Circulaire AAFisc Nr. 32/2014 (nr. Ci.RH.331/634.229) d.d. 11.08.2014
Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst PB
Personenbelasting
Berekening van de PB
Gemeenschappelijke aanslag
Bij verdrag vrijgesteld inkomen
Fiscale tegemoetkoming in verband met de persoonlijke toestand of de gezinstoestand
Aanrekening van de belastingvrije som
Vermindering voor buitenlandse inkomsten
Bijkomende vermindering voor buitenlandse inkomsten
Bezwaarschrift
Behandeling van het geschil
Bezwaarschriften ingediend ingevolge het arrest van het HvJEU nr. C-303/12 van 12.12.2013, inzake IMFELD-GARCET - Behandeling van de bezwaarschriften - Voorwaarde voor de toekenning van de bijkomende vermindering voor vrijgestelde inkomsten beoogd in de circ. Ci.RH.331/633.468 van 01.07.2014 - Belastingplichtigen die beroepsinkomsten verkrijgen in Nederland.
1. Nr. 9 van de circ. Ci.RH.331/633.468 van 01.07.2014 preciseert dat de bijkomende vermindering voor vrijgestelde inkomsten in voorkomend geval slechts zal kunnen worden toegekend indien de persoonlijke en de gezinstoestand niet in aanmerking is genomen in het buitenland. De vraag werd gesteld of het volstaat dat een echtgenoot, in Nederland, recht heeft op de voordelen verbonden aan de persoonlijke en gezinstoestand (in voorkomend geval naar rato van zijn in Nederland verkregen inkomsten in verhouding tot zijn totale beroepsinkomen) om aan de echtgenoten de toepassing van de circulaire te weigeren, dan wel of onderzocht dient te worden, op basis van door de belastingplichtigen voorgelegde documenten, of de voordelen al dan niet effectief werden verleend.
2. In zijn arrest nr. C-385/00 van 12.12.2002 (De Groot), heeft het HvJEU geoordeeld:
99. Bij gebreke van communautaire unificatie- of harmonisatiemaatregelen mogen de lidstaten deze koppeling tussen de in aanmerkingneming door de woonstaat van enerzijds de wereldwijde inkomsten van hun inwoners en anderzijds hun persoonlijke en gezinssituatie uiteraard wijzigen door middel van bilaterale of multilaterale overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing. De woonstaat kan dus bij overeenkomst ontheven worden van de verplichting om de persoonlijke en gezinssituatie van de op zijn grondgebied wonende belastingplichtigen die hun economische activiteit gedeeltelijk in het buitenland verrichten, geheel voor zijn rekening te nemen.
100. De woonstaat kan ook van de nakoming van die verplichting ontheven zijn indien hij constateert dat een of meer werkstaten, zelfs buiten enige overeenkomst om, over de door hen belaste inkomsten voordelen verlenen die verband houden met de persoonlijke en gezinssituatie van belastingplichtigen die niet op het grondgebied van deze werkstaten wonen, maar aldaar belastbare inkomsten verwerven.
3. Anderzijds bepaalt art. 26, lid 2, van de overeenkomst van 05.06.2001 tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen dat: "Natuurlijke personen die inwoner zijn van een van de verdragsluitende Staten en die voordelen of inkomsten uit de andere verdragsluitende Staat verkrijgen die ingevolge de bepalingen van hoofdstuk III van dit Verdrag ter heffing aan die andere Staat zijn toegewezen, hebben bij de belastingheffing in laatstbedoelde Staat, in de mate waarin die voordelen en inkomsten deel uitmaken van het wereldinkomen, recht op dezelfde persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen uit hoofde van burgerlijke staat of samenstelling van het gezin als inwoners van die andere Staat, voor zover zij overigens in gelijke omstandigheden verkeren als inwoners van die Staat".
4. Bovendien heeft het Hof van Cassatie in zijn arrest nr. F.10.0115.N van 16.02.2012 geoordeeld dat: "Ingeval een dubbelbelastingverdrag de woonstaat geheel of ten dele vrijstelt van zijn verplichting om de persoonlijke aftrekken, tegemoetkomingen en verminderingen te verlenen uit hoofde van burgerlijke staat of samenstelling van het gezin waarin de nationale belastingwet voorziet, en het verdrag aan de werkstaat de verplichting oplegt om de door zijn wetgeving bepaalde aftrek, tegemoetkomingen en verminderingen te verlenen bij de vestiging van de belasting, geldt die vrijstelling ten voordele van de woonstaat ongeacht of de werkstaat dezelfde of gelijkaardige aftrekken, tegemoetkomingen of verminderingen verleent als de woonstaat".
5. Daaruit volgt dat de echtgenoten, waarvan er een inkomsten verkrijgt die voor hun geheel in Nederland belastbaar zijn of die gedeeltelijk in Nederland en voor de rest in België belastbaar zijn, niet kunnen genieten van de bijkomende vermindering beoogd in de circ. Ci.RH.331/633.468 van 01.07.2014, ongeacht of in Nederland daadwerkelijk geen enkel voordeel verbonden aan de persoonlijke toestand en de gezinstoestand werd verleend omdat de echtgenoot die in die Staat belastbare inkomsten verkrijgt er geen aanspraak heeft gemaakt op de voordelen die hij kon inroepen of omdat de voorwaarden voor de toekenning van die voordelen niet vervuld waren.
Voor de Administrateur Grote Ondernemingen, tijdelijk belast met de functie van Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,
S. QUINTENS
Adviseur-generaal
