Circulaire nr. Ci.RH.242/554.090 (AOIF 28/2002) d.d. 16.12.2002

Bull. nr. 833, pag. 156-160

BEROEPSKOSTEN
Sociaal voordeel aan het personeel

SOCIAAL VOORDEEL AAN HET PERSONEEL
Betaalbon
Collectief voordeel van geringe waarde
Voordeel anders dan in geld behaald

VRIJGESTELD INKOMEN
Sociaal voordeel aan het personeel


Aanpassing administratieve richtlijnen betreffende "geringe geschenken en sociale voordelen".

alle ambtenaren.

A. INLEIDING

Bij de mondelinge parlementaire vraag gesteld op 27 november 2002 in de Kamercommissie voor de Financiën en de Begroting werd aan de Minister van Financiën uitleg gevraagd over sommige, niet aangepaste, bedragen die zijn opgenomen in de administratieve richtlijnen betreffende de sociale voordelen in de zin van art. 38, eerste lid, 11° en 53, 14° WIB 92.

In zijn antwoord heeft de Minister van Financiën zijn beslissing medegedeeld om de voormelde bedragen te wijzigen met het oog op, ofwel een aanpassing aan de evolutie van de index, ofwel een harmonisatie, ofwel de overeenstemming met de economische realiteit, ofwel tenslotte de inachtneming van de rechtspraak terzake.

Bijgevolg werd beslist dat :

  • het maximumbedrag om de geringe waarde van een handelsgeschenk te bepalen met toepassing van art. 12, § 1, eerste lid, 2°, van het BTW-wetboek in het kader van een harmonisatie, eveneens in aanmerking mag worden genomen voor de waardering van een geschenk van geringe waarde voor de toepassing van art. 38, eerste lid, 11°, c, WIB 92. Dit bedrag - oorspronkelijk 12,50 EUR - bedraagt voortaan 50 EUR, ingevolge een aanpassing aan de index sinds de inwerkingtreding in 1970;
  • er geen enkel onderscheid meer wordt gemaakt naargelang van de bestemming of de benaming van de cheques, noch naargelang van het feest of de gelegenheid waarvoor ze zijn toegekend;
  • de huidige maximumbedragen van 25 EUR of 75 EUR inzake beroepskosten aan de indexering worden aangepast en voortaan 35 EUR en 105 EUR bedragen;
  • bij pensionering een nieuw maximumbedrag van 35 EUR per dienstjaar wordt ingevoerd.
Bijgevolg moeten volgende wijzigingen aan de bepalingen van de Com.IB 92 worden aangebracht.

B. INZAKE ART. 38, EERSTE LID, 11°WIB 92

De vrijstelling bedoeld in art. 38, eerste lid, 11°, WIB 92 is volgens nr. 38/25 Com.IB 92 inzonderheid van toepassing op (zie Kamer, Vers. Comm. Fin., zitting 1979-1980, Stuk 323/47, blz. 18 en 35) :

  • de collectieve voordelen van geringe waarde die niet kunnen worden geïndividualiseerd of m.a.w. waarvan het praktisch onmogelijk is het per verkrijger behaalde deel te bepalen (zoals b.v. het verstrekken van dagelijkse middagmalen aan het personeel tegen een sociale prijs, Sinterklaasfeesten enz.);
  • individualiseerbare voordelen die hulpverlening in uitzonderlijke omstandigheden beogen (b.v. bij heelkundige ingrepen, overlijden van een familielid enz.);
  • geringe voordelen of gelegenheidsgeschenken als blijk van erkentelijkheid of van goedgunstigheid gegeven naar aanleiding van gelukkige of onfortuinlijke gebeurtenissen die geen rechtstreeks verband houden met de beroepswerkzaamheid (speelgoed voor de kinderen, een geschenkje bij een huwelijk, een decoratie of een jubileum enz.).
Wat betreft de derde gedachtestreep verduidelijkt voetnoot (1) dat :

" Of een geschenk mag worden aangemerkt als een sociaal voordeel hangt in essentie af van de omstandigheden waarin het is aangeboden en van de waarde ervan (d.i. de werkelijke waarde bij de verkrijger, zijnde het bedrag dat hij in normale omstandigheden zou moeten besteden om het voordeel te verkrijgen)."

Die voetnoot dient met de volgende tekst te worden aangevuld:

"Met het oog op de harmonisatie mag het begrip handelsgeschenk van geringe waarde bedoeld in art. 12, § 1, eerste lid, 2° van het BTW-wetboek echter eveneens als referentie dienen voor het begrip geringe voordelen en gelegenheidsgeschenken dat hier is bedoeld. Daaruit volgt dat een voordeel of een geschenk zonder meer als gering zal worden aangemerkt voor de toepassing van art. 38, eerste lid, 11°, c, WIB 92, indien het 50 EUR niet overtreft."

Bovendien wordt het nr. 38/27, 23°, Com.IB 92 vervangen door de volgende tekst :

"23° betaalbonnen ongeacht hun aard, uitgezonderd maaltijdcheques, (geschenkcheques, surprisecheques, cultuurcheques, boekencheques, sportcheques, aankoopbonnen, enz.) die een geringe waarde hebben en door een onderneming met een duidelijk sociaal doel en niet als eigenlijke bezoldigingen voor geleverde prestaties aan haar personeelsleden worden toegekend."

C. INZAKE ART. 53, 14°, WIB 92

Het bepaalde in nr. 53/214, 2de lid, 7° en 8°, Com.IB 92 wordt vervangen door de volgende tekst :

"7° geschenken in natura, in specie of in de vorm van betaalbons (geschenkcheques, surprisecheques, boekencheques, sportcheques, cultuurcheques, aankoopbonnen, enz.), wanneer zij overeenkomstig de hierna vermelde voorwaarden worden uitgereikt :

a) alle personeelsleden moeten hetzelfde voordeel verkrijgen;

b) de toekenning moet gebeuren ter gelegenheid van :

1. één of meer feesten of jaarlijkse gebeurtenissen, zoals Kerstmis, Nieuwjaar, het feest van Sinterklaas, een in een bepaalde ondernemingssector gebruikelijk patroonsfeest (zoals Sint-Elooi of Sinte-Barbara), een verjaardag, enz.;

2. de overhandiging van een eervolle onderscheiding;

3. de pensionering;

c) het totaal bedrag dat wordt toegekend mag niet meer bedragen dan :

1. in het geval b, 1 : 35 EUR per jaar en per werknemer, met dien verstande dat ter gelegenheid van het Sinterklaasfeest of van een ander feest dat hetzelfde sociaal oogmerk nastreeft, een aanvullend bedrag van maximaal 35 EUR per jaar mag worden toegekend voor elk kind ten laste van de werknemer;

2. in het geval b, 2 (overhandiging van een eervolle onderscheiding) : 105 EUR per jaar en per werknemer;

3. in het geval b, 3 (pensionering) : 35 EUR per volledig dienstjaar dat de werknemer in dienst is bij de werkgever die het geschenk toekent, met een minimum evenwel van 105 EUR;

d) de betaalbons mogen alleen worden ingeruild bij ondernemingen die vooraf een akkoord hebben gesloten met de uitgever van die betaalbons. Zij moeten bovendien een beperkte looptijd hebben en mogen onder geen beding aan de begunstigde in specie worden uitbetaald.

De bedragen waarvan sprake is onder c, 1, c, 2 en c, 3 mogen worden samengevoegd."

Het bepaalde in nr. 53/215 Com.IB 92 vervalt.

D. OPMERKING

De aandacht wordt nog gevestigd op het feit dat voormelde sociale voordelen die beantwoorden aan de voorwaarden om aftrekbaar te zijn als beroepskosten, uiteraard vrijgesteld zijn van belasting bij de verkrijgers. De voorwaarden die zijn gesteld voor de aftrekbaarheid bij de werkgever hebben trouwens niet tot gevolg dat de vrijstelling van voormelde voordelen bij de verkrijgers wordt beperkt.

E. INWERKINGTREDING

De nieuwe richtlijnen zijn van toepassing met ingang van het aj. 2003.

Voor de ajren. 2001 en 2002 geldt het bepaalde in nr. 53/214, 2de lid, 8°, Com.IB 92, zoals het voor die aanslagjaren van toepassing is, ook voor de boekencheques.

Voor de Directeur-generaal :
De Directeur,

P. LEROY.