Parlementaire vraag nr. 297 van mevrouw Van de Casteele van 29.03.2000
Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 48, blz. 5646-5648
Bull. nr. 812, pag. 569
De Fiscale Koerier 2001/8
Uitkeringen groeps- of bedrijfsleidersverzekering - Tarief
VRAAG
1. Is een arts, bestuurder van een artsenvennootschap, die bij zijn pensionering als bedrijfsleider op zijn normale pensioneringsleeftijd een pensioenkapitaal ontvangt ingevolge een groepsverzekering of een bedrijfsleidersverzekering, maar nog onbezoldigd (of bezoldigd) als bestuurder of zaakvoerder blijft zetelen, op het ontvangen kapitaal belastbaar tegen het progressieve tarief van de personenbelasting ?
2. Zo niet, tegen welk tarief wordt dat kapitaal belast ?
3. Welke wetgeving is hier van toepassing ?
ANTWOORD
Klaarblijkelijk beoogt het geachte lid een bedrijfsleider als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992). In die context luidt het antwoord op haar vragen als volgt.
1. Wat groepsverzekeringen betreft :
Gelet op de specifieke bepalingen van artikel 34, § 1, 2°, WIB 1992 moeten de uitkeringen die voortkomen van groepsverzekeringen in principe als pensioenen worden aangemerkt en dit ongeacht of zij met persoonlijke bijdragen, met werkgeversbijdragen of met beide zijn gevormd.
Het zogenaamde attractiebeginsel is dus niet van toepassing op de kapitalen en afkoopwaarden van groepsverzekeringen die een verzekeringsmaatschappij aan de begunstigde bedrijfsleider uitkeert, zelfs niet wanneer die uitkering vóór pensionering van de bedrijfsleider plaatsheeft. Die kapitalen en afkoopwaarden worden bijgevolg niet als bezoldigingen van bedrijfsleiders maar als pensioenen aangemerkt.
De kapitalen of afkoopwaarden van groepsverzekeringen die naar aanleiding van de daadwerkelijke pensionering op de normale datum worden betaald of toegekend zijn afzonderlijk belastbaar tegen :
A. 16,5% in zover ze zijn gevormd door middel van
- werkgeversbijdragen en persoonlijke bijdragen gestort tot en met 31 december 1992 (artikel 515bis, vijfde lid, WIB 1992),
- werkgeversbijdragen gestort vanaf 1 januari 1993 (artikel 171, 4°, f, WIB 1992);
B. 10% in zover ze zijn gevormd door middel van persoonlijke bijdragen gestort vanaf 1 januari 1993 (artikel 171, 2°, b, WIB 1992).
Wat de pensionering betreft is terzake vereist dat de bedrijfsleider zijn activiteit waarvoor het pensioen is gevormd daadwerkelijk stopzet. Wanneer het kapitaal of de afkoopwaarde voortkomt van bedragen die uitsluitend op de opdracht als bestuurder of zaakvoerder betrekking hebben, is de voortzetting van die opdracht, zelfs kosteloos, in dezelfde vennootschap een beletsel voor de voormelde tarieven.
Voor een bediende-bedrijfsleider waarvoor het kapitaal of de afkoopwaarde voortkomt van bijdragen die uitsluitend op de werknemersfunctie betrekking hebben, volstaat het dat die functie wordt stopgezet. Het feit dat de opdracht als bestuurder of zaakvoerder wordt voortgezet is in dat geval dus geen beletsel voor de toepassing van de voormelde tarieven.
Wanneer de voorwaarden voor de toepassing van de voormelde tarieven niet zijn vervuld, zijn de kapitalen of afkoopwaarden als volgt belastbaar :
- tegen 33% in zover ze zijn gevormd door persoonlijke bijdragen gestort vanaf 1 januari 1993 (artikel 171, 1°, d, WIB 1992);
- progressief in zover ze zijn gevormd door persoonlijke bijdragen gestort tot en met 31 december 1992 of door werkgeversbijdragen.
2. Wat bedrijfsleidersverzekeringen betreft :
Op de kapitalen die een vennootschap aan een bedrijfsleider betaalt of toekent, is in principe het zogenaamde attractiebeginsel van toepassing. Dit geldt ook voor de kapitalen die de vennootschap door middel van een bedrijfsleidersverzekering heeft gevormd en vervolgens aan de bedrijfsleider doorstort. Deze kapitalen worden dus in beginsel als een bezoldiging van bedrijfsleider in de zin van artikel 32, WIB 1992 aangemerkt.
Evenwel kan een kapitaal dat wordt uitgekeerd aan een bediende- bedrijfsleider, die een opdracht als bestuurder of zaakvoerder in de vennootschap blijft uitoefenen, toch als een pensioen in de zin van artikel 34, § 1, 1°, WIB 1992 worden aangemerkt, wanneer aan de volgende voorwaarden voldaan is :
1) de verkrijger moet voorheen en onderscheiden van zijn opdracht als bestuurder of zaakvoerder in de vennootschap krachtens een arbeidsovereenkomst een aan de RSZ onderworpen bezoldigde functie hebben uitgeoefend;
2) het kapitaal moet contractueel overeengekomen zijn en als extra- wettelijk pensioen gelden voor de sub 1° bedoelde werkzaamheid en niet voor de opdracht als bestuurder of zaakvoerder;
3) het kapitaal wordt uitgekeerd bij de definitieve stopzetting van de bezoldigde werkzaamheid wegens het bereiken van een zekere leeftijd;
4) de voortgezette werkzaamheid in de vennootschap moet strikt beperkt blijven tot de eigenlijke opdracht als bestuurder of zaakvoerder.
Wanneer één van die vier voorwaarden niet vervuld is, wordt het kapitaal als een bezoldiging van bedrijfsleider in de zin van artikel 32, WIB 1992 aangemerkt.
Wanneer aan al de voorwaarden voldaan is, wordt het kapitaal als een pensioen aangemerkt, dat in voorkomend geval afzonderlijk wordt belast tegen 16,5 % onder meer wanneer het wordt betaald of toegekend naar aanleiding van de daadwerkelijke pensionering op de normale datum (artikel 171, 4°, g, WIB 1992).
Bron: FisconetPlus
