Circulaire nr. Ci.D.19/444.905 2de afl. d.d. 08.01.1993
Bull. nr. 724, pag. 280
(nrs. II/101 tot 110)
BEROEPSKOSTEN
Taks op het lange termijnsparen
Taks op winstdeelnemingen
FISCALE EN FINANCIELE BEPALINGEN 1992
Beroepskosten
Commentaar op het art. 17, W. 28.7.1992 houdende fiscale en financiële bepalingen met betrekking tot niet-aftrekbare beroepskosten :
- jaarlijkse taks op winstdeelnemingen;
- uitzonderlijke taks op stortingen bestemd voor het lange termijnsparen.
NIET AFTREKBARE BEROEPSKOSTEN
INHOUDSTABEL I. WETTEKSTEN II/101 II. ALGEMEEN II/102 III. JAARLIJKSE TAKS OP WINSTDEELNEMINGEN II/103 tot 105 IV. UITZONDERLIJKE TAKS OP STORTINGEN BESTEMD VOOR HET LANGE TERMIJNSPAREN II/106 tot 109 V. INWERKINGTREDING II/110 I. WETTEKSTEN
W. 28.07.1992
Art. 17
II/101
In art. 198, WIB 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
| 1° | in het 4° worden de woorden "50 % van " geschrapt; |
| 2° | het wordt aangevuld met een 8°, luidend als volgt : |
termijnsparen vermeld in artikel 183duodecies van het Wetboek der met het
zegel gelijkgestelde taksen".
Art. 47
........
§ 2. De artikelen ..., 17, ... treden in werking met ingang van het aanslagjaar 1993.
........
II. ALGEMEEN
II/102
Deze circ. verstrekt commentaar op de niet-aftrekbaarheid als beroepskosten van bepaalde kosten ten name van aan de Ven.B. onderworpen belastingplichtigen.
Met name zijn hier bedoeld :
- de jaarlijkse taks op winstdeelnemingen op levensverzekeringscontracten bij verzekeringsmaatschappijen;
- de uitzonderlijke taks op de stortingen bestemd voor het lange termijnsparen.
III. JAARLIJKSE TAKS OP WINSTDEELNEMINGEN
II/103
De vanaf 01.01.1989 verschuldigde jaarlijkse taks van 9,25 % die door verzekeringsondernemingen moet worden betaald op de als winstdeelnemingen verdeelde sommen met betrekking tot levensverzekeringen of daarmee gelijkgestelde contracten, werd tot en met aj. 1992 ten belope van 50 % niet als een beroepskost aangemerkt (zie circ. 07.09.1990, Ci.D.19/402.192-Ven.B., 21e afl., nrs. III/303-308 - B. 698).
II/104
Vanaf het aj. 1993 wordt de hiervoren bedoelde taks, met inbegrip van de eventueel verschuldigde nalatigheidsinteresten, voor het volledige bedrag niet meer als beroepskost aangemerkt en derhalve voor de totaliteit ervan opgenomen onder de verworpen uitgaven.
Het totale bedrag van de niet aftrekbare taksen moet eventueel worden verminderd met :
- 50 % van de terugbetalingen van de taksen op de winstdeelnemingen die voor de ajn. 1992 en vorige voor de helft als verworpen uitgaven zijn belast;
- de terugbetalingen van de taksen op de winstdeelnemingen die vanaf het aj. 1993 voor hun volledig bedrag als verworpen uitgaven zijn belast.
II/105
De geldboeten, die in het kader van de wetgeving op de jaarlijkse taks op winstdeelnemingen zouden worden toegepast, zijn niet als beroepskosten aftrekbaar ingevolge art. 53, 6°, WIB 1992.
IV. UITZONDERLIJKE TAKS OP STORTINGEN BESTEMD VOOR HET LANGE TERMIJNSPAREN
II/106
Art. 63, W. 28.07.1992 heeft in het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen een nieuwe titel XIIter (de art. 183duodecies tot 183vicies) ingelast die de heffing regelt van een uitzonderlijke taks op de stortingen bestemd voor het lange termijnsparen.
Deze taks wordt berekend op het totale bedrag van de sommen die in 1991 werden ontvangen in het kader van het zogenaamde lange termijnsparen door bepaalde instellingen of ondernemingen (verzekeringsondernemingen, pensioenfondsen, voorzorgskassen, financiële instellingen die gerechtigd zijn spaarrekeningen te openen zoals bedoeld in art. 124, WIB 1992, enz.).
Onder "lange termijnsparen" moet inzonderheid worden verstaan de sommen die worden gestort ter uitvoering van :
- individuele of collectieve levensverzekeringscontracten (individuele levensverzekering, groepsverzekering, spaarverzekering in het kader van het pensioensparen, buitenwettelijke voordelen betreffende het rust- of overlevingspensioen van zelfstandigen of loontrekkenden);
- contracten van lijfrente of tijdelijke rente;
- pensioenfondsreglementen;
- en spaarrekeningen in het kader van het pensioensparen.
II/107
Deze uitzonderlijke en eenmalige taks bedraagt 1,4 % en moet door de hiervoren bedoelde instellingen of ondernemingen uiterlijk worden betaald op 15.12.1992 aan het ontvangkantoor van de domeinen van het ambtsgebied waar de belastingschuldenaar is gevestigd. Op de dag van de betaling moet op dat kantoor eveneens een opgave worden ingediend met vermelding van de benaming, de maatstaf van heffing, de aanslagvoet en het bedrag van deze taks.
In geval van laattijdige of onjuiste aangifte en van eventuele weigering om de noodzakelijke mededelingen ter zake te verstrekken, kunnen geldboeten verschuldigd zijn. Bovendien kunnen nalatigheidsinteresten verschuldigd zijn bij laattijdige betaling.
II/108
Het totale bedrag van die uitzonderlijke taks op de stortingen bestemd voor het lange termijnsparen, met inbegrip van de eventueel verschuldigde nalatigheidsinteresten, is niet als beroepskosten aftrekbaar en moet derhalve onder de verworpen uitgaven worden opgenomen.
II/109
De eventueel verschuldigde geldboeten die in het kader van die uitzonderlijke taks zouden worden toegepast, zijn niet aftrekbaar als beroepskosten ingevolge art. 53, 6°, WIB 1992.
V. INWERKINGTREDING
II/110
Overeenkomstig art. 47n § 2, W. 28.07.1992, zijn de nieuwe bepalingen van toepassing met ingang van het aj. 1993.
Bron: FisconetPlus
