Parlementaire vraag nr. 2148 van de heer Benoît Piedboeuf van 19.03.2018
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2017-2018, QRVA 54/157, d.d. 25.05.2018, blz. 348
Hervorming van de vennootschapsbelasting – Nieuwe incrementele aftrek van risicokapitaal
VRAAG
Het mechanisme voor de aftrek van risicokapitaal is omgevormd tot een systeem waarbij de aftrek niet langer berekend wordt op basis van een vijfde van het positieve verschil tussen het eigen vermogen aan het einde van het belastbaar tijdperk en het eigen vermogen aan het einde van het vijfde voorgaande belastbaar tijdperk (nieuw artikel 205ter van het WIB 1992).
Deze wijziging is op 1 januari 2018 in werking getreden, en is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2019 dat betrekking heeft op een belastbaar tijdperk dat ten vroegste op 1 januari 2018 aanvangt.
Wat als het gecorrigeerde eigen vermogen aan het einde van het belastbare tijdperk 500 bedraagt, terwijl het gecorrigeerde eigen vermogen aan het einde van het vijfde voorgaande belastbaar tijdperk -1.000 bedraagt? Kunnen we er dan van uitgaan dat het positieve verschil 1.500 bedraagt of slechts 500?
ANTWOORD
In het bedoelde geval bedraagt het positieve verschil 500. Wanneer het jaarlijkse bedrag van het risicokapitaal aan het einde van het vijfde voorgaande belastbare tijdperk negatief is, wordt dat bedrag gelijkgesteld aan nul voor de berekening van de incrementele aftrek voor risicokapitaal. De aftrek voor risicokapitaal beoogt immers een notionele interest in aanmerking te nemen voor de terbeschikkingstelling van eigen vermogen aan de vennootschap. Indien het bedrag van het risicokapitaal gelijk is aan of kleiner is dan "0", kan, voor de toepassing van die aftrek, niet worden gesteld dat eigen vermogen aan de vennootschap ter beschikking werd gesteld.
