door de belastingplichtige, die daardoor kan kiezen voor de meest voordelige oplossing.
