Parlementaire vraag nr. 508 van de heer Luk Van Biesen van 07.08.2015

Parlementaire vraag nr. 508 van de heer Luk Van Biesen dd. 07.08.2015

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/058 dd. 19.01.2016, blz. 117

De liquidatiereserve

VRAAG (van de heer Van Biesen)

Het is fiscaal niet voordelig een liquidatiereserve (artikel 184ter WIB 92) aan te leggen in het geval de aandeelhouder van de vennootschap een vennootschap is voor wie de roerende voorheffing een verrekenbaar bestanddeel is. Veronderstel een vennootschap waarvan de aandeelhouders bestaan uit een natuurlijke persoon (50 %) en een vennootschap (50 %). De vennootschap heeft gewone reserves ten belopen van 100 en een liquidatiereserve ten belopen van 200. De vennootschap wil overgaan tot een dividenduitkering van 300, waarbij voor 200 wordt geput uit de liquidatiereserve en voor 100 uit de gewone reserves.

1. Kan de vennootschap bepalen dat de dividenden toegekend aan de aandeelhouders/natuurlijke personen bij voorrang afkomstig zijn van de liquidatiereserve en de dividenden toegekend aan de aandeelhouders/vennootschappen bij voorrang van de andere reserves, zodat het voordeel van de liquidatiereserve ten volle kan worden geoptimaliseerd?

2. Kan met andere woorden worden bepaald dat het dividend toegekend aan de natuurlijke personen voor 150 voortkomt uit de liquidatiereserve en het dividend toegekend aan de vennootschap voor 50 uit de liquidatiereserve en voor 100 uit de gewone reserves, en dat er dus wordt afgeweken van een evenredige aanrekening (150/150)?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Ik wil het geachte lid erop wijzen dat elk aandeel, ongeacht het profiel van de aandeelhouder, recht geeft op een dividend waarvan de oorsprong identiek is. In het door het geachte lid bedoelde geval, geeft bijgevolg elk aandeel recht op een dividend dat voor 2/3 afkomstig is van de liquidatiereserve en voor 1/3 afkomstig is van een "gewone" reserve. Ik wil er nog aan toevoegen dat de door het geachte lid voorgestelde werkwijze bijkomende vragen oproept, in die zin dat ze zou leiden tot het toekennen van een voordeel aan bepaalde aandelen (in dit geval aan de aandelen die in het bezit zijn van de aandeelhouders/ natuurlijke personen), terwijl de afzonderlijke aanslag die wordt betaald op het moment van de aanleg van de liquidatiereserve onrechtstreeks door alle aandeelhouders of vennoten werd gedragen. Mijn collega van Justitie is evenwel bevoegd voor de problematiek inzake de naleving van een gelijke behandeling van alle aandeelhouders of vennoten, die zou voorzien zijn in het Wetboek van vennootschappen.