Parlementaire vraag nr. 55018888C van de heer Steven Matheï van 30.06.2021

Kamer, Integraal verslag – Commissie voor de Financiën, 2020-2021, CRIV 55 COM 532 d.d. 30.06.2021, blz. 40

De verplichte aangifte van de betalingen aan het buitenland

VRAAG (van de heer Matheï)

Mevrouw de voorzitster, mijnheer de minister, ons Wetboek van de Inkomstenbelastingen bepaalt dat men aangifte moet doen van betalingen door vennootschappen en belastingplichtigen aan personen die gevestigd zijn in een staat die de standaard inzake gegevensuitwisseling niet of onvoldoende toepast. In een parlementaire vraag aan uw voorganger in 2014 werd gezegd dat men, wanneer dit gebeurt aan inwoners uit landen die gedeeltelijk in overeenstemming zijn met de standaard, niet onder de aangifteplicht valt. In een recent uitgebrachte circulaire ontstaat er dan weer verwarring en wordt de schijn gewekt dat betalingen aan landen die gedeeltelijk in overeenstemming zijn wel onder de aangifteplicht vallen. Mijnheer de minister, moet men in deze situatie nu wel of niet aangifte doen?

ANTWOORD (van de Minister van Financiën)

Mijnheer Matheï, artikel 307 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen handelt over de jurisdicties die een rating non-compliant of partially compliant hebben ontvangen. Deze criteria inzake fiscale transparantie zijn al sinds enkele jaren verstrengd en ook overgenomen door de G20. Daarbij wordt een jurisdictie die een partially compliant rating krijgt niet geacht aan de internationale transparantiestandaard te voldoen en zal deze bijvoorbeeld ook op de EU-blacklist terechtkomen. Er is in dat opzicht geen verschil meer met een non-compliant rating. De rating partially compliant wordt door het mondiaal forum toegekend wanneer minstens één materiële tekortkoming is vastgesteld die in de praktijk een belangrijk effect op de uitwisseling van inlichtingen heeft gehad of waarschijnlijk zal hebben. Zoals u terecht aangaf, spreekt de wettekst niet over non-compliant maar over een staat die niet effectief of substantieel de standaard op het gebied van de uitwisseling van inlichtingen op verzoek toepast. Hieronder vallen ingevolge de evoluties in de internationale standaarden nu ook partially compliant jurisdicties. Men kan moeilijk argumenteren dat landen die slechts op gedeeltelijke wijze voldoen aan de standaard deze effectief en substantieel toepassen. Dit standpunt is door mijn administratie ook verduidelijkt in de circulaire van 1 september 2020 zodat dit van toepassing is voor de aangifte vanaf het aanslagjaar 2021.

Steven Matheï : Dat is heel duidelijk. Dank u voor uw antwoord.